Ik sta er gekleurd op

“Kijk die heb ik ook, goed spul hoor en niet zo duur”. Terwijl ik dit zeg pak ik met mijn linkerhand uit de dichtsbijzijnde broekzak een lipstickje van hetzelfde merk. Ik houdt het naast de nieuwe lipstick van dezelfde kleur op het rekje voor ons op de Huishoudbeurs. Mijn vriendin kijkt aandachtig van het rekje naar mijn lippen en daarna naar het prijskaartje. Ik stop mijn eigen lipstick weer terug in mijn eigen linkerbroekzak en kijk met haar meer naar de andere beschikbare kleurtjes. Aan de andere kant van de tafel komt dezelfde verkoopster aanlopen die ons net iets over shampoo en conditioner heeft uitgelegd. Ondanks haar stralende glimlach en vriendelijke stem, hebben we niets gekocht.

Tussen zout en kruiden in

Zoals zo vaak schuift mijn arm over het bureau om zonder aandacht of oplettendheid een balpen te pakken. De woorden die door mijn kop schieten wil ik heel snel een eigen leven laten geven op papier. Maar iets zorgt er voor dat het deze keer niet lukt om de pen tussen mijn vingers vast te klemmen en in de actieve status te brengen. Dat iets zit tussen mijn oren maar nog meer in een wit omhulsel om mijn rechterarm. Binnen dat omhulsel is het niet helemaal pluis. Door een scheur in het gebeente veranderen de anders zo lenige vingers in stijve krachtenloze staken. Stijve staken die niet eens in staat zijn om een lichtgewicht balpennetje op te pakken.

Alles loopt weer.

De grote lappen liggen dwars door de kamer. De mooie witcreme stof is al half tot gordijnen voor haar dochter verknipt. Na het ski-ongeluk mocht Ester weer even over haar kind in het ouderlijk huis moederen. Het arme schaap had haar been op 2 plaatsen gebroken. Moeder had haar mogen verzorgen en weer oppeppen als haar benen nog niet konden wat ze altijd hadden gekund. Op een bovenhuis 3 hoog zonder lift wordt dat nog extra benadrukt. Als je geen trappen kunt lopen, kun je er geen kant op. Van het uitzicht kon ze op een gegeven moment iedere cm2 met haar ogen dicht natekenen.

Kerstinkopenlijstje

De dure maand december is al weer een aardig op weg naar de explosie van licht, liefde, vrede, kaarsjes, fik en een knallend negatief saldo. Voor mijn portemonnee komt deze maand weer veel te vroeg. Ik schud nog eens met de kerstportemonnee en er vallen twee tientjes en nog wat eurootjes op tafel. Alle overpeinzingen die bij de Kerst horen heb ik mijn vorige decembermaanden al tot in den treure de revue laten passeren. Dat onderdeel kan ik nu dus overslaan.

Praatbomen

Jaren geleden werd ons met een koninklijk gebaar aangeraden om met bomen te gaan praten. Dit kwam toch wel een beetje vreemd over bij de gewone burgerman. Bomen staan als zwijgende getuigen van de gebeurtenissen uit onze geschiedenis de omgeving gade te slaan. Zij verbreken nimmer hun zwijgen over sappige details die voor het nageslacht verborgen blijven.

Over de streep.

De wereld om mij heen ziet er nogal zwartwit uit. Zwart met witte noppen of wit met zwarte noppen. Modekoningen en -koninginnen hebben met hun frivole vinger een modetrend uit de dertiger jaren naar boven gehaald. Waar de noppen verstommen doemen strepen op.

Mijn droom in precies 500 woorden

Soms droom ik over de zeven levens van mijn bestaan. Mijn eerste leven begint ´s ochtends. In ontwakende toestand bereid ik ons voor op de dag vol plichtplegingen. Plassen, wassen, wekken, ontbijten, uitzwaaien naar scholen en bazen, vaatwasseren, in de tram springen, inloggen en met een big smile pers ik een vervalste vriendelijk goedemorgen de telefoon in en denk aan mijn tweede leven wat in de middag los mag.*

Stadsdichter

Inmiddels zijn we al weer een aantal dagen verder, maar op 25 januari j.l. hebben we een heuse echte stadsdichter gekregen. Ons kleine Gelderse provinciestadje gaat er echt voor.
De procedure is uiterst eerlijk verlopen. In oktober zijn er dichtworkshops aangeboden waar iedereen gratis aan mee mocht doen.

In de storm niet plui´s

Met een sierlijke boog komt er een einde aan mijn grote blauw grijs gestreepte paraplu, Vele stortbuien heeft zij voor me opgevangen. Maar windkracht 9 was toch echt iets te veel van het goede. De striemende regen heeft nu vrij spel en haren plakken ongegeneerd op mijn wangen en neus.

Jassen “passen”.

“Kijk hier hangt een mooie jas”.
Een kleine corpulente heer in een dure tijdloze regenjas met de mogelijkheid er een warme voering in te knopen, toont vol trots zijn keuze aan de vrouw. Ook zij ziet er onberispelijk uit. Een zwarte niet te strakke rok tot net over de knie met een keurige rode koltrui onder het keurig gekapte hoofd.