Ze ligt in bed en tuurt naar de kleine opening tussen de gordijnen. Het is donker, maar er schijnt een dikke strook kunstmatig licht naar binnen. Het oranje licht knippert en haar ogen beginnen het ritme over te nemen. Ze draait haar hoofd en kijkt naar de klok. De klok zegt haar niets. Het is donker dus het zal wel nacht zijn. Het oranje verlicht stroboscopisch een foto die op haar nachtkastje staat. Een trouwfoto. Ze kijkt erna en door het ritmisch bewegen van haar ogen valt ze langzaam weer in slaap. De foto knipperend op haar netvlies gebrand. Haar onderbewuste hoort dat er naar haar geroepen wordt en ze krijgt seintjes om te ontwaken. Voorzichtig doet ze haar ogen open, dichtknijpend van het weerkaatste zonlicht op de foto. Ze draait haar hoofd met het gezicht naar het raam. Verblind door de felle zon komt ze moeizaam overeind en ze slaat de dekens van haar af. Ze kijkt recht in haar eigen ogen in de spiegel die aan de kast hangt. Verbaasd beweegt ze haar handen door haar grijs-witte haren. Een diepe zucht volgt. Ze kijkt om haar heen en ze zoekt naar haar kleren. “Trees! Kom je naar beneden?!”, hoort ze in de verte. Ze kijkt rechtop en besluit te reageren op wat ze hoort.

Met haar versleten heupen en zwakke enkels strompelt ze tree voor tree de trap af. Stevig de leuning vast houdend om een gevoel van veiligheid te hebben. Ze kijkt naar de muur. De muur hangt vol met foto’s. Oude zwart-wit foto’s. Maar ook heel kleurrijke foto’s. Jong en oud. Van baby’s tot oude grijze, gerimpelde mensen. Het zijn er veel. Maar ze kan ze allemaal in detail bekijken. Eén voor één. Tree voor tree. Eenmaal beneden staat ze in de hal. Het zonlicht door de voordeur verblindt haar weer en ze draait zich om. Ze ziet allerlei kleine beeldjes. Dikke mannetjes met kale hoofden en lange oorlellen. Ze staan onder een spiegel en omhoog kijkend neemt ze weer een glimp van haar zelfbeeld op.

Voorzichtig doet ze de kamerdeur open en ze staat even stil. Ze kijkt om haar heen en ze besluit de kortste lijdensweg te nemen en ze gaat zitten op de bank. Ze pakt een deken en legt deze over haar pijnlijke benen. Ze kijkt naar de tv. Een oude donkere man zorgt voor haar en maakt het haar gemakkelijk. In de loop van de dag komt er bezoek. Het is zondag. De dag die draait om samen zijn. Samen eten en samen kaartspelletjes doen. Ze past. Ze blijft zitten op de bank en laat haar mond minimaal geluid produceren. Het bezoek groet haar en vraagt hoe het gaat. “Goed…”, antwoordt ze langdradig en onzeker. Dezelfde donkere man brengt haar avondeten en een jonge vrouw brengt haar wat te drinken. De volle eettafel brengt veel gezelschap. Ze vindt het fijn om te hebben. Liefdevolle en zorgdragende mensen om haar heen. Ondanks dat haar lichaam levensmoe is, is haar geest nog redelijk fit. Ze zegt niet veel hardop, maar van binnen schreeuwt ze het uit. Het bezoek vertrekt in de loop van de avond weer naar huis en de dag komt ten einde. Tijd om te gaan slapen.

Met moeite staat ze op om haar weg te vervolgen naar boven. Tree voor tree gaat ze de trap op. Ze houdt de leuning stevig vast en kijkt aandachtig naar de foto’s aan de muur. Ze gaat op bed zitten en kijkt naar de spiegel. Ze groet haar en wenst haar een goede nacht. Ze kijkt weer naar de foto op haar nachtkastje en draait haar lichaam naar het raam. Met de golvende gordijnen die het oranje licht doorlaten. Dezelfde flikkering zoemt haar rustig in slaap.

Midden in de nacht wordt ze wakker. Ze kijkt opzij en ziet daar die donkere kale man naast haar liggen. Ze kent hem. Hij zorgt voor haar. Hij staat ook op de foto. Met de rillingen over haar rug en druppelende ogen, gaat ze rechtop in bed zitten. Haar blik gaat naar de spiegel en de foto. Ze heeft geen idee wie de vrouw is, die ze dagelijks tegen komt. Al die foto’s aan de muur. Zou het familie zijn van de man die naast haar ligt? En dan die mensen die haar ‘ma’ en ‘oma’ noemen, waarom doen ze dat? Ze droogt haar tranen en het besef dringt tot haar door dat zij de vrouw is op de trouwfoto. De vrouw die ze dagelijks in de spiegel weer ontmoet. De mensen die ze op de foto’s ziet en wekelijks langs komen. Het zijn haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Haar familie, haar man. Met een gerust hart en een glimlach vervolgt ze haar nachtrust.

In de vroege morgen ontwaakt ze en tilt met moeite haar oogleden op. Ze kijkt recht naar een foto op haar nachtkastje. Het is een trouwfoto. Ze ziet een mooie blanke vrouw en een knappe donkere man. Ze gaat rechtop in bed zitten en kijkt in de spiegel. Ze kijkt nog eens naar de foto en ze denkt na, ze zoekt naar antwoorden, ze weet niet wie ze zijn…, ze kent ze niet.


BuddhaWriter

Geen vogel vliegt te hoog die met zijn eigen vleugels vliegt

15 reacties

SIMBA · 8 april 2009 op 17:20

Wat mooi gedaan Gary, ik vind het prachtig!
Een foutje wat me opviel:
[quote]Ze kijkt erna [/quote]
het moet zijn:ernaar.

Annemarie · 8 april 2009 op 17:30

Heel mooi, het raakt me. Voor mij heel herkenbaar.

champagne · 8 april 2009 op 17:35

Het lijkt me afschuwelijk om in zo’n niemandsland te verblijven. Maar je hebt het mooi verwoord en je wist me te raken met het trieste onderwerp.

lisa-marie · 8 april 2009 op 18:54

De titel is schitterend gekozen net als het geheel.
Het laat mij er even bij stil staan.

LouisP · 8 april 2009 op 21:04

Hoi Gary,

een prachtig stuk. Omdat mijn vader enkele jaren geleden is overleden na een lange periode van Alzheimer dacht ik daar aan.

Groet,

Louis

pally · 8 april 2009 op 22:05

Het is een mooi onderwerp, de dementie, dat je op zich goed getroffen hebt, al zou het van mij iets compacter mogen, Gary.
Maar bij de eerste keer lezen viel het me al op. Je gebruikt heel erg veel het woordje ‘haar’. Nou snap ik dat je daar soms niet onderuit kan. Maar bij tellen (bij de tweede maal lezen) kwam ik op 33 keer in je stukje! Dat vind ik echt teveel.
bijv;
[quote]Zij kijkt om haar heen[/quote].
‘haar kun je vervangen door ‘zich’

[quote]Ze groet haar en wenst haar goede nacht[/quote].
Hier kun je er zeker een weglaten enz, enz.

Je moet het zelf maar eens proberen, een goede oefening, denk ik.

groet van Pally

Garuda · 8 april 2009 op 23:36

Je hebt helemaal gelijk Pally.

Ik zat te twijfelen of zich niet mannelijk was. Ik heb dus de meeste zich’s verandert in haar. :stom:

Het leest inderdaad een stuk minder lekker, maar ik wilde het risico niet nemen om ‘zich’ te laten staan. Had ik dus beter wel kunnen doen. En het woordenboek zegt ook genoeg…

Een ieder bedankt voor de reacties!

Garuda · 8 april 2009 op 23:43

Dank je wil Simba!

Het is zo een automatisme om ‘ernaar’ als spreektaal neer te zetten waardoor ik het niet eens in de gaten heb gehad. Bedankt voor de correctie! 😀

rammcel · 8 april 2009 op 23:56

een mooi, boeiend verhaal gary, met gevoel geschreven, het verhaal doet me aan mijn oma denken 😉

KawaSutra · 9 april 2009 op 00:40

Jouw verhaal heeft me zeker geraakt, maar het is te lang. Het is de kunst om in enkele zinnen de sfeer te beschrijven die jij beoogt over te brengen. Dat kan, maar het is lastig. Hoe meer woorden je neemt hoe makkelijker het wordt. Maak het jezelf moeilijk. Bekijk je zinnen stuk voor stuk en probeer te combineren en te strepen.
Overigens past het voortkabbelende verhaal wel heel goed bij het gekozen onderwerp. De belangrijkste aspecten van dementie heb je ook goed overgebracht.

Dees · 9 april 2009 op 09:09

Mooi Gary,

Ook knap dat je je op een terrein waagt waarop je zelf nog nooit hebt gelopen. Waarschijnlijk wel als toeschouwer, maar niet als ervaringsdeskundige deze keer. De vervreemding is goed overgekomen, evenals het geleidelijke verraderlijke van die rotziekte. Knap geschreven.

arta · 9 april 2009 op 10:48

Leg jouw eerste en laatste verhaal hier naast elkaar en ik zou niet geloven dat het door dezelfde persoon geschreven is.
Dit stuk is wmb jouw beste tot nu toe. Een paar kleine puntjes, zoals in eerdere reacties genoemd, doen niets af aan het feit dat dit met veel inlevingsvermogen geschreven is!
🙂

Nana · 9 april 2009 op 15:03

Mooi!

Mien · 23 april 2009 op 14:46

Op een haar na een kei goede column.
wat een verschil met je eersteling.

Mien

Garuda · 25 april 2009 op 13:29

Een klein dun haartje maar? 😀

Dank je wel Mien.

Geef een antwoord