Ik hoef hier niet te wichelen. Ik weet zó wel dat het diep onder dit deel van het huizenblok rommelt en roert. Overal is áltijd ruzie om me heen. In de woning links, rechts, onder me, nog verder naar beneden.
Misschien ligt het ook aan de maat. Is vijftig vierkante meter te krap voor gezinnen? Zelfs die zonder kinderen? Wel als er te veel troep staat. Ik heb weinig spullen. Niks blokkeert hier de stroom die vanuit de grond een uitweg door de stam naar de kruin zoekt. Ja, ikzelf. Maar ik ben hol van binnen. Als een appel zonder zaad. Door mij gaat alles heen.
Ik hang in een zieke boom.

Een klop op de deur. Aan de manier waarop herken ik altijd precies wie het is. Nou ja, ik weet wanneer ze het niet is.
Op mijn kom binnen komt geen reactie dus ga ik zelf naar de deur en doe hem open. En dan speelt ons gesprekje zich af in het gebied tussen mijn woning en de gang. Soms ook helemaal in het trappenhuis.

Of ik een hamer heb. Natuurlijk. Ik ga hem halen en geef hem haar.
“Alles goed met je verder?” vraag ik.
Ik zie geen blauwe plekken.
Ze kijkt me even aan voordat ze knikt.
“Je hebt het gehoord vannacht.” constateert ze.
Ik knik. “Ik heb een paar dingen verstaan.” zeg ik naar waarheid en ik voel mijn wangen branden.
Op dat moment floept de gang naar donker. Buurvrouw buigt zich naar het knopje in de muur en duwt erop. Weer twee minuten verlichte conversatie.
“Weet je, hij is niet altijd zo hoor. Hij moet eigenlijk iets slikken en als hij dat doet gaat het veel beter. Maar de laatste tijd neemt-ie het niet meer in, en als ik er iets van zeg, nou ja…..”
Ik knik.
“Ik hoorde dat hij tegen je zei dat hij je dood zou maken.”
“Ja.” zegt ze.
“Als je dat zou willen dan bel ik de politie als het weer gebeurt. Ik bedoel ik ben nu getuige van doodsbedreiging.”
Mijn buurvrouw kijkt me aan en zwijgt. Dan begint ze zoekend te praten.
“Weet je, hij doet mij niks, hij gooit alleen met spullen. Moet je bij mij in de huiskamer komen kijken; overal gaten in de muren!” Er volgt een hele opsomming van tot projectielen omgewerkte huiselijke voorwerpen.
Ik geloof haar. Maar ik geloof niet dat ik het begrijp.

Ze daalt weer af naar haar eigen verdieping. En even later hoor ik onder mij een loden kopstem zingen. Staccato mezzo forte.

Categorieën: Vervolg verhalen

8 reacties

pally · 17 december 2006 op 14:44

[quote]niets blokkeert hier de stroom die vanuit de grond een uitweg door de stam naar de kruin zoekt[/quote]

Prachige zin, hele mooie metafoor.

Je verwoordt in dit stukje de discrepantie tussen het benauwende, bedreigende en het knusse van zo’n kleine woning vol leven.

groet van Pally

pepe · 17 december 2006 op 20:32

Het lijkt me afschuwelijk getuige te zijn van dit hele gebeuren.
Je beschrijft het heel beeldend. Mooi.

arta · 17 december 2006 op 22:31

Hij is weer erg mooi!
🙂

Trukie · 18 december 2006 op 02:06

Hij blijft mooi.

En zo subtiel in de dubbele betekenis, zoals

[quote]Weer twee minuten verlichte conversatie. [/quote]

SIMBA · 18 december 2006 op 08:28

Wacht niet te lang met het volgende deel 😉

KawaSutra · 18 december 2006 op 17:00

De hamer, ook een metafoor?

Li · 18 december 2006 op 22:32

Die hamer intrigeert me.

Li

Bitchy · 19 december 2006 op 12:38

Ik denk dat je in de situatie moet zitten om het te kunnen begrijpen. Mensen doen soms vreemde dingen in een relatie :-s

Mooi geschreven!

Geef een antwoord