Een jurkje was het. Iets van groen met blote armen. Zomers dacht ik. Dat was geen bijzondere gedachte. De zon scheen en het was vijfentwintig graden. Zomers warm. Aangenaam warm. Ik had haar al een tijdje in beeld. Het groene jurkje. Ze was mijn oriëntatiepunt aan de fietspadhorizon. Op afstand. Was het honderd meter? Het zou kunnen. Iets meer of iets minder was ook mogelijk. Ze was er in ieder geval. Bij het grijze fietspad, de blauwe hemel en witte stapelwolken kleurde ze goed met haar groen. Een vrouw was het, dat wist ik zeker. Volwassen vrouw waarschijnlijk. Ik had er goed tempo in maar naderde haar slechts langzaam. Tempo zonder haast. Ik zag de ganzen in het weiland, verderop wat schapen. Allen gras etend. Al wat zich in mijn blikveld aandiende kwam binnen en vertrok weer zonder enige memorabele bijgedachte. Ik trapte door, licht dromend over weinig. Nauwelijks aanwezig. Omgeving was ik.

Watergeklets wekte mij. Onwillekeurig keek ik naar beneden maar het kwam van elders. Van verderop. Ergens in de sloot naast het fietspad was het rumoerig. Ik hoefde niet te zoeken. Op een tiental meters rechts voor mij was een jonge blauwe reiger bezig een grote vis uit het water te werken. Reigers doen niet anders. Dagelijks werk. Het kenmerkend onverstoorbare van de reiger had dan ook de overhand maar soepel verliep het allerminst. Vis spartelde tegen, viel terug in het water, werd er weer uitgehaald, werd tussen reigers snavel klaargelegd om in reiger te verdwijnen maar draaide zich weer los. Het lukte reiger niet zomaar. Ik moest me bedwingen. Even wijze als obligate gedachten over de zin en onzin van het leven drongen zich op. Tegeltjeswijsheden overwegend. Doe maar niet knul. Nu even niet. Er volgde geen discussie, we waren het eens. Ik fietste voorbij, draaide mijn hoofd naar rechts, naar achter, beide in een poging het worstelen van vis en reiger te volgen. Iets te grote vis dacht ik nog. Iets te kleine reiger wellicht.

Het gladde fietspad begon te hobbelen. Ik bevond mij in de berm. Opletten jongen. Voor je kijken. Jurkje was er nog.
Ik was haar ondertussen tot op een meter of twintig genaderd. Vijftien zou ook kunnen. Ik zag ze nu beter. Vrouw en jurkje. Groen jurkje had witte stippen. Geen mouwen, dat had ik goed gezien. Vrouw had half lang haar. Ze zat licht voorovergebogen en had een stevige constante tred. Haar stuur was duidelijk breder dan zij was. Met beide handen leidde ze haar fiets vooruit. Vastberaden leek ze. Achterop haar fiets bevond zich een bagagedrager. Onder de eveneens aanwezige snelbinders had ze daarop een kleine rugzak geklemd. Zilverkleurig. Op de rugzak, tussen diezelfde snelbinders, was een jasje te herkennen. Blauw met witte stippen. Zeven, acht meter was het nu. Ik hield in. Even draaide ze haar hoofd naar achter. Open blik, naturel, volwassen, vrouw. Alsof ik een geoefend rijtje opdreunde. Ik glimlachte.

Kort na haar passeerde ik het punt waar het fietspad de snelweg kruist. Zij was reeds overgestoken. Ik moest nog. Ik liet twee auto’s passeren. Het was niet druk. Ik stak over met mijn fiets aan de hand. Halverwege het oversteken bleef ik staan. Mijn blik was op een grijsbruine plek op het asfalt gestuit. Een platgereden vogel, een reiger leek het. Een kartonnen doos wellicht. Na enig aarzelen -een platgereden reiger had toch nog iets van een existentieel tintje aan mijn tocht kunnen geven- besloot ik tot het laatste. Bovendien was het bij nadere beschouwing gewoon karton. Platgereden weliswaar maar toch gewoon karton. Heftig toeterend passeerde mij een auto. Een Skoda. Ik stond midden op de weg. De vinger van de chauffeur wees naar het voorhoofd. Dat beeld bleef even hangen. Ik besloot mijn plek te verlaten en het veilige fietspad weer op te zoeken. Daar aangekomen stapte ik op en vervolgde mijn weg. Ik hervond mijn ritme en trapte door, als vanouds licht dromend over weinig. Andere weilanden passeerde ik met vergelijkbare schapen en ganzen. Witte stippen op een groene ondergrond dacht ik. Als je het maar wilt zien jongen. Als je het wilt zien dan is het er, mompelde ik en vervolgde glimlachend.


10 reacties

Mien · 19 september 2012 op 08:08

Keuvelen in telegramstijl.
Ik hoorde de geheime boodschappen intikken op de telegraaf.
Vanachter de dijk.
Waar ging de boodschap over?
Welke geheimtaal werd hier gesproken?
Waar staat het groen en het wit voor?
En wie is die dame?
Mooi. Spannend. Fris.

Mien

Libelle · 19 september 2012 op 09:19

Maar Frank toch. Nee, ik bedoel, ‘prachtig geschreven, maar Frank toch?’
Hoe kun je nu over een slanke, open, volwassen vrouw schrijven, die door de natuur fietst, zonder iets over de wind te schrijven, en wat die doet met haar groene jurk en haar benen?
Geen mouwen, daar moeten we het mee doen, een tantaluskwelling, ik zeg het je eerlijk. Je wilt het niet zien, dat zeg je zelf.

arta · 19 september 2012 op 10:31

Je schrijft geweldig, Frank.

Dit keer vond ik de telegramstijl echter wat te ver doorgevoerd. Ik vind dat altijd mooi, wanneer er daardoor nog wat tussen de regels door valt te lezen, maar in dit geval is het beeld al overduidelijk…

pally · 19 september 2012 op 10:34

Het lijkt geschreven op het ritme van je pedalen. met die korte zinnetjes, af en toe. Dat leest lekker, al had ik zo graag wat meer over de inhoud van die groene jurk gehoord, maar misschien is dat nou juist weer sterk omdat je het zelf in kan vullen als lezer. De vage belofte.
Knap stuk :wave:

groet van pally

Sagita · 19 september 2012 op 13:31

Allemaal witte stippen … op een achtergrond! Mooie impressionistische vertelling! Ik hou er van!
Groet Sa!

Nachtzuster · 19 september 2012 op 14:32

Ik houd wel van die korte zinnen met veel oog voor detail. Erg leuk!

sylvia1 · 19 september 2012 op 15:53

Ik had hem vanochtend vroeg al gelezen maar wist nog geen reactie. Nu na opnieuw lezen en met dank aan Arta weet ik wat ik wou zeggen; je schrijft altijd goed, maar de korte zinnen stoorden mij nu ook. Voor het eerst vond ik ze echt geforceerd en gezocht. Waaraan het precies ligt weet ik niet, inhoud en stijl passen niet zo. Misschien meer stilte en lucht erin gehouden. Het beeld van groen met stippen is wel mooi.

Ferrara · 19 september 2012 op 21:25

Associatie met Martin Bril.

Yfs · 20 september 2012 op 15:44

[quote]Tempo zonder haast.[/quote]
[quote]licht dromend over weinig[/quote]
Mooi!!! En dat in één alinea!!

Typisch die korte zinnetjes, daar stel ik me gewoon op in tijdens het lezen.
Altijd leuk om bij jou achter op die fiets met 21 versnellingen te zitten Frank en te luisteren wat jij en Frank vinden van alles wat onderweg jullie aandacht én daarmee de mijne trekt!

Met plezier gelezen.

Kom je ook op de Herfstmeeting? 😉

Harrie · 20 september 2012 op 23:11

Mooi sprookje. Zeker gejat van die van rood met witte stipppen. Hi hi. Ik vond het ritme welmooi. Beetje hitsig bijna. Ik zag ze al waaien die opwaaiende …

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder