Soms weet je niet wat je wakker maakt. Een geluidje van buiten of het aanspringen van de verwarming. Ook deze keer weet ik het niet. Mijn wekkertje wijst 3.30 aan. Te vroeg om op te staan. Als ik mij omdraai zie ik dat mijn vriend niet meer naast mij ligt. Na een kwartier is hij er nog niet. Toch maar even kijken waar hij uithangt. Zacht loop ik de trap af en beneden aangekomen zie ik mijn vriend in lotushouding op de grond zitten In een soort kleermakerszit. Zijn ogen zijn gesloten en zijn rug is kaarsrecht. Op zijn gezicht ligt een weemoedige uitdrukking. Ik zie hem voor het eerst zo en hij blijft verbazen. De kwajongenachtige branieschopper is verdwenen .Die heeft plaats gemaakt voor de zachtaardige man die hij eigenlijk is maar goed verborgen weet te houden.
Nu ik meer van hem weet kan ik het plaatsen. Zijn soms bijtende cynisme komt voort uit zijn gekmakende gevecht tegen alles wat niet rechtvaardig is. Gevechten die hij nooit wint. Gevechten eigenlijk, tegen windmolens. Vertrouwen doet hij niemand. Bijna niemand moet ik zeggen. Alleen aan zijn beste vriend en zijn hond zou hij zijn leven toevertrouwen.
En ik stel me zo voor dat hij mij nu ook vertrouwt. Beetje bij beetje opent hij zich voor me en dan zie ik een heel andere man dan ik dacht die hij was.
Naast hem ligt zijn hond met de kop op zijn schoot. Hij gromt een beetje. Waarschuwend, alsof hij wil zeggen. Ik ken je nu wel maar dat wil niet zeggen dat je voorbij mij komt.
Die hond is een verhaal apart. Twee keer heeft hij het leven van mijn vriend gered.
Een keer in een snackbar toen mijn vriend werd aangevallen door drie geflipte drugsgebruikers met messen. En een keer toen iemand hem wilde beroven en mijn vriend een pistool tegen zijn hoofd kreeg. De hond sprong gewoon naar de overvaller en beet de hand met pistool bijna helemaal af.
Stilletjes blijf ik kijken en de hond sluit zijn ogen weer. Mijn vriend haalt nauwelijks adem en ik zou wel eens willen weten wat er nu omgaat in zijn hoofd.
Een heel klein glimlachje hangt er om zijn lippen. Ik vraag mij af wanneer hij mij helemaal toelaat. Zelfs zijn hond staat hem nader. En een beetje verdrietig wil ik mij omdraaien om weer naar bed te gaan.
Nog even kijk ik naar hem en plotseling slaat hij zijn ogen open. Een brede glimlach laat zijn lippen krullen. En in zijn ogen zie ik van alles. Maar dàt wat ik wil zien, zie ik ook. Zijn ogen zeggen dat ik mij geen zorgen hoef te maken..

Categorieën: Liefde

5 reacties

gast · 18 februari 2003 op 15:27

Hou zelf meer van katten, toevallig h`e ?

gast · 18 februari 2003 op 17:03

Mooi geschreven WT.
Zie je eind deze week, namijn toernee door Weesp e.o
Ab

R@@F · 18 februari 2003 op 17:14

Beste Wenteldel,

Ik heb je column gelezen en mijn raad is….je had voor hem moeten bukken en je mossel zijn bakkus in moeten douwen..wedden dat die lotus houding was veranderd in een likkus houding!!
Maar zonder gekheid, een hele mooie en eerlijke column…en als jij zo goed blijft schrijven, dan mag je mij altijd bellen als je je vriend zat bent en op zoek bent naar een andere uitdaging!!
😉 😀

ToT Onzin

gast · 19 februari 2003 op 17:46

De ‘Dalai Lamaar’ op een houtvlot zul je bedoelen !

Kees · 19 februari 2003 op 21:53

Mooi. Heel mooi. Je zegt heel veel in één alinea. Die derde alinea, die omvat een hele wereld, een heel leven. En voor wat betreft je wens; met geduld zul je veel kunnen bereiken – geduld en een voorraadje incasseringsvermogen.

Geef een antwoord