Net een scheiding achter de rug; bedrijf naar de klote. Op zich al genoeg ellende om een boek over te schrijven. En dan staat daar mijn dochtertje met een vriendinnetje. Omdat het wel erg zielig is, zo alleen in een groot huis. En ze heben daarover nagedacht en besloten dat een kat wel aardig gezelschap is dan. Uit het meegenomen mandje begrijp ik dat ze ook maar vast tot de aanschaf zijn overgegaan. Helemaal gratis van een boerderij, hoefde alleen nog maar de jaarlijkse prikjes. Ze zijn hem zelf op wezen halen helemaal in een dorp verderop. Dan sta je wel even met een mond vol tanden als hondenliefhebber. Niet dat ik een hekel heb aan katten. Maar sedert de tijd dat alle katten uit de verre omgeving de kroeg en bordeel in de tuin van mijn ouders bezochten, voel ik mij toch altijd beperkt in mijn bewegingsvrijheid in de nabijheid van katten. We durfden thuis nauwelijks ‘savonds met de bromfiets achterom te gaan. Emmers water, anti-kattenplanten. We hebben van alles geprobeerd om ze naar een ander oord te verbannen. Zonder enig succes.

En dan nu een kat in huis, een kitten. En een dooie lul ook nog. Was met geen mogelijkheid zijn mand uit te branden. Ik besloot hem dan ook spontaan Dooie als doopnaam mee te geven. Later is de roepnaam Dorus geworden. Bij de dierenarts bleek het gratis katje ook nog niet gecastreerd te zijn, en bovendien last van een oorontsteking te hebben. Zo werd het katje toch nog een hele investering.

Omdat ik niet mijn hele leven alleen met Zwartjoekel wilde blijven heb ik mij een tijd gestort in korte en lange relaties. Altijd kattenhaatsters, om de een of andere reden. Maar Dorus verstaat de kunst van het verleiden veel beter als ik. Steeds een stapje dichterbij, totdat hij zonder protest van geliefde wel op haar schoot weet te belanden. En als dat te lang duurt naar de zin van meneer, dan kan hij ook heel geraffineerd zijn object in haar slaap overvallen en dan heel stiekem zijn plek uitzoeken.

Meestal let ik er op dat er voldoende eten in zijn bak zit, ben tenslotte zelf ook een lekkerbek. Maar soms vergeet ik wel eens op tijd een nieuwe voorraad in huis te halen. En ach, een kat stamt van de wilde dieren. Die kan best een dag zonder. Niet naar het oordeel van de vriendin. En dan fiets ik nogmaals richting winkelcentrum, de dag vervloekend dat er een kat in mijn leven verscheen. Want wanneer ik anders een dag later een eitje wil bakken met een plak ham, blijkt de ham met melk en brood veelal terecht te zijn gekomen in de etensbak van een knorrende kat.

Of het mede te wijten is aan de kat dat vriendinnen het uiteindelijk niet zagen zitten, ze verdwenen… maar Dorus bleef. Van binnenkat in een huis werd hij binnenkat in een flat.
En toen buitenkat; we wonen nu in een huurhuis. Geen gewone buitenkat, want het is tenslotte een je-weet-wel-kater. Zal wel relatieadviseur zijn. En ja, ik zeg ‘we’, want ik woon nu al weer 2 jaar samen met een echte kattenhaatster.

Dagelijks staat Dorus aan haar kop te mauwen dat hij eruit wil, en mopperend staat ze dan weer op. In de hoop dat hij eens niet meer terug zal keren. Maar als beiden zich op de bank vleien, dan vallen ze al spoedig samen met een tevreden gevoel in slaap. Ik mis nog wel eens een plakje ham uit de koelkast, maar heb het er maar voor over. Waren alle mensen maar kattenhaters.


1 reactie

Martijn · 7 maart 2003 op 09:03

Ik denk dat hier de basis voor een bestseller gelegd is.

Zie het al voor me. In grote neonletters:’De avonturen van KOBUS & DORUS.’ (Nu verkrijgbaar bij de betere vakhandel)

Dickie Dick, eat your heart out!

Groet Martijn.:-D

Geef een antwoord