Met maar liefst een half uur treinvertraging kom ik het ministerie binnenstormen. Via een smalle draaideur loop ik het grauwe gebouw in. Nog even naar het opvallend hippe toilet en meteen door naar de vergaderzaal. Ik zet mijn jong&gemotiveerd blik op en loop de ruimte binnen. De verhit notulerende vergaderleider grijpt mijn binnenkomst aan als gelegenheid om een RSI pauze te nemen en heet me welkom. Gepast blozend stel ik mij voor, pak mijn notitieblok en neem plaats naast een slakachtig mannetje. Eerst maar even de sfeer proeven. Na een minuut of twee heb ik al door dat ik hier niet wil zijn. Ik ben er erg tevreden over dat ik me als eenentwintigjarige student deze ´expertmeeting´ heb ingekletst, maar krijg nu angstige visioenen over mijn toekomst. De mij omringende mensen hebben banen die me boeien. Ze leiden een onderwijsinstituut, zijn expert op het gebied van onderwijsvernieuwingen of zitten in de landelijke politiek. Waarom zijn ze dan allemaal zo improductief, zo ongeïnteresseerd in alles buiten hun eigen verhaal en zo virtuoos in het afdwalen van het discussieonderwerp? En wáárom heb ik als onervaren techniekstudent precies door wat er misgaat tussen deze doorgewinterde pedagogen en politici? Het lijkt een soort strategie te zijn zo onduidelijk mogelijk langs de anderen heen te praten in zo duur mogelijke woorden. Ik probeer een manier te vinden om de discussie terug te brengen naar het onderwerp, maar ontbeer een zware basstem en grootste motoriek, zodat ik niet boven de elkaar in hoog tempo opvolgende monologen uitkom. Gelaten staak ik mijn pogingen en probeer belangstellend te kijken terwijl de non-communicatie me om de oren vliegt.

Een enigszins gekreukeld heerschap met nonchalant stippenstrikje hamert erop ‘dat het belangrijk is te kunnen denken buiten de gebaande wegen’. Zijn zwaarbebrilde buurman is het hier volledig mee oneens en benadrukt zwaaiend met zijn bevulpende hand ‘dat het hier draait om de sociale cohesie en het antwoord op economische herstructureringen als gevolg van economische dynamiek’. Hierop antwoordt zijn dik bemascarade buurvrouw dat ze vindt dat hij afdwaalt van het onderwerp en ‘dat er eerst institutionele barrières weggenomen moeten worden’.

Op dit moment hoop ik gillend wakker te worden in mijn eigen warme bed, maar niets is minder waar. Een spitsbeneusde ambtenaar heeft me in het vizier gekregen en orakelt dat we de mening van ‘de student’ niet mogen vergeten. Alle ogen richten zich op mij en ik probeer me koortsachtig te herinneren waar de laatste sprekers over geraaskald hebben. Gelukkig ontdek ik net op de tijd de onuitroeibare PowerPoint presentatie en begin puntsgewijs mijn mening te geven over de op het scherm geprojecteerde onderwerpen. De notulist begint de Powerpoint aan te vullen met mijn kreten en ik krijg wat kritische vragen naar me toe geslingerd, die wonderwel aansluiten op wat ik net verteld heb. Geestdriftig beantwoord ik de vragen, tot het nieuwe eraf is en mijn buurman het betoog overneemt, refererend aan Plato en andere grootheden die wat mij betreft niets met het onderwerp te maken hebben.

Na tweeëneenhalf uur mag ik eindelijk de ruimte verlaten. Uitgeput van het luisteren en teleurgesteld in minstens de helft van de mensheid plof ik in de trein. Een vrolijke stem meldt me dat mijn trein ongeveer een half uur vertraging heeft door een seinstoring aan de andere kant van het land. Voor het eerst in mijn leven ben ik blij met deze relevante, heldere communicatie.

Categorieën: Politiek

9 reacties

Prlwytskovsky · 30 maart 2006 op 18:31

Een RSI pauze is dat een muisloos minuutje?

Enne Arjanna: welkom bij de mensen. 😉

Anne · 30 maart 2006 op 18:33

Heerlijk stukje, mooie karikaturen die er ongetwijfeld werkelijk zo uitzien.
Andere wegen bewandelen dan maar Arjanna?
Groet van Anne.

Mosje · 30 maart 2006 op 21:43

Arjanna, de functiegerichte indicatiestelling in jouw non-verbale betoog is weliswaar begrijpelijk, maar wat is het nut en het maatschappelijke belang ervan voor de samenleving in het algemeen, en voor mij als individu in het bijzonder?
😛

Trukie · 30 maart 2006 op 22:51

Ik pijnig mijn hersens om te ontdekken welk ministerie nog grauw en grijs is. Volgens mij zijn ze allemaal fonkelend nieuw met ultramoderne en felle kleurtjes.
En was het nou een meeting of een sollicitatie of een stagepoging?
Het enige wat me duidelijk is dat jij levenslang geen ambtenaar wilt zijn :laugh:

arjanna · 31 maart 2006 op 08:44

Jaaaa, ’t ministerie OCW en buurtgenoten zijn hartstikke modern. Maar aan de andere kant van het station liggen er ook nog een paar..

Maare wat weet jij veel van ministeries, toch geen *mbt*n**r he? 😉

Het was gelukkig een eenmalige meeting, stagepogingen&sollicitaties doe ik (nog niet) aan.

senahponex · 31 maart 2006 op 09:32

Welkom in de multi-diciplinaire bureaucratische organisatievorm welke overspoeld wordt met sociaal – psychologische prognoses van strategiebepalingen.
De geintegreerde organisatorische ontwikkeling van gedragsalternatieven vormen structurele begeleiding van veranderingsprocessen. 😀
Leuk hé ambtenaren en politici, geweldig sterk geschreven column

KawaSutra · 31 maart 2006 op 14:33

Prachtig stukje proza. Jouw avatar doet mij vermoeden dat je op dit moment alleen nog maar ‘luis in de pels’ wilt zijn. Het is te hopen dat de jeuk die jij daar veroorzaakt hebt er toe zal leiden dat het betreffende ministerie eens de stofkam haalt door haar eigen organisatie. Dan kunnen ze wel het beste die luis laten zitten denk ik. 😀

Dees · 31 maart 2006 op 20:36

Heerlijke zinnen en heerlijke woorden, je raast er lekker door.

Mup · 2 april 2006 op 02:29

Je hebt hem mooi ‘gedicht’ deze column, met de trein begonnen en geeindigd, zit wel iets voor een thema-column in;-)

groet Mup.

Geef een antwoord