Dit is een stukje wat ik heb geschreven in de tijd dat ik nog met de trein reisde en dus veel (schrijf)tijd kon vol maken. persoonlijk vindt ik dit een van mijn leukste stukken maar ik zou graag willen horen wat andere er van vinden en wat voor fouten ik bijvoorbeeld maak.
Het is half een in de ochtend en een zonnige winterochtend, voor haar nog ochtend, omdat ze meestal niet voor een uur in de nacht thuis is. En dus ook niet voor tien uur haar bed uit is.Op het station waar ze moet wachten op haar trein is het al niet zo druk meer. De restauratie waar ze haar vaste kopje koffie besteld, is het ook niet zo druk. Terwijl ze naar boven loopt naar het perron, zet ze haar diskman aan, het is rustige muziek, dit helpt haar om lekker in haar eigen wereldje te zijn. Meestal luistert ze deze muziek, als ze zich wat minder voelt, als ze ergens meezit. Ze bedenkt zich dat ze dit al 2 maanden luistert, terwijl ze toch ook best dagen heeft die heel lekker gaan. Inmiddels is haar trein “het gele monster” aangekomen en ze stapt in. De rokerscoupe is boven, de man voor haar doet de deur open en loopt zonder om te kijken, en zonder ook maar de deur voor haar open te
houden door. De deur slaat met een vaart tegen haar arm, met het kopje koffie, waar deze keer gelukkig een dekseltje op zit, hier was ze al op berekent, ze had al meerdere malen koffie gemorst hierdoor. Mensen denken daar tegenwoordig niet meer aan. Ze heeft hier wel van geleerd en dus zorgt ze elke keer dat ze een dekseltje op haar verse koffie heeft. Zo daar is nog een plekje vrij, ze worstelt zich over een man met levensgrote aktetas en een ouder mevrouwtje, die ondertussen zoveel mogelijk ruimte maakt voor haar. En een beetje giegelend , dat ze die treinen altijd te klein maken. De meneer met aktetas, werpt een korte blik op de worsteling en gaat duidelijk geërgerd weer door met tikken op zijn minuscule apparaatje, misschien een laptop of telefoontje, ze had geen idee. Het had weinig gescheeld of ze had de man verontschuldigt dat ze ook maar ademde. Het mevrouwtje schijnt hetzelfde te denken, want ze schenkt haar een gulle glimlach, met een blik van “die arme man, hij weet niet beter”, zij glimlacht op haar best terug. Het maakt het allemaal eigenlijk ook een stuk minder erg, als ze in haar eentje had geweest had ze zich dood zitten ergeren, door het vrouwtje werd het eigenlijk wel wat komisch. Het station nadert, daar moet ze overstappen en ze kijkt het vrouwtje verontschuldigend aan, die snapt het en maakt meteen ruimte. Ze bedankt haar vriendelijk en wenst haar nog een prettige reis. Dit laatste zei ze wat sarcastisch, met haar neus wijzend op de knorrende man. Waarop het vrouwtje weer wat lachend haar hetzelfde toewenst. Als ze de trein uit loopt, bedenkt ze zich, hoe erg ze hier van geniet. Het zijn momenten van een soort van saamhorigheid, het verzacht eigenlijk een beetje de situatie van tegenwoordig. Terwijl ze rustig de trap af loopt en de gang in gaat, loopt een duidelijk gehaaste man haar bijna omver. Ze kijkt geërgerd op en ziet de man ongestoord verder rennen. Kijk, op dit soort momenten zou ze de man achterna willen rennen en vragen wat er dan wel zo belangrijk zal zijn om haar om bijna omver te rennen. “Is zijn vrouw aan het bevallen? Zou hij een CIA-agent zijn die een bommenlegger op het spoor is? Nee hij zal wel een “Belangrijke” vergadering hebben, over het kantoor, dat een nieuw interieur moet krijgen, om de werksfeer te verbeteren. Weer verder lopend naar het perron, daar aangekomen ziet ze dat haar trein 10 minuten vertraging heeft, buiten de 10
minuten die ze normaal al in de kou moet wachten. Super chagrijnig gaat ze zitten op een van de steenkoude zwarte blokken die als zitvlakken dienen. Ze bedenkt dat ze wel wat leesvoer had mee kunnen nemen, dan had ze nog wat te doen, bij gebrek aan beter kijkt ze het perron rond. Ze ziet een zakelijk geklede man met Turks/Marokkaans
uiterlijk, druk aan het bellen en druk gebarend schreeuwt hij zo wat in het mobieltje in een onverstaanbare taal. Naast de snoepautomaat zit een oudere man ook duidelijk verveeld naar een onbewegende saaie grijze stoeptegel te kijken. Even moet ze in zichzelf lachen, omdat ze zelf ook in de meest rare dingen op kan gaan, en hoe stom dat er eigenlijk uitziet. Met een gerommel komt er een trein aan, er valt een donkere schaduw
over haar, het zonnetje heeft de hele tijd volop geschenen, zonder dat ze het eigenlijk heeft gemerkt. Ze vraagt zich af waar haar trein blijft en na vijf minuten komt ook deze aan. Ze zoekt weer de rokerscoupe, in die coupe zit dit keer helemaal niemand en ze gaat uitgebreid zitten. Ze zet zich in de “uit het raamkijkende”positie. Met haar beide benen op de iets verhoogde rand van de vloer, haar elleboog op de zwarte rand van het raam en haar hand onder haar kin, kijkt ze dromend naar buiten. Het zonnetje heeft er zin in, hetschijnt als een opgepoetst spotje ontdaan van een nicotine- en stof laagje. Hoe ze daarop
kwam weet ze ook niet, ze had dat wel vaker van die rare verwoordingen/gedachten.
Maar dat maakt eigenlijk niets uit, omdat het haar maakt zo als ze is, dit maakt haar in haar gevoel uniek. Net zoals een ieder ander zich uniek maakt door iets anders. Ook was ze een dromer en denker hoewel ze nog steeds niet wist of dit nou goede of slechte eigenschappen waren. Verschrikt kijkt ze op, hier moet ze er alweer uit. Terwijl ze de trein uitloopt, botst bijna tegen een vrouw. Als ze zich wil verontschuldigen ziet ze dat het dat vrouwtje is wat altijd in de trein en op stations rondhangt, ze vermoet ook dat het een junk is door die plekken in haar gezicht. Inmiddels kent ze haar wel een beetje, doet niet echt iemand kwaad maar valt ze wel altijd lastig. Vandaag zal ze haar dag wel niet hebben want ze brult of ze niet had kunnen uitkijken. Ze besluit hier maar niet op te reageren omdat dat toch geen zin heeft, dan kan je nog zou aardig zijn. Het vrouwtje loopt hardop mopperend door en zij ook, nadenkend over dit voorval. Ze is onderweg naar haar werk. Op dit moment is dat nog een super netjes restaurant, liever had ze in een grand café of eetcafé gewerkt maar het was nou eenmaal zo gelopen.


5 reacties

deZwarteRidder · 19 november 2003 op 09:20

Goedenmorgen Kareltje.. 😉
Je schrijft erg “beeldend” en dat maakt dat je column erg lang wordt, ik telde ongeveer 1065 woorden. Hierdoor lijkt het meer de richting van een roman op te gaan. Ik lees de column en wil weten hoe hij afloopt….maar door de lengte wordt ik ongedurig..( zit ik een column, een dagboek of een roman te lezen?)
Zelf denk ik ( maar wie ben ik?) dat de tweede treinreis er wel afkan.. en als je dan een “pakkend slot”aan de eerste treinreis plakt dan is het een prettig leesbaar geheel.
Maar goed… het is je eerste column en zeker de moeite waard om er mee door te gaan, schrijfstijl en woordkeuze vond ik prettig leesbaar. Ik kijk vol belangstelling uit naar je tweede..
Succes
Rich@Rd

Kees Schilder · 19 november 2003 op 09:40

Inderdaad een beetje lang Karel, maar je vindt je weg wel want verder leest het prima

pepe · 19 november 2003 op 19:51

Leuke column.. voor een eerste keer!! 😉

Komt vast nog meer van jou?? Beetje korter kan wel 🙂

kareltje · 19 november 2003 op 23:59

Het was inderdaad wel een beetje lang, maar dit was ook zomaar geschreven en k’had er geen bedoeling bij het ergens te laten plaatsen ofzo.
Uiteindelijk was ik toch wel nieuwsgierig wat andere mensen er van vonden.
En schrappen kan ik niet :dunno: , maar zal er op letten.
Bedankt voor jullie reactie in ieder geval en hoop dat jullie het volgende stukje (column) leuk vinden.

Heb daarbij op jullie advies gehoor gegeven,
maar daarintegen het ‘beeldende’ een klein beetje is uitgebleven,

Ik hoor jullie denken waarom rijmt ze nou?
Het slaat niet op sinterklaas maar jullie merken het gauw,

gebruik daar ook minder woorden bij
en het blijft een feit in rijmen ben ik echt geeen kei!

to be continued…..

(sorry zelfs dit kan ik niet kort houden 😳 )

viking · 20 november 2003 op 08:51

Knap geschreven, hoewel niet aan mij om te oordelen, lees ik hier een echte schrijver, maar dan wel van boeken. Qua kritiek (lengte) sluit ik mij aan bij de rest.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder