De man naast me kijkt steels opzij als de trein Brussel Midi uitglijdt. Zijn moeder en hij konden niet zomaar naast elkaar gaan zitten en ik was te bevooroordeeld om het aan te bieden. Ze hebben een flinke discussie. Is ‘potverdorie’ vloeken, ja of nee? Moeder is onverbiddelijk met haar even onverbiddelijke haar in een onverbiddelijke knot op haar onverbiddelijke hoofd. Zachtjes sputtert hij tegen; er moeten immers manieren zijn om je onvermogen en je woede te uiten? “Onvermogen en woede zijn niet des Heeren”, zegt zij, de tas als wapen op haar schoot om haar woorden nog eens extra kracht bij te zetten. Ondertussen dwaalt een jonge man, begin dertig de gangpaden af. Op en neer, verscheidene keren. In zijn bewegingen verraadt hij een doel, maar ook een aarzeling. Toch verzamelt hij kracht. Net genoeg moed om tegenover zijn object van affectie en bewondering te gaan zitten. Je ziet de aanstalten als hij zich voorover buigt om het jochie aan te spreken. Na drie keer haperen, [i]doet hij het gewoon[/i]. Een kleine persoonlijke overwinning. Het is een lief jochie, van een jaar of tien. Hij spreekt in zachte Vlaamse tongval over treintjes, over zijn vader, over voetbal. De man tegenover laaft zich aan zijn jeugd en onschuld. Zijn ogen beginnen te stralen en je ziet het onvermogen in zijn ogen om de gevoelens die hevig opborrelen te onderdrukken. En waarom zou hij ook? Hij is immers ook maar zo gemaakt. Door God, of door zijn vader, of wie weet door een oom die ooit in zijn jeugd een blauwe maandag bij hen heeft geschuild voor de terreur van zijn ex-vrouw. Ook hij heeft recht. En ook wel op meer dan op een Kitekat in de gangpaden van de railcatering.

Achter zitten twee vrouwen met een zwaar Antwerps accent te discussiëren over Nederland. Je kunt veel zeggen over België, maar de Noorderburen doen het nu in ieder geval nog een heel stuk slechter. Ze treiteren doelbewust. Ik zie Nederlanders ongemakkelijk in hun stoel heen en weer schuiven, terwijl de vrouwen hun mutsenanalyse voortzetten. Iemand wil reageren, bedenkt zich, trekt zijn stropdas recht en pakt een Franse krant. Hij moet zichtbaar moeite doen om te begrijpen wat er staat.

De jongen die ik ken van een vorige reis, komt binnen. Hij ziet me en als ik opsta, pakt hij me vast en geeft me een knuffel. Hij is zichtbaar nog gegeneerder dan ik, als hij zich realiseert dat zijn impuls niet gepast is. Haastig maakt hij zich uit de voeten.

Ik zit in die trein en zie het allemaal gebeuren. De ziekte van de wereld om me heen. Maar het gaat langs me heen, want ik ga naar huis. Naar een slobbertrui en een warm bed.

Jan Peter is inmiddels zo getergd dat de “Godverdomme Mamma’s” door de coupé vliegen. Moeder zit daar maar, star een enkele beweging van de mondhoeken naar het zuiden, witte knokkels van het omklemmen van haar tas. De man schuin tegenover grijpt in de consternatie zijn kans en aait het jochie over zijn gezicht. Het jongetje wordt rood en draait zich af, gezicht richting het donker buiten.

Zo kabbelt het leven voort, terwijl de trein zijn cadans nimmer laat verstoren en de conducteurs in grijze uniformen en stijve petten hun continue ronde doen en tips geven over waar en op welk perron over te stappen om nog een beetje bijtijds thuis te zijn.


12 reacties

Kees Schilder · 2 december 2004 op 14:59

Heel erg mooi

sally · 2 december 2004 op 15:11

Echt een kunst om van een eenvoudig treinreisje zo`n prachtimpressie te geven.
Met heel veel plezier gelezen.
liefs Sally

Mup · 2 december 2004 op 17:10

Zeg, wil jij andere mensen ook eens de kans geven om een maandcolumn te scoren 😉

[quote]een slobbertrui en een warm bed. [/quote]

En een geprinte column van je, heerlijk..

Groet Mup.

Wright · 2 december 2004 op 17:24

Desaparecida, altijd als ik in België ben overvalt me een gevoel van bedroefheid.
Ik weet echter nooit zo goed waarom. Die bedroefheid bekruipt me ook bij het lezen van jouw column.
Héél mooi, de sfeer is bijna tastbaar.

Mosje · 2 december 2004 op 22:04

Heb ook veel met de trein van Brussel naar Rotterdam gereisd. En weet je wat me opviel?
Als de trein de grens passeerde leek niet alleen het landschap op slag te veranderen, maar ook de sfeer in de trein.
Zal wel aan mij liggen.

WritersBlocq · 3 december 2004 op 11:19

Hoi Desperablabla, ik heb onwijs lekker gelezen! Hmmmm more more more!

Dees · 3 december 2004 op 11:47

Grappig. Had hier niet echt positieve reacties bij verwacht, verkeerde inschatting dus! En thx!

Enneuh WritersBlocq, begrijp ik het nu goed dat je me een wanhopige kletskous noemt? 😀

(zeg maar Dees..)

Grtz,

Dees

Ma3anne · 3 december 2004 op 14:41

Mooi melancholiek verhaal, Dees.
Het is een kwestie van goed observeren om te zien hoe de wereld er werkelijk aan toe is.
En observeren kun je!

Hendriks · 3 december 2004 op 16:51

Eens met al het bovenstaande 🙂 😎

pepe · 3 december 2004 op 19:42

Wil je nog een stukje doorschrijven tot die trein in zuid europa is? Ik voelde me even een medepassagier, heerlijk zo treinen en zeker met het vooruitzicht warme slobbertrui thuis…

Erg leuk om te lezen Dees!!

Li · 3 december 2004 op 23:20

Ik heb deze column zonet een paar keer gelezen. En hoe vaker je hem leest, des te mooier die wordt 🙂

doos2 · 6 december 2004 op 00:12

hmm.. geloof dat ik vaker met de trein moet! Erg mooi Dees!
groet Doos2

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder