“Hebt u een afspraak?”
“Nee mevrouw ik heb geen afspraak, ik heb een ongeluk gehad”.
“ U moet eigenlijk eerst een afspraak maken”, zegt de assistente op de Huisartsenpost zonder naar me op te kijken.
“ Ik heb een ongeluk gehad”, terwijl ik om me heen kijk op zoek naar een stoel die er niet staat. Ik wil zitten. “Hebt u uw verzekeringkaartje bij u?” vervolgt ze onverstoorbaar en typt ondertussen iets in de computer.
“Nee, mevrouw ik heb niet mijn verzekeringskaartje bij me, ik heb een ongeluk gehad”.
“Hebt u dan uw ponsplaatje bij u?”
“Nee ik heb ook niet mijn ponsplaatje bij me, ik heb vanmiddag een ongeluk gehad”, antwoord ik zo beleefd mogelijk ondertussen de pijn verbijtend.
“Maar u moet altijd uw ponsplaatje meebrengen hoor” antwoordt ze stoïcijns. Nog steeds heeft ze me geen één keer aan gekeken. Het ontgaat haar volledig dat ik met een rood-blauwe platte hand zwetend aan haar bureau sta. Ik heb het koud.
“Mevrouw, ik heb vanmiddag een ongeluk gehad ofschoon ik daar niet op had gerekend. Ik ben vanochtend zonder verzekeringskaartje en zonder ponsplaatje van huis gegaan omdat ik niet wist dat ik een ongeluk zou krijgen. Nadat het me overkwam ben ik rechtstreeks hier naar toe gekomen”.
“Rechtstreeks hier naar toe gekomen? Maar dat is niet de bedoeling hoor. U had de Huisartsenpost moeten bellen en die sturen dan een auto”, en zonder verder iets te zeggen staat ze op, loopt de kamer uit om enkele seconden later terug te komen met een foldertje. “Hierin staat het nummer dat u de volgende keer moet bellen”.
Ik betrap me zelf er op dat ik weer last van mijn overdadig aanwezige fatsoen krijg, dat speelt me in dit soort situaties vaker parten. Ik ben geen ruziezoeker, blijf altijd correct, ken geen gevoel van agressie, heb een ijzeren geduld. Ik ben gewoon te beschaafd. Maar soms, soms zou ik willen dat het niet zo was. Want waarom blijf ik aardig tegen een mevrouw die in een tijdsbestek van vijf minuten verandert van de aanvankelijk charmant ogende assistente in een onuitstaanbaar bureaucratisch takkewijf. Zo dat is er uit………

Denkt ze nou echt dat wanneer je frontaal de vangrail in duikt op de A12 dat je dan vóór dat je met je gezicht in de airbag knalt eerst de Spoedeisende hulp belt om een afspraak te maken? Je slaat over de kop met je fiets en in de buiteling nog voor je het asfalt raakt toets je snel even het nummer van de Huisartsenpost in om een afspraak te maken, ondertussen je zakken navoelend of je wel je ponsplaatje bij je hebt?

“Vertelt u maar, wat is er gebeurd”?
Hèhè, of die vraag nooit zou komen, hij kwam bijna als een verrassing..
“Ik heb bekneld gezeten met mijn hand tussen een aanhanger met boomstammen en een garage”.
Hardop typend :”…ke..lem…ge..zee..ten … tus..sen…een, aanhanger zei u toch, aan..hang..er… met… boom..stam..men…en… een ga..ra..ge”.
Zonder überhaupt een seconde naar mijn hand te hebben gekeken krijgt ze een heldere ingeving door op te merken “daar moet de dokter naar kijken”.

Wat een verbluffend inzicht, geniaal. Hoe verzin je het? Het was geen seconde in me opgekomen, maar ach nu ik er dan toch ben, ja dan kan de dokter er misschien wel even naar kijken. De zo abrupt verdwenen achting voor haar begon weer plaats te maken voor bewondering. Ik had overduidelijk te maken met een uiterst bekwame en ervaren assistente.

Ik mocht doorlopen. Na de dokter het hele verhaal over de aanhanger en de boomstammen te hebben verteld moest ik demonstreren waartoe mijn hand nog in staat was. Hij trok wat aan mijn vingers, kneep in de handpalm en vroeg tussen mijn oe’s en ah’s door of het pijn deed.
Het leek volgens hem wel mee te vallen, en….: “Wanneer we op een onbewoond eiland zouden wonen dan zou ik zeggen loopt u er maar mee door, maar aangezien we in Nederland wonen stel ik voor dat we voor de zekerheid maar een foto moeten laten maken”. Letterlijk ! Alsof je op onbewoonde eilanden Huisartsenposten hebt.
Dokter Crusoe verwees me door naar het Ziekenhuis.

“Gaat u hier maar zitten. Wilt u pijnstillers”? Zo kan het dus ook. Daarna werden foto’s gemaakt. Diagnose: middenhandsbeen gebroken. Anderhalf uur later zat ik thuis met mijn hand in het gips op de bank. Dat heeft er bijna vijf weken om gezeten en inmiddels is het er al weer twee weken af .

Vandaag moest ik terug voor controle. Aardige arts. Hoewel de breuk geheeld is blijkt de zwelling nog zo groot dat er een zenuw bekneld zit. Pianospelen gaat niet lekker en is bovenal pijnlijk. Hoogstwaarschijnlijk het carpaletunnel syndroom. Volgende week wordt dat gemeten middels een Elektromyografie (EMG). Bovendien mocht ik weer terug naar de zelfde gipskamer waar ik veertien dagen geleden mijn gips had laten verwijderen. Daar kreeg ik een gipsen nachtspalk aangemeten welke ik de komende weken moet dragen wanneer ik naar bed ga. Ik ben er voorlopig nog niet vanaf.

Vanmiddag realiseerde ik me hoe bevoorrecht ik ben dat ik niet op een onbewoond eiland woon. Maar mocht het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ooit in al haar wijsheid besluiten een Huisartsenpost op een onbewoond eiland op te zetten dan hoop ik dat die Velpse dokter Robinson daarheen verbannen wordt, en laat die alstublieft zuster Vrijdag meenemen. Met haar ponskaartenpers.


6 reacties

schoevers · 2 januari 2009 op 08:11

Deze columns is uit het leven gegrepen. Zo’n dokterspost is het toppunt van onpersoonlijkheid.
Gelukkig kwam onze dorpsdokter, ondanks dat hij geen dienst had,eergisteren voor het eerste schaatsongeval alhier zonder mokken naar zijn praktijk. Gelukkig bestaat dat ook nog, want onze dokterspost is een uur rijden. Een dokterspost:Wat een instituut!

SIMBA · 2 januari 2009 op 09:10

Die keren dat wij de huisartsenpost nodig hadden, zijn we er prima, vlug en vriendelijk geholpen. Maar ja, we hadden dan wel ook eerst gebeld 😉
Leuk stukje!

pally · 2 januari 2009 op 10:49

Wat een verhaal! Er zaten toch wel echt een assistente en een arts? Weet je zeker dat het geen gekloonde robots waren? Je hebt wel fatsoen en geduld zeg! Was mij niet gelukt. Ik was waarschijnlijk desnoods met mijn zere hand gaan slaan. Gelukkig ben je aan de beterende hand 😀
Leuk geschreven,

groet van Pally

KawaSutra · 2 januari 2009 op 14:25

Eén keer in het jaar krijg ik post van mijn huisarts. Daarin zet hij netjes uiteen wat de vakantieperiodes zijn en wie hem waarneemt. Alle belangrijke informatie op één A4 voor op mijn prikbord.
Ik ben gek op huisartsenpost.

Dees · 3 januari 2009 op 13:22

Geweldig, wat een geduld. Ik had ws in de tussentijd nog een middenhandsbeentje gebroken, maar ja 😀

Mien · 29 januari 2009 op 13:51

Zeer herkenbaar.
Kom zelf regelmatig bij dit soort posten en balies.
Niks droeviger en schrijnender dan dit soort balieleed.

Leuke theatertip:
[url=http://www.goldenpalace.nl/]Balieleed[/url]

Gaat dat zien en lach en huiver!

Geef een antwoord