Geloof komt terug, zo wordt beweerd, maar God weet de weg naar België blijkbaar moeilijk te vinden. Hoewel, volgens mij is er niet één God maar meerdere Goden, een klein verschil. Eén daarvan, het wielrennen en onze Flandriens, geniet hier die kritiekloze aanvaarding die vroeger terug te vinden was in het ware geloof. Archeologen en geschiedkundigen moeten al ver in ons verleden delven om een even grote adoratie als de hedendaagse wielersport terug te vinden. Wij kunnen ons nog moeilijk iets voorstellen bij ‘het charisma van de katholieke kerk’: die mengeling van respect, vertrouwen en ontzag die de kerk als instituut wist in te boezemen is vandaag de dag niet meer aanwezig, allesinds in zeer beperkte mate. Zonder het wielrennen zouden we het woord ‘charisma’ zelfs moeilijk een betekenis kunnen geven: Wielrenners worden echter, net zoals de geestelijken van weleer. Ze komen tussen het volk, rijden de Alpen op met een waanzinnige massa tierende mensen met langs de kant die nét voor de laatste fatale pedaaltrap een achterwaartse sprong maken en stellen zich voor als gewone stervelingen. Thuis voor de beeldbuis valt er een zucht van opluchting.

Alleen geven wielrenners blijk van een menselijk aspect, iets wat vroeger onder de kerkelijken ‘not done’ was, allesinds het niet openlijk uitspraken: in de fout gaan en schuldig maken aan het begaan van een zonde.

Het geloof in wielrennen, een duidelijke en nieuwe vorm van hedendaagse kunst en geloof, is onder het gewone volk en zijn burgers zo diep dat de begane zonde(n)vergeven -kunnen- worden. Iets wat vandaag de dag van vroegere kerkelijke blunders in mindere mate gezegd kan worden. Wielrennen is een deel van ons leven, het vult de publieke ruimte mee op. Opdat de leegte daarvan niet zou opvallen? Waarschijnlijk, maar ook en vooral vanuit oprechte overtuiging omdat ze hopen op die manier iets dichter te komen tot het eigen gevoel van ‘Belg-zijn’. Bezie het als een soort nationalisme om de toenemende verrechtsing tegen te gaan. Daarom vult het wielrennen verbaal de stranden, dijken, winkelstraten, terrassen, dorpspleinen en fietspaden en worden de nietsvermoedende voorbijgangers geïnjecteerd met deze kunst en in vervoering gebracht.

Alle gewicht wordt in de schaal gelegd, geen offer is te groot en elk (berekend) risico wordt in overweging genomen. De oude Egyptenaren en Azteken, die groteske kunstwerken in functie van hun geloof boven het algemeen welzijn plaatsten inspireren de zondaars van het peloton. Ik hoor het mijn leraar Geschiedenis nog zeggen: ‘Zij hebben prachtige kunstwerken tot stand gebracht, maar wat is het menselijk offer geweest?’ Enkelingen (laten we het positief bekijken) leveren ons prachtige sportbeelden op, maar betalen hiervoor meer en meer met hun dalende gezondheid. En eens een sneeuwbal van injecties aan het rollen is …

Een kleine prognose: Er komt protest tegen deze openbare kunst, onder alle vormen die protest kan aannemen. Van vandalisme en vernieling tot petities om deze ‘supplementen’ te bannen. Ook hier haalt het peloton zijn boter uit het christelijk geloof en zijn beeldenstorm.

Ondertussen rijden onze Goden verder, op zoek naar het verdere geloof. Want als de berg niet naar Mozes toekomt …

Categorieën: Maatschappij

2 reacties

Avatar

arta · 5 augustus 2007 op 10:03

De vergelijking geloof/wielrennen vind ik een beetje overtrokken. De monumenten van Azteken en oude Egyptenaren staan niet in verhouding met een letterlijk verziekte tour de France, wat mij betreft.

Avatar

lisa-marie · 6 augustus 2007 op 15:45

De tweede en derde alinea had ik samen getrokken en tot een alinea gemaakt. De laatste drie alinea’s lopen niet lekker naar elkaar.
Toch begrijp ik wat je over wil brengen en ach eens komt het wel dat we weer fier op de wielrenners kunnen zijn.

Geef een antwoord