[i]Een waar gebeurd verhaal over een Indonesisch meisje met een enorm groot oor.[/i]

Ik was zeventien jaar oud toen de leraar Latijn de betekenis van het woord “vir” uitlegde.
“Een vir,” zei hij, “is een man die de leeftijd van veertig jaar bereikt heeft. Dat was een belangrijke datum in het leven van elke Romein. Een vir had meer privileges dan een knulletje van vijfentwintig.” Ik moest daaraan denken toen ik mijn veertigste verjaardag in zicht had. Het moest een geweldig feest worden. Ik had eten besteld bij een Chinees-Indonesisch restaurant en honderd gasten uitgenodigd.

Sommige genodigden waren vrienden, anderen gewoon kennissen van wie ik hoopte dat ze mij niet zouden vergeten als ik hen ooit eens een gunst zou moeten vragen.
Zo had ik ook de kolonel van de plaatselijke politie uitgenodigd. Hij nam van iedereen geld aan, liefst een heleboel, maar je kon er zeker van zijn dat hij dan ook deed wat je hem gevraagd had.
Corruptie is handig wanneer je iets nodig hebt van de politie. Een uitreisvisum bijvoorbeeld. Elke inwoner van Indonesië moet toelating krijgen om naar een ander land te reizen. Normaal duurt het minstens een week voor je zo een uitreisvisum krijgt. Eén telefoontje van een kolonel en het visum is dezelfde dag klaar.

In Indonesië komen genodigden nooit alleen. Nodig je een man en zijn echtgenote uit, dan kan je er zeker van zijn dat zij ook hun neven en nichten en nog wat ooms en tantes meebrengen. Nodig je een man alleen uit, dan komt ook nog wel zijn liefje, zijn buurvrouwtje en nog wat verre familie mee. Ik had dus mijn voorzorgen genomen en eten besteld voor tweehonderd personen.

Het liep anders af.

De dag voor het feest, zo rond vier uur in de namiddag, voelde ik mij niet lekker, een uur later had ik 41 graden koorts, een kwartier later viel ik in zwijm.

Ik werd wakker in een hospitaalbed. Er zat een infuus in mijn hand. Uit een plastic fles druppelde iets in mijn arm.
Het was al donker buiten.
“Hee!” zei een meisjesstem. Ik herkende Shinta, een vriendinnetje.
“Hallo!” zei haar zus Lia. “Ik ben ook hier!”
Er stonden vier meisjes en twee verpleegsters rond mijn bed.
“Mijn feest?” vroeg ik.
“Dat hebben we afgezegd. We hebben iedereen maar naar huis gestuurd. Je feest had eergisteren moeten doorgaan. Het is al vrijdag vandaag. Je was twee dagen in coma.”
Ik hoefde mij geen zorgen te maken, zeiden ze, mijn geld was niet voor niks besteed. Ze hadden het eten gewoon laten inpakken en hun familie, ooms, tantes, neven en nichten en ook de buren waren er nog altijd van aan het smullen.

Ik heb een maand in dat ziekenhuis gelegen. De dokters kwamen en gingen. Het leek of elke dokter een nieuw medicijn op mij wilde uitproberen. Ze waren het erover eens dat ik zowel tyfus als malaria en hepatitis tyfosa had.

De meisjes hadden twee matrassen in mijn kamer gelegd en kwamen om beurten logeren om over mij te waken. Dat is de gewoonte in Indonesië. Men laat nooit iemand alleen over aan de zorgen van de verpleegsters. Soms brachten ze vriendinnen mee. Zo heb ik Rita leren kennen.

Rita had het liefste stemmetje maar ze was ook een heel mooi meisje. Een prachtig gezichtje met een gave huid, mooie witte tanden, leuk neusje, prachtige ogen, kortom, een schoonheid. Ze droeg een Islamietisch hoofddoek, een jilbab. De andere meisjes waren ook Islamiet maar droegen geen jilbab.

Rita ging niet meer naar school. Ze was achttien jaar, vertelde ze mij tijdens de lange namiddagen toen de andere meisjes op school zaten en zij mij koelte toewuifde met een belachelijk klein waaiertje. Ik lag dan wel in een V.I.P. kamer, de duurste kamer van het hospitaal, maar er was geen airconditioning, zelfs geen ventilator. De deuren stonden open en gaven uit op een tuin. Af en toe kwam er een zuchtje wind binnen, en ratten ook, vooral ‘s nachts.

Rita had enkel drie jaar lagere school gelopen. Op een namiddag toonde ze mij waarom ze nooit veel naar de lessen was geweest. Ze deed haar hoofddoek af. En ik begreep meteen alles. Ze hoefde niks meer uit te leggen. Waar een oor had moeten zijn, aan de linkerzijde van haar hoofd, hing een dunne biefstuk, bloederig dooraderd. Het leek op het oor van een volwassen varken. Gewoon een lap vlees dat aan haar hoofd hing te hangen.
“Ik heb mijn regels,” zei ze verlegen,”en dan gaat dit ding altijd bloeden.”
Het was lelijk. Ik moest een beetje kokhalzen. Rita glimlachte toegeeflijk. Ze was die reaktie blijkbaar gewoon.
“Ik ging niet meer naar school, want de andere kinderen wilden niet praten met een varken,” zei ze met een klein stemmetje. “Ze noemden mij het varken. Ik ben dan maar thuisgebleven en mijn ouders vonden dat beter ook.” Ze glimlachte een beetje treurig.
“Maar ik kan wel lezen en schrijven”, zei ze.
Ik zag dat ze daar trots op was. Toen heb ik haar met alle kracht die in mijn ziek lijf zat in mijn armen gedrukt.

Vijf weken later was ik weer thuis. Ik organiseerde een mini-party, een verlaat verjaardagsfeestje, voor de intieme kring, enkel voor de mensen die mij bijgestaan hadden toen ik zo miserabel plat lag in een ziekenhuis waar ‘s avonds de ratten over mijn voeten kropen en waar wat vriendinnen de ratten kwamen wegjagen en mij koelte toewuiven.
Om er zeker van te zijn dat Rita ook zou komen, ging ik haar per taxi bij haar ouders ophalen. De wagen stopte voor de ingang van een smalle steeg. De chauffeur wachtte in de hoofdstraat. Ik wandelde het slecht verlichte paadje in. De steeg was heel smal. Als ik mijn armen uitstrekte, raakten mijn vingertoppen de muren van de huisjes aan de linker- en rechterkant.
Haar vader keek mij stomverbaasd aan. Geen enkele blanke had ooit een voet gezet in zijn achterbuurt. Hij mompelde een paar beleefdheidsformules, ik antwoordde met de rituele repliek. Rita kwam bijna huppelend naar me toe.

In de taxi werd zij een beetje verlegen maar ik zag in haar ogen dat ze blij was. In mijn huis ging ze naast haar vriendinnen zitten die op ons hadden zitten te wachten om het verjaardagsfeestje op te starten.

Terwijl iedereen zich begon te amuseren, nam ik mijn Belangrijke Gast bij zijn mouw.
Het was heel gemakkelijk geweest om die Indonesische chirurg te overtuigen om naar mijn mini-party te komen. Ik wilde een goede prijs bedingen voor wat ik van plan was. In Indonesië moet je altijd afbieden, niet alleen op de markt, of bij de politie als een agent je een boete probeert te verkopen, maar ook bij chirurgen, vandaar dat ik Dr. Hermawan had uitgenodigd. Ik wilde hem gunstig stemmen zodat hij mij een goede prijs zou geven voor de operatie van Rita.

Er zijn maar weinig geheimen in een stad als Bandung en ik wist dat Dr. Hermawan een vrouwenloper was. Hij was getrouwd met een rijke vrouw om te kunnen investeren in een dure prive-praktijk. Zoals het past had hij zijn echtgenote en zijn schoonouders gelukkig gemaakt met twee kleinkinderen en na die gedane taak had hij gewoon verder geleefd zoals de playboy die hij altijd al geweest was. Zijn vrouw was teveel moeder en te dom om iets te vermoeden van de buitenechtelijke sport van haar beroemde man.
Want beroemd was hij. Hij maakte gebruik van elke gelegenheid om niet bij zijn vrouw te zijn. Elk buitenlands congres voor chirurgen was een aanleiding om niet alleen iets bij te leren in zijn vak maar ook over vreemde vrouwen. Binnenlandse congressen vond hij ook interessant, zei hij tegen zijn vrouw, maar wat zij niet wist was dat hij daar zelden naartoe ging. Tijdens zo’n binnenlands congres lag hij altijd wel in bed met een hoertje, ver van Bandung en ver van zijn dikke moederige echtgenote.

“Dr. Hermawan,” zei ik, “mooie meiden, hee?”
Ik probeerde geil te knipogen zoals dat verwacht wordt van mannen onder elkaar.
De chirurg grijnsde. “Yanti vind ik wel mooi,” zei hij.
Bingo, dacht ik, hij loopt met zijn ogen dicht in de val.
Yanti, net twintig, was niet alleen heel mooi maar ook heel duur.
Ik had haar al vijfhonderdduizend rupiah gegeven om lief te zijn tegen de chirurg. Ze zou nog vijfhonderdduizend krijgen nadat ze mijnheer de dokter ook in haar armen in mijn logeerkamer zou gesloten hebben.
“Yanti is gek op U,” zei ik. “Dat ziet U toch zelf?”
De dokter keek nog eens naar Yanti die heel alert naar hem wuifde.
Goed zo, Yanti, dacht ik, ik heb mijn geld wel besteed.
Toen ging ik in de aanval.
“Ik heb U nodig voor een operatie,” zei ik.
Voor de dokter kon antwoorden, wuifde ik naar Rita.
“Rita!” riep ik. “Kom eens hier!”
Ik nam de dokter mee naar mijn slaapkamer, trok Rita mee, en sloot de deur.
Toen Rita haar jilbab afdeed, zag ik dat Dr. Hermawan geschrokken was.
Dan zei hij tenslotte: “Dat wordt een hele moeilijke operatie, maar ik denk wel dat ik het aankan.”
Rita deed haar hoofddoek terug om en verliet mijn slaapkamer.
Ik begon te onderhandelen over de prijs …

Dr. Hermawan bracht een paar aangename uurtjes door met Yanti. De volgende dag telefoneerde hij mij. Rita mocht onmiddellijk naar het hospitaal komen. Ik ging Rita ophalen bij haar ouders, de moeder knikte wat beleefdjes toen ik binnenkwam, de vader zei geen woord.
In de taxi was Rita erg zenuwachtig, maar ook blij. Ze geloofde in mij, zei ze.

Voor de operatie begon, sprak ik met Dr. Hermawan. Ondertussen werd Rita gewassen voor de operatie. Ze had ‘s morgens enkel een magere nasi goreng gegeten, maar de andere dokters vonden dat ze toch eerst haar maag moesten leegpompen. Dat vond ik toch wel overdreven. Ze hadden toch wel een dag kunnen wachten? Maar niks aan te doen, zo gaat dat nou eenmaal in Indonesische hospitalen.
“We nemen hier geen risico’s”, zei Dr Hermawan. “Er zijn al patienten geweest die gegeten hadden, en dan zitten wij soms met problemen later”

Dr. Hermawan voerde zelf de eerste operatie op Rita uit.

Ik wachtte in een cafeetje tegenover het hospitaal. Zeven uren lang zat ik daar bier te drinken tot er eindelijk, in de late namiddag, een verpleger naar het cafeetje kwam. Ik had die kerel een dikke fooi gegeven om mij te komen zeggen wanneer de operatie afgelopen was.

Redelijk dronken liep ik het hospitaal in. De verpleger bracht mij naar Dr. Hermawan.
“Heel moeilijk, maar gelukt,” zei Hermawan. “Ik zat volop onder het bloed. De verpleegsters hadden veel werk met mijn gezicht af te vegen. Die lap aan haar hoofd zit vol met onnodige adertjes en telkens ik een incisie maakte, spoot er een fontein bloed uit.”
“Mag ik haar zien?” vroeg ik.
“Normaal niet, nee, ze ligt op de intensive care, maar o.k., omdat jij het bent, ga maar mee met mij.”
En daar lag Rita, verbonden met allerlei machines en kabels en pijpjes.
Ik bleef even bij haar en verliet dan de kamer. Dr. Hermawan ging douchen en zich omkleden.
Hij had beloofd met mij een biertje te komen drinken in het cafeetje aan de overkant van de straat.

In dat cafeetje dronk Hermawan met veel genoegen een glas bier. Ik ook.
“Maak je geen zorgen,” zei hij. “Alles zal in orde komen. Volgende week doe ik de tweede operatie, dan moet ze een maand rusten, en dan moet Rita naar mijn collega in Singapore.”
“In Singapore?” vroeg ik. “Waarom Singapore ?”
De chirurg lachte een beetje treurig. “Hier in Indonesie hebben we geen goede plastische chirurgen. Ik kan alleen maar die lap wegopereren, maar een nieuw oor maken kan ik niet, daar heb je een specialist voor nodig en dat kan alleen maar in Singapore. Een collega van mij daar is onder de besten. En dit geval eist kunst.”
Ik knikte.
“En in Singapore kan je niet afbieden over de prijs,” grijnsde hij.
Ik was er zeker van dat hij een commissie zou krijgen van de chirurg in Singapore

Na de tweede operatie mocht Rita het hospitaal verlaten.
Dat hebben we gevierd. Ik nam haar en mijn vriendinnetjes mee naar een discotheek. Rita had haar jilbab om, want haar hoofd zat nog onder een vol verband.
Voor de eerste keer in haar leven dronk zij champagne. Ze werd er een beetje dronken van.
“Hee,” lachte zij. “Dit is air senang.” En je kon het haar inderdaad aanzien, dat “dit gelukswater haar happy maakte.”

Twee dagen later bleek Rita dood.

Midden in de nacht belde de buurvrouw van Rita mij. “Kom vlug,” zei ze. “Rita is dood.”
Toen ik de smalle, slecht verlichte steeg inliep, zag ik een heleboel mensen voor de deur van het huis van Rita’s ouders staan. Ik duwde de mensen weg en ging binnen.
Daar lag Rita, dood.
Rond haar lijk zaten haar vader, haar moeder, wat familieleden. Haar vader zat voor te lezen uit de Koran, in het Arabisch. Ik ging weer buiten en ik vroeg links en rechts wat er gebeurd was.
De vader van Rita had ruzie gemaakt met haar moeder, omdat ze haar toegelaten had mee te gaan met een “bule”, met een onbekende blanke. Toen de vader een stoel vastgreep om zijn echtgenote te slaan, was Rita tussenbeide gekomen. De poot van de stoel had Rita op haar oor geraakt, het oor dat nog geen oor was.
Haar vader had haar laten doodbloeden. De buren die gewekt werden door al het lawaai, hadden tenslotte de politie opgebeld.

Ik voelde iets in mij groeien dat ik nog nooit gevoeld had. Ik liep terug binnen in het huisje en ik kon mij niet bedwingen. Met mijn linkervoet – en in Indonesie gebruik je nooit iets met je linkerhand of linkervoet – stampte ik de heilige koran uit de handen van de vader, ik greep hem bij zijn haren, trok hem recht en sloeg hem een paar tanden uit.
“Kamu brengsek,” riep ik, “kamu pembunuh !” – “Jij strontvent! Jij moordenaar!”

Op dat moment kwam de politie binnen. Ze trokken mij ruw van de gillende vader weg , maar de officier kende mij. Hij was op mijn verjaardagspartijtje geweest.
“Kom, kalm, hou je kalm,” zei hij.
“Ik wil een autopsie,” riep ik. “Die moordenaar moet gestraft worden!”
“Ja, kalm nou,” zei de officier.
Ik greep in mijn zak en haalde een miljoen rupiah boven. Ik neem altijd mijn voorzorgen, ik heb altijd minstens een miljoen rupiah op zak. Gretig nam de officier mijn geld aan. Een officier van politie verdient de helft van dat bedrag per maand.
“Neem Rita mee,” zei ik op een heel autoritaire toon, “voor een autopsie. En hou die man aan.”
Ik wees naar Rita’s vader.

De ambulance kon het steegje niet in. De plots heel gewillige officier beval zijn agenten Rita’s lijk door de steeg te dragen en in de ambulance te leggen. Hij deed Rita’s vader de boeien om en duwde hem ruw voor zich uit.

Ik zat vooraan in de ambulance naast de chauffeur.

In het hospitaal werd Rita in de autopsiekamer op een marmeren tafel gelegd in afwachting van de dokter die de autopsie zou verrichten. Ik bleef bij haar. Dat mocht van de politie, want tenslotte had ik al veel betaald voor die gunst.
Dan werd de politieman die de wacht hield voor de deur plots weggeduwd en daar stond de familie van Rita, ooms, nichten, neven en tantes, een twintigtal mensen. Ze eisten het lijk op om het onmiddellijk te begraven want dat is de gewoonte bij islamieten. Ik greep een bezem en een scalpel dat er gemeen scherp uitzag en siste: “Wie Rita aanraakt, vermoord ik,” en dan riep ik naar de politieagent: “Dimana pistolmu? – Je revolver!”
Eindelijk haalde de agent zijn revolver boven. De familie droop af.

Toen de dokter binnenkwam om in Rita te gaan kerven en haar daarna ruw weer dicht te naaien, ben ik naar huis gegaan.
Maar eerst heb ik haar voorhoofd gekust: “Selamat jalan, Rita. – Goeie reis, meid.”

Ik heb toen twee dagen geslapen.
De derde dag kwam Rita’s moeder mij bezoeken.
De moeder die nooit naar Rita had omgekeken.
Ze wilde scheiden van haar man, zei ze. Hij sloeg haar dikwijls, zei ze. En meteen vroeg ze of ik misschien geen geld wilde geven voor een mooie grafsteen voor Rita.
Ik wist dat ze al dat geld in haar eigen zak zou steken, dus ik wachtte op wat ze nog meer zou zeggen. Als ik dat zou willen, mocht ik wel met haar naar bed, want op een andere manier kon ze mij niet terugbetalen zei ze. Ze had alleen haar lichaam. maar ze kon goed neuken, zei ze, en ze was pas 34 jaar oud, ze was getrouwd toen ze 15 jaar was en ze was dadelijk zwanger geweest van Rita.
En haar man was al terug vrij. Er waren geen bewijzen dat hij Rita doodgeslagen had.

Ik heb toen eens diep ingeademd, ik liet de moeder van Rita zitten, ik ben in mijn tuin onder een palmboom gaan zitten. De moeder van Rita is binnen blijven wachten …


3 reacties

Kobus · 22 maart 2003 op 15:42

Ik heb nu een paar columns van je gelezen.
Wat ik me afvraag : Heb je nu niet voortdurend het idee dat je, door mee te doen aan oneerlijke beinvloeding, steekpenningen etc, je iets in stand houdt wat niet goed is. Je schrijft er heel eerlijk over, waarvoor mijn waardering. Maar heb er aan de andere kant wel een dubbel gevoel bij. Want mensen die niet het geld en de juiste contacten hebben, worden wel de dupe van deze, blijkbaar, normale gang van zaken. Maar is waarschijnlijk overal zo. Alleen op een wat meer bedekte manier.

Wayan · 24 maart 2003 op 04:45

Volgens het 2002 rapport van Transparency International is Indonesie een van de meest corrupte landen ter wereld, terwijl Finland, Denemarken en Nieuw-Zeeland de “zuiverste” landen zijn.
Bangladesh staat op de eerste plaats der corrupte landen, gevolgd door Nigeria. Op de derde plaats staat Angola, Madagascar en Paraguay en op de vierde plaats Indonesie.

Voor alles moet hier geld gegeven worden aan corrupte ambtenaren.
De corruptie begint aan de top, in de kliek rond mevrouw de president en gebeurt tot op het laagste niveau. Politie agenten bijvoorbeeld innen boetes die zij gewoon in hun zak steken, zonder kwitanties af te leveren en delen de dagelijkse pot met de officieren. Voor elk officieel document moet er “thee geld” betaald worden.

Ik schrijf deze zinnen met enige ongerustheid in dit openbaar forum want er bestaat een wet die harde kritiek op de regering verbiedt en bestraft met maximum zes jaar gevangenis. De wet wordt nog steeds genoemd bij haar koloniale naam (in het Nederlands) : de haatzaai-wet. Die wet is uitgevaardigd in de jaren 1920 door de Nederlanders teneinde kritiek op het Nederlandse koningshuis te bestraffen en deze wet is nog steeds van kracht, maar wordt nu gebruikt om kritiek op de president te bestraffen.

Ik kan op mijn eentje geen kruistocht beginnen tegen corruptie, en zeker niet als blanke !
De gevangenissen hier zijn zeer oncomfortabel en als men niet wil verhongeren dient men zelf zijn eten te betellen bij een restaurant en de cipier die het eten brengt plus de taxichauffeur een commissie betalen.

Rachida · 2 april 2003 op 19:07

Beste Wayan,

Een corruptievrij land begint bij jezelf. IK vind het erg jammer dat je aangeeft dat het in je eentje onmogelijk is tegen de corruptie te strijden.

Geen gehoor geven aan corruptie werkt altijd! als je maar sterk genoeg in je schoenen staat..

Zelf kom ik oorspronkelijk uit Marokko en daar staat corruptie ook hoog in het vaandel 😡
Toch zal ik er nooit gehoor aan geven! Afgelopen zomer, tijdens mijn bezoek aan de hoofdstad, verloor ik een Marokkaanse id pas. Mijn paspoort had ik niet meegenomen en dit zorgde ervoor dat de hotel-eigenaar mij geen kamer wilde toewijzen. Dat was namelijk niet mogelijk zonder id-bewijs!

Heb absoluut geen geld aangeboden!

Maar ben naar het politiebureau geweest, hier vertelden ze mij het zelfde verhaal als de aardige man van het hotel…Nog bleef ik mij aan mijn normen en principes houden. Een collega van de betreffende agent gaf mij de gelegenheid tcoh het een en ander te bewijzen.

Eem simpel telefoontje naar mijn ouders loste alles op…

En corruptie kwam niet ter sprake!

Ik hoop dat je dit ook zult proberen…

p.s; mocht je de adhaan weer horen; laat je hart dan eens luisteren 🙂
Wie weet…….

Ik meen het 😉

Gegroet,

Rachida

Geef een antwoord