Zaterdagochtend. De deurbel gaat. Halfwakker was ik al, maar nu ben ik ook halfbewust. Het is niet de bel beneden bij het portiek, maar die bij de voordeur zelf. Het is dus iemand binnen de flat. Ongetwijfeld een buurman die ergens mijn hulp bij nodig heeft. Wel een beetje vroeg, zo op een vrije dag. Moet dat nu echt op dit moment? Ik klauter uit bed en haast mij naar de voordeur. Onderweg gris ik nog mijn spijkerbroek mee van de bank, met het idee mijn tenue, bestaande uit onderbroek en T-shirt, minimaal te fatsoeneren. Bij de deur aangekomen gluur ik door het spionnetje. Het is geen buurman. Het is zelfs geen enkel bekend gezicht. Het is een jongeman die, zo kan ik in de rand van het blikveld nog net ontwaren, iets van een pakketje bij zich heeft. Een pakketje? Ik heb toch geen bestellingen meer lopen? Is het wel voor mij? Of is het voor een buurman die niet thuis is? Maar wie heeft hem dan in het pand gelaten?

De bel gaat een tweede keer. Nu moet ik snel een keuze maken. De sleutel in het slot omdraaien zodat hij hoort dat ik in aantocht ben, of de broek aantrekken en hem horen weglopen. Ik besluit twee dingen tegelijk te doen, maar aangezien ik geen vrouw ben, kom ik niet verder dan een halfslachtig resultaat. Op het moment dat ik de deur open is de broek wel om de heupen, maar de knopen zijn niet dicht. Lullig.

Een blij gezicht midden in mijn mik. De jongeman slaat mij gade en ziet in mijn ogen de blik van een verdwaasde koe. “Ik heb je wakker gemaakt”, constateert hij. Ik beaam dat in stijl. Geheel niet gehinderd door mijn afwezigheid steekt hij zijn verhaal af. Hij is van de Evangelische Omroep en nodigt mij uit voor een bijeenkomst. Ook heeft hij een geschenk bij zich. Er wordt mij een korte blik gegund op een heen en weer zwaaiende dvd. Het enige wat ik zo snel uit de titel kan opmaken is de naam van zijn superheld.

‘Jezus, nee hè’, denk ik. ‘Moet je me daarvoor wakker maken?’ Maar dat zeg ik natuurlijk niet. Ik heb een opvoeding gehad en weet mij te beperken tot een beleefd doch resoluut “Ik ben niet geïnteresseerd.” Gelukkig schat de jongeman goed in dat geamputeerde tenen een te groot offer zijn voor de goede zaak. Hij haakt af. Terwijl ik de deur dichtdoe, zie ik in een ooghoek hoe een metgezel een poging doet een buurman te terroriseren. ‘Succes’, denk ik, niet wetende aan welke partij deze steunbetuiging is geadresseerd.

Ik kruip weer in bed. Maar nu ben ik klaarwakker. En chagrijnig. ‘Waar halen die idioten het lef vandaan mij hun waanideeën op te dringen?’ ‘Ik kom hun zondagsrust toch ook niet verzieken!’ ‘Stel je voor dat ik bij het huis van God kom belletje trekken.’ En meer van die gedachten. Dan kom ik terug bij de vraag wie hen heeft binnengelaten en het chagrijn krijgt een diepere dimensie.

Tot mijn spijt constateer ik dat er buren zijn met een groter hart dan ik. Zijn wij het er met z’n allen wel over eens dat mensen die rotzooi komen trappen geen toegang moeten krijgen tot het pand, dan zijn er altijd nog bewoners die ‘goede doelen’ bestempelen als uitzondering op het zero-tolerancebeleid. Steunfonds Minderbedeelde Miljonairs, Vereniging Vogels met Vliegangst of Stichting Water naar de Zee. Je kunt het zo gek niet bedenken of de poort gaat bij toverslag wagenwijd open. Dit tot ongenoegen van onbarmhartigen zoals ik, die geen trek hebben in Bambi-verhalen en die weinig heil zien in dweilen met de voordeur open.

Ineens krijg ik een visioen van een wereld vol gewetensvolle buren, ijverige collectanten en begeesterde zieltjeswinnaars die het allemaal op mij gemunt hebben. Allemaal mensen met rotsvaste overtuigingen. Allemaal mensen met goede bedoelingen. En allemaal mensen die zich geroepen voelen hun idealen aan mij op te dringen en daarmee mijn ideaal, mijn enige huisregel – met rust gelaten worden – met voeten te treden. Is er dan niets meer heilig?

Categorieën: Maatschappij

4 reacties

Avalanche · 19 december 2009 op 12:26

Mooie column! Doet me zuchtend terugverlangen naar het appartement waar ik een tijdje woonde. Ik werd er vrijwel altijd met rust gelaten. Dat is tegenwoordig wel anders, nu ik weer een voordeur aan de straat heb.

LouisP · 19 december 2009 op 15:28

S.
‘k heb ‘t met aandacht en volle goesting gelezen. Interessant verhaal…goed geschreven..

Louis

Mien · 21 december 2009 op 07:04

Nu te koop. Beldetector.
Selecteert aan de deur.
100 melodieen instelbaar.
Authenticatie op basis van fingerprinting.
Als de verkeerde op de beldeur drukt krijg je een foute deun.
Ho, ho, ho …

Mien (heeft een heel vervelend enkelbijtertje als waakhond (schofthoogte 20 cm) voor dit soort onverwacht bezoek)

KawaSutra · 23 december 2009 op 02:40

Haha, toch nog even gelezen. Goed geschreven hoor!

Geef een antwoord