Wie ooit in Albufeira is geweest, weet dat je daar geen lange strandwandelingen kunt maken. In dit stukje Portugal staan immens hoge rotsen tot ver in zee. En tussen de rotsen in liggen stranden van verschillend formaat. Daarnaast verbergen die rotsen talloze ministrandjes die zichzelf pas blootgeven bij eb. Deze strandjes, uitsluitend te bereiken via kronkel-, kruip- en klimpaadjes, zijn een geliefd toevluchtsoord voor verliefde stelletjes, naaktlopers en andere natuurliefhebbers. Argeloze wandelaars, die willen genieten van de ongerepte natuur, worden op alle fronten op hun wenken bediend. En op een stralende ochtend besloten wij om daar ook maar eens een kijkje te gaan nemen. Niet om de spierwitte plekjes op ons lichaam te laten bijkleuren maar om een kijkje te nemen tot hoever we zouden kunnen gaan. Qua strandwandelen dan. Dus trokken we onze stoute schoenen aan en namen, voor de zekerheid, handdoeken, zonnebrandcrème, en genoeg drinkwater en proviand mee. Na een uurtje zwoegen kwamen bij een grot. We kropen erdoor en opeens stonden we op een piepklein strandje van een ongekende schoonheid. Het leek wel een paradijsje en wij voelden ons net Adam en Eva, gekleed in stoffen vijgenblaadjes. Wij spreidden onze handdoeken uit, besmeerden ons met factor 15 en genoten van zon, zee en de rust. Door mijn wimpers bewonderde ik de omgeving. Honderden schelpen hadden zich voor eeuwig vastgezet op het ruwe gesteente. Gekleurde keitjes en doorzichtige steentjes, nog nat van het zilte water, glinsterde in de zon. Krabbetjes, opgeschrikt door de warmte van de zon, zochten een veilig heenkomen in één van de vele holletjes. Meeuwen scheerden krijsend door de lucht. Wij waren de eerste en de enige mensen op dit stukje aarde. Ik wist het zeker; hier had nog nooit iemand een stap gezet. Opeens bespeurde ik in één van die holletjes iets groens. Nieuwsgierig sloop ik er heen en tikte met mijn nagel op de rand van de ingang. Het was geen beest want het bleef zitten waar het zat. Het leek niet op zeewier, mos of op iets anders natuurlijks want daar was de kleur te fel voor. Ik durfde het onbekende object niet met mijn vingers aan te raken en pakte een langwerpige steen van het zand. Voorzichtig prikte ik met de punt in het holletje. Ineens begon het voorwerp te bewegen en verschrikt maakte ik sprongetje achterwaarts. In het zand, precies voor mijn voeten rolde een blikje van een welbekend Hollands biermerk. Het blikje was volgepropt met sigarettenpeuken en andere genotsmiddelen. De inhoud rolde door de schok naar buiten. Een rubber omhulsel, gebruikt voor een veilige vrijpartij, vond een plekje op mijn grote teen. Ik slaakte een gilletje en in een reflex schopte ik het geval over één van de vele rotsen. Het ongerepte strandje was ineens niet zo maagdelijk meer. Ook de stilte werd verstoord. Achter één van de rotsblokken klonken verontwaardigde stemmen. Een verongelijkt gezicht, dat bij een dame met roodgeverfd haar hoorde, verscheen boven het gesteente. Misnoegd stak zij een stokje omhoog met daarop, als een vredesvlag, het wit rubberen zakje. Nijdig zwiepte zij het terug. En in onvervalst Amsterdams sneerde ze: ,, Het maakt niet uit wat je daar uitspookt mop, maar houd die rotzooi effe lekker bij je

Categorieën: Reisverhalen

Li

Liever gek dan 'grijs'. (O)mama Li doet maar wat. Schrijft voor een scholengroep, een ouderenblad en voor schrijfgroep Undercover. Is na 10 jaar weggereorganiseerd bij het Alphens Nieuwsblad. Werkt 30 uur per week als bovenschoolse coördinator TSO bij SCOPE Scholengroep.

1 reactie

Casperio · 11 juni 2003 op 10:11

Een echt paradijsje zoals je het beschreven hebt… Je hebt, neem ik aan, een heerlijke vakantie gehad (afgezien van het zwervende afval dat je op de meest onverwachte plekken kunt vinden).

Ik krijg ook al enorme zin in vakantie… Heerlijke verlaten stranden… samen met de liefde van m’n leven… 🙂

Geef een antwoord