Vanavond gaan mijn gedachten terug naar mijn jaren van jong en je wilt wat. Jong voel ik me nog steeds en met dat nog wat willen zit het ook wel goed. Maar die keer dat we naar Parijs trokken met onze tent en stalenframerugzak hoort toch tot het verleden. Je kunt niet eens met een tent in Parijs terecht. ‘Mai n´est ce pas.’ Non.’ ‘Vous cherchez un hôtel. Rue de les petits Hôtels en route de la Gare du Nord’. Wat kon het ons schelen. We kwamen net uit Arles in het zuiden. De nachttrein was overboekt. Net als die andere ongeveer 300 reizigers die met hun bagage en een enkele slaapzak het gangpad in beslag namen. Af en toe kwam een balorige conducteur of gelukkige couchettegebruiker links en rechtsschoppend een looppad afdwingen. Dekens en drankjes vlogen over onze begerige ogen voordat ze linksaf de coupes insloegen. Gebroken liepen we ´s ochtends vroeg het Gare du Nord uit. Dan maar naar die Rue de les petits Hôtels. De receptionist grijnsde ons laat in de middag nog begripvoller toe dan die ochtend om acht uur. We hadden ons de hele dag niet laten zien. We kiepten ons beursje leeg voor een heerlijk maar te duur diner. De volgende ochtend liepen we weer met onze tent onder de arm op straat. Twee platzaktieners met een rugzak vol wasgoed en nog een paar dagen voordat de vakantie echt voorbij was.
Nee, Parijse croisantontbijters, wij hebben een tent en we zoeken een camping. Eindelijk viel de franc en met een charmante doch superzuinige blik werden we vite vite naar het Bois de Bologne gestuurd. Te voet, want we waren op trektocht. Gelukkig ontdekten onze voetzolen dat er een busje op en neer reed tussen het laatste metrostation en de camping. Dat konden we ons nog wel veroorloven. Er bleef nog wat geld over voor een paar stokbroden, een fles cola en een paar kopjes koffie voor twee dagen. De laatste travellercheque was nodig voor de treinkaartjes tot Roosendaal en een telefoonkwartje voor een zielig telefoontje naar een stad een heel stuk verderop voor een ophaalactie.
Zwervend door Parijs zonder francs en ergens ver weg een tent voor de nacht.

Vanavond keek ik half naar het journaal en half naar een column op CX. Verbaasd zag ik dat je tegenwoordig wel met een tent in Parijs terecht kunt. Keurig naast elkaar in verschillende kleurtjes als een vrolijk kunstwerk op een centrale plek in de stad. Je moet er wel voor in een heel speciale positie zijn. Ze zijn er neergezet voor mensen zonder dak en geld. De clochards met wie wij in onze Parijse dagen onder de bruggen over de Seine of op de banken en bij ingangen van de metro lagen. Voor de nachtelijke uren bleek een stuk niet meer gebruikte metrogang een geliefde plek te zijn. De Parijzenaar hoefde het niet te zien en de mensen die niets hadden beroofden elkaar daar van hun laatste lijfelijke bezittingen. Niemand zag het als er iemand het leven liet. Ze werden een stukje verderop geschoven in het ongebruikte donkere ondergrondse gangenstelsel. Nu bovengronds de fleurige tentjes klaarstaan, maken de clochards er dankbaar gebruik van, Een eigen home van tentdoek. De kilte en de vernedering hoeven elkaar nog niet te ontmoeten. Er is een doekje overheen gegaan. Het valt nu op dat er mensen zijn die niet als andere Parijzenaars leven. De charmante Parijzenaar kijkt met beschaamd zuinige blik toe als hij de andere kant van de stad ziet.
Zal het nu wel opvallen als een tentje een paar dagen niet opengeritst wordt?

In Nederland heten ze daklozen. Tien jaar geleden kregen zij van een handige meelevende pionier grote dozen om in de winter in te overnachten. Wij pakten onze problemen in. Het project is snel terziele gegaan. Door de hoon van de beter bedeelden op hun design banken bij de rokende CV bleven de dozen onbewoond en de daklozen blauw van de kou. De dozen verdwenen weer uit het straatbeeld. Op campings doemden Zweedse trekkershutten op à la dozenplan. Maar dan hout en voor mensen met dak maar zonder beurs. De dakloze ging weer terug naar roosters en leidingen die wat warmte afgaven.
Daklozenkrantenproject en boerenkooltafels met de Kerst. Nu ook de weggeefwinkels en de voedingsbanken voor de nog-net-niet-daklozen. Als ik om me heen kijk staan er genoeg panden leeg om allerlei redenen. Economische redenen. Misschien wel dezelfde waardoor de dakloze mensen hun dak en baan en zekerheid verloren. Rotterdam gaat matchen en meer steden willen dit voorbeeld volgen.
We zitten wel in Nederland. Het wordt de daklozen niet aangeboden. Nee. In regellandje Nederlandje zal het niet vrijblijvend zijn.
Is de dakloze hoermee geholpen of is er (op)geruimd?


11 reacties

Mosje · 9 februari 2006 op 22:09

Je moet daklozen een dak bieden ja, maar er rekening mee houden dat het zonder dak zijn vaak niet hun eigenlijke probleem is. Vandaar dat kartonnen dozen of tentjes ook niet echt helpen.

Chantal · 9 februari 2006 op 22:10

Wat een mooie column! Vooral die omslag van een vakantie naar de clochards en de Nederlandse (bijna-) zwervers van nu. Het eerste gedeelte deed me denken aan vreemde acties die mijn vrienden en ik weleens hebben. Zomaar ergens heengaan en wel zien hoe het uitpakt.

In het tweede gedeelte wordt je teruggetrokken naar de keiharde realiteit van vandaag. Opgeruimd staat netjes.

Je hebt het heel mooi verwoord!

KawaSutra · 9 februari 2006 op 23:21

Zoals Chantal al schreef: mooie overgang van jeugdsentiment naar de realiteit van nu. Goed geschreven Trukie.
Nu kan ik wel een grap maken over een ‘dakloze hoer’ maar dat doe ik maar niet. 😀

Nana · 10 februari 2006 op 08:30

Wij pakten onze problemen in.

Mooie column, zo iets korter mogen. 😉

Kees Schilder · 10 februari 2006 op 08:40

Top geschreven.

wendy77 · 10 februari 2006 op 09:51

Ik sluit me aan bij mijn voorgangers. Mooi geschreven Trukie

Anne · 10 februari 2006 op 11:53

Beste Trukie,
Graag wil ik reageren op je column.
Wat mij uit je reacties op mijn werk en uit je eerdere stukjes vooral opvalt is dat ik je erg sympathiek vind. Het is iets oprechts warms in je persoonlijkheid wat helemaal niet vanzelfsprekend is. Het is ook deze warmte, die afwezigheid van cynisme (en dat vind ik een heel groot pluspunt, bij iedereen bij wie dit aan de hand is) die me aanspreekt in je werk. Ook vind ik je inventief in de wijze waarop je de dingen beschrijft.
Waar je echter niet zo sterk in bent is, heb ik de indruk, overzicht houden over het geheel. Niet dat je de draad van je betoog kwijt raakt, dat niet, wel lijk je soms te veel uit te weiden, waar dat naar mijn idee niet nodig is. En dat uitweiden gebeurt vooral in de beschrijvingen van actuele situaties die je hebt vastgeknoopt aan je herinneringen (die je overigens juist wel beknopt en helder kunt beschrijven). Alsof je dan letterlijk geen afstand kunt nemen, waar die afstand bij de beschrijving van herinneringen vanzelf, door het voorbijgaan van de tijd, al is ontstaan. Ik heb het misschien niet helemaal duidelijk kunnen uileggen. Maar ik wilde toch graag reageren.
Groet Anne

champagne · 10 februari 2006 op 11:53

[quote]Zal het nu wel opvallen als een tentje een paar dagen niet opengeritst wordt?[/quote]

Mooi verwoord! Ook de overgang van herinnering naar harde realiteit is mooi gedaan.

Trukie · 10 februari 2006 op 13:58

@ Mosje, daarom denk ik ook dat de tot nu toe gegeven hulp van partikulieren komt. Dat is vaak direkter en meer to the point dan het vele schijven systeem waarin de hulpverlening is verdeeld geraakt.

@ Chantal dank je. Dit was idd een van de vele impulsieve uitstapjes. Zo zie je vaak meer dan je verwacht of voor mogelijk vindt. Het houdt je scherp en flexibel voor de rest van je leven.

@ Kawa die dakloze hoer. Actueel gezien zou ik ook dat onderwerp er nog bij kunnen pakken. Een typfoutje kan hier dubbel gelezen worden.

@ Nana, Kees en Wendy dank.

@ Anna dank voor de lovende woorden over mijn karakter. Ik ben inderdaad geen voorstander van cynisme. Ik ben meer het type van verbanden leggen en doorassocieren. Dan loop ik wel het gevaar dat ik er meerdere dingen bij ga betrekken. De meeste dingen kun je ook niet los van andere feiten zien. Het is vaak een kluwen van oorzaak en gevolg. Ik heb voor de insteek van vakantieherinnering gekozen omdat iedereen zich juist op vakantie wel eens ver van huis en haard en veiligheid gevoeld heeft. Ook heb ik hiermee geprobeerd de realiteit .wat minder luguber aan de kaak te stellen. In een column mag je eigen ervaring, actualiteit of andere informatievergaarbakken door elkaar gooien. Misschien is het wat minder overzichtelijk geworden. Maar in feite heb ik nog geselecteerd in de onderwerpjes die er bij hadden gekund. Ik heb b.v. nog niets gezegd over noodgedwongen zwerven of zwerven als vrijwillige keuze. Ik ken groepen hier in de Achterhoek die niet komen voor de mooie boerderijtjes maar voor de ruimte om als een Nomade of Nomadegroep te kunnen leven. Vaak zijn het hoogopgeleiden die even of langer bewust uit de sleur willen. Al die wandelaars en Nordic wandelaars zoeken ook iets zwervends. Ook dat is een onderdeel van ons zwerversbloed, georven van onze zeevarende en globetrottende voorvaderen. We blijven ons vermogen om te overleven up to date houden.:-P

@ Champagne, dit was ook één van de moralen.

Li · 10 februari 2006 op 21:13

Wat ‘instrakken’ en je ‘darlings killen’ dan heb je een wereldcolumn! 😉
Li

Ma3anne · 11 februari 2006 op 11:50

Knap om die drie verhaaltjes binnen één column een plek te geven. Zo is het een mini-drieluik geworden.
Goed uitgewerkt en mooi geschreven.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder