Langzaam openen mijn ogen zich… Om mij heen zie ik de schaduwen van vreemd gevormde bomen met grillige takken. Dwangmatig begin ik er tussendoor te lopen, niet wetend of ik ergens naartoe of ergens van wegloop. De grond onder mijn voeten voelt drassig aan. Iedere stap lijk ik dieper weg te zakken, waardoor het versnellen van mijn pas een bijna onmogelijke opgave lijkt. Heel in de verte zie ik beweging. In de hoop dat het een mens betreft, besluit ik die richting op te gaan. Mezelf afvragend of het dag of nacht is kijk ik omhoog. Een onheilspellend gevoel maakt zich meester van me, als ik boven mij een boog van dikke takken zie, die lijken te bezwijken onder de last van de inktzwarte lucht erboven. De onderste takken raken mij inmiddels bijna. Onbewust buk ik. Angst overvalt me als één van de takken me probeert te omarmen. Kruipend leg ik de laatste meters naar de rand van het bos af om op een open plek uit te komen.

Enigszins verdwaasd kijk ik om mij heen. Een onheilspellende donder klinkt in de lucht. Enkele seconden later volgt de bliksemschicht die de dichtstbijzijnde boom achter mij velt. Rakelings scheert hij langs me heen en valt met een donderend geraas op de grond. De donder komt nu in de regelmaat van een mitrailleur en elke bijbehorende flits velt een boom. Rennend probeer ik zo ver mogelijk van het bos vandaan te komen, maar de vallende bomen hebben de achtervolging ingezet. Zigzaggend probeer ik ze te ontwijken. Hun takken snijden in mijn vlees. Ik voel het niet. Doelloos ren ik door.

Bezweet, bebloed en uitgeput val ik uiteindelijk ergens over. Hijgend probeer ik mijn struikelblok te herkennen. Tranen lopen over mijn wangen wanneer ik de menselijke gedaante waarneem. Ik herken haar. Ze is dood. Nu mijn ogen aan het zicht gewend zijn, zie ik overal doden om mij heen. Allemaal bekenden. Vol afschuw vervolg ik mijn route, de familie, vrienden en kennissen achterlatend. Inmiddels stort de hemel een slijmerige massa over mij uit. Kokhalzend worstel ik mij over de glibberige massa lijken heen richting het, in de verte plots verschenen, eenzame licht.

Hoe dichterbij ik kom, hoe verder weg het lijkt. Ik probeer het te grijpen. De afstand is te groot, maar het licht lokt mij. Als in trance nader ik het stap voor stap. Op het moment dat ik het bereikt heb voel ik een ruk aan mijn voeten en verdwijn in de diepte. Duizenden handen lijken me te betasten terwijl ik dieper en dieper gezogen word. Alles wat zich nog in mijn zakken bevindt wordt door de gretige handen afgenomen tot uiteindelijk zelfs mijn gehavende kleding van mij afgescheurd wordt.
Ik geef me over.
Ik kan niet meer.
Ineens begint de diepte warm en zacht aan te voelen. Mijn handen voelen voorzichtig om zich heen om de vertrouwde vormen van mijn bed te herkennen. De droom is over, maar het gevoel blijft. Langzaam openen mijn ogen zich…

Categorieën: Thema column

Arta

Zijn. bewonderen, verwonderen, notuleren, opwaarderen; Het zijn zomaar wat steekwoorden, die voor mij onlosmakelijk zijn verbonden aan 'Schrijven'. *Overigens schrijf en reageer ik als arta natuurlijk op persoonlijke titel

10 reacties

Arne · 27 februari 2007 op 18:35

[quote]Ik herken haar. Ze is dood. Nu mijn ogen aan het zicht gewend zijn, zie ik overal doden om mij heen. Allemaal bekenden. Vol afschuw vervolg ik mijn route, de familie, vrienden en kennissen achterlatend. Inmiddels stort de hemel een slijmerige massa over mij uit. Kokhalzend worstel ik mij over de glibberige massa lijken heen richting het, in de verte plots verschenen, eenzame licht. [/quote]

Heftig, zou uit een horror film kunnen komen.. 😮

Maar wel mooi verhaal, de ultieme nachtmerrie zou je haast zeggen. Goed omschreven..!

Arne

SIMBA · 27 februari 2007 op 19:40

Wat een nachtmerrie!!!

Trukie · 27 februari 2007 op 20:43

Wat is dat bedje toch weer lekker na zo´n tocht door het duistere bos.
Mooi geschreven.

WritersBlocq · 27 februari 2007 op 23:06

[quote]Heel in de verte zie ik beweging. In de hoop dat het een mens betreft, besluit ik die richting op te gaan. [/quote]

Deze, en nog meer, zinnen maken het zo ‘net niet’. Een soort van afstandelijk geschreven fictie waarin je toch wil laten lezen dat je het ècht meemaakt, maar dat lukt niet, zo komt het althans op mij over.

Lief groetje, Pauline.

pally · 28 februari 2007 op 12:24

Angstzweterige droom, Arta.
Goed geschreven, ook al ben ik het wel eens met wb’s kritiek van het afstand nemen.

groeten van Pally

arta · 28 februari 2007 op 13:35

@ WB en Pally: Ik kan het niet laten dingen uit te proberen! Mijn dromen onthou ik nooit, dus dit is helemaal van A tot Z verzonnen, ik was dus al bang dat het niet ‘droom-echt’ over zou komen. Experiment mislukt!! Op naar de volgende!
😀

Mup · 28 februari 2007 op 14:09

Experiment zeker niet mislukt, beetje eens met WB, zou bijvoorbeeld willen weten waarover je struikelt, en [quote]Een onheilspellend gevoel maakt zich meester van me[/quote] zou ik van maken, maakt zich van me meester.
Zonder te veel onheilspellend te gebruiken, is je droom onheilspellend genoeg,

Groet Mup.

KingArthur · 28 februari 2007 op 15:57

Grappig eigenlijk, normaal komen jou teksten mij dromerig over en juist hier vind ik dat vele malen minder ondanks het feit dat er vreemde dingen gebeuren.

Li · 28 februari 2007 op 22:16

Nee Arta, zeker niet mislukt. Alleen zijn sommige zinnen te lang om het echt bloedstollend te maken.

Li

arta · 1 maart 2007 op 09:30

Heel erg bedankt voor de reacties en opbouwende kritiek!
🙂

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder