Vrijdagavond laat. Het station is bevolkt met een handje vol mensen, wachtend op de laatste trein. Op een kilometer afstand gaan mensen nog uren uit hun dak en hier staan wij.
Ik kijk om me heen en daar staat hij ook weer. Verborgen achterin, alsof hij wacht op een andere trein, een andere bestemming in zijn hoofd heeft. Het maakt me nieuwsgierig. Waar hij daadwerkelijk naartoe gaat is me duidelijk: Doetichem, klein en allang niet meer vreedzaam Doetichem. Zijn lange jas bedekt. Zijn wilde lokken zijn speelruimte voor de wind die ons vermaakt,raakt. Ik kijk niet te lang. Ik voel me zo’n beetje een groupie van, een groupie bestaande uit 1 persoon. Straks, als de trein komt stapt hij in en loopt hij richting klasse 2, rokers. Hij rijdt altijd mee, net zoals ik, zijn gezicht richting einddoel.
Ik draai mijn hoofd weer om en staar voor me uit. Tien minuten van staren levert een trein op.
Ik stap in, hij pakt een ingang verderop. Ik loop door de eerste klas, door de tweede klas niet roken en ga zitten in tweede klas roken. Alle oraal gerichte neuroten in een coupe, joepie ja jee.
Ik pak een boek, geleend van goede vriend R., schrijver Satre.
Ik probeer te lezen, ben te moe en twee mannen naast me hebben een uitermate nutteloze discussie. Ik spring erin en leg ze haarfijn uit waarom er gecontroleerd wordt op het perron. Lezen ze geen krant? De meeste heibel heeft het NS personeel wanneer een passagier geen kaartje heeft. Vooral de “latere tijdstipritten” leveren een rits aan agressieve,kaartjesloze passagiers op. Na mijn betoog heb ik de mannen monddood geluld. Dat was toch echt niet de opzet. Ze kijken me verdwaast aan. Heb ik ze nu berooft van alle gesprekstof die ze hadden? Ik hoop het niet voor ze. Ik voel hoe ik te veel ben. Ik probeer het boek nog een keer. De zinnen pakken me niet, ik kijk op en daar is hij.
Hij kijkt me vriendelijk en geïnteresseerd aan. Hij heeft duidelijk mee geluisterd. Zal ik iets zeggen, is niet nodig. Zijn en mijn ogen spreken boekdelen. Hij raakt me.Ik kijk in zijn ogen, sprookjesgevoelens komen omhoog zetten met de snelheid van een race.auto. Mijn bloed stroomt versnelt door mijn aderen, mijn gedachten zijn op vakantie,alleen het gevoel van totale aantrekkingskracht. Verdomme, dat kunnen we Nu niet gebruiken. Ik ben veel te moe. De kracht is groot en hardnekkig, doordat ik het probeer te onderdrukken worden mijn uitingen neurotisch…ik maak bewegingen die geen doel hebben, louter en alleen om de energie te lozen, om te zetten. Een moeizaam proces. Ik knipper, krab op mijn hoofd, verzit,graai in mijn handtas op zoek naar “maakt niet uit”….ik pak mijn schrijfblokje en schrijf zonder nadenken.
Waarom kan hij me niet wat minder intens aankijken, gewoon als voelde hij niets voor me. Kan IK het nog? Het kost me zoveel moeite om de aantrekkingskracht te doden, te temmen dat ik overweeg om ergens anders te gaan zitten. Wat een onzin denk ik als ik mezelf gade sla, tuurlijk niet, je moet gewoon blijven zitten. Maar vanaf nu is niets meer gewoon.
Ik zie vanuit mijn ooghoek hoe Hij opstaat. Hij komt mijn kant op….en gaat tegenover me zitten.
“dat was een duidelijk verhaal” Ik kijk op. Hij kijkt me grijnzend aan.
Gevoelens en beelden jagen door me heen, ik zoen hem ik pak hem ik ik ik..
“Ja, ik …ik snap het gewoon , die controle.” Dat kwam er nog redelijk normaal uit, ik ben trots op mezelf, ik kijk hem aan….zijn ogen hypnotiseren me. Ik trek me los uit zijn blik en laat mijn blik rusten op mijn handtas. Ik graai erin, zoekend naar….sigaretten.
“Jij komt ook uit Doetichem, toch? Ik heb je wel eens vaker zien staan.”
Ik staak mijn kleine zoektocht en antwoord “Ja, ik leef er nu al 28 jaar,lang zat, ik wil naar Arnhem. Jij woont ook in Doetichem, waar dan? “ Ik weet allang waar hij woont, in de buurt van het station, maar het lijkt me niet handig om het te zeggen, riekt wel erg duidelijk naar groupie gedrag.
Ik graai weer verder. “ik woon in de buurt van het station, boven café de Keet, ken je dat café?” Ik heb een pakje ob’s in mijn handen. Ik kijk ernaar als zie ik het voor het eerst. Hij lacht. “was je van plan om ob’s te gaan roken?” Ik lach met hem mee. Het ijs is gebroken, nu alleen mijn hart nog.


1 reactie

Avatar

Clueless · 14 april 2003 op 10:18

Weer een erg leuk verhaal, Barbara. Ik lees jouw schrijfsels altijd met veel plezier en een vette glimlach op m’n gezicht 😀
Vooral die verwisseling met dat pakje OB’s komt me erg bekend voor (zie [url=http://www.examedia.nl/columnx/modules/news/article.php?storyid=329]Periodiek ontoerekeningsvatbaar[/url]). Wordt tijd dat ze eens een andere vorm uitvinden voor die doosjes! 😉

Geef een antwoord