Joao’s verhaal heeft ons met stomheid geslagen. We voelen ons machteloos tegenover het grote verdriet waaronder de jongen gebukt gaat. Dan verbreekt Bert echter de stilte. “Dat is Marian geweest” herhaalt hij. “Dan leeft ze misschien nog”. We overleggen. Willen we nog een schijn van kans maken om Marian uit handen van haar ontvoerders te redden dan moeten we onmiddellijk in actie komen. Van de politie hoeven we geen steun te verwachten, die zijn sowieso niet te vertrouwen volgens Bert. We zullen op eigen houtje een actieplan moeten bedenken. João is emotioneel, maar bereidt om te helpen. Hij kent de indeling van het huis van Carlos op zijn duimpje. Ik vraag hem voorzichtig om een gedetailleerde plattegrond van de haciënda te maken. Hij geeft aan dat Marian waarschijnlijk, als ze nog aanwezig en in leven is, in de kelder zit opgesloten. Daar zijn vroeger speciale celruimten aangebracht, nog daterend uit de tijd dat de landeigenaren voor eigen rechter speelden. Bert vraagt zich af of zijn goede vriend Bernardo misschien kan helpen. Bernardo is een voormalig monnik die iets verderop een soort “Boys Town” tehuis voor ontspoorde straatjongeren leidt. Bert neemt contact met hem op en Bernardo beloofd meteen om naar ons toe te komen.
Even later zitten we met zijn vieren bij elkaar. Bernardo weet dat er deze avond een groot feest plaats vindt op de haciënda van Carlos met veel prominente gasten. “En kijk eens wat ik hier heb” zegt hij. Hij trekt een envelop uit de binnenzak van zijn jasje. “Een uitnodiging. Eigenlijk had ik niet willen gaan, maar nu komt het goed van pas.” We spreken af dat Bernardo en ik het feest gaan bezoeken.
We worden zonder problemen tot de haciënda toegelaten, Bernardo met zijn uitnodiging en ik als zijn buitenlandse vriend. Het feest is in volle gang, het is druk en er wordt volop muziek gemaakt. We mengen ons onder de gasten maar zodra we kans zien, zonderen we ons af en gaan op zoek naar de kelders van het huis. Als we de juiste ingang hebben gevonden blijft Bernardo op de uitkijk staan, terwijl ik de trap naar beneden volg. Ik kom in een gang terecht waar ik een deur zie met een luikje. Door het luikje kijkend zie ik Marian op een bank in een kamertje liggen, volledig uitgeteld, wellicht verdoofd of wat dan ook. Ik neem via mijn mobiel contact op met Bernardo en vertel hem dat Marian is gevonden. Dan schreeuwt er iemand achter mij: “Qué estás haciendo aqui abajo?” Of zoiets. Als ik mij omdraai staat er een bewaker achter mij die met een honkbalknuppel naar mij uithaalt. Dan wordt alles zwart.

4 reacties
Mien · 15 juli 2014 op 07:52
Het verhaal ontwikkelt zich van zwartwit polygoon naar full colour 007. Van spaghettiwestern naar een avondvullende tv-commercial. Waar zal het eindigen? Het maakt plotnieuwsgierig.
troubadour · 15 juli 2014 op 08:36
Ik word ook nieuwsgierig naar de afloop. Temeer daar ik een tante heb in Columbia, dat speelt onbewust een rol.
Nachtzuster · 15 juli 2014 op 21:29
Er zit al iets meer rust in je verhaal. Je verwerkt ook meer details en gevoelens en dat leest prettig. Ben benieuwd naar deel drie. Tipje: Nog iets meer dialoog zou het inlevingsvermogen nóg meer versterken.
Thomas Splinter · 16 juli 2014 op 18:18
Bedankt voor deze attente reacties. De kritiek en adviezen hebben mij in ieder geval weer een beetje verder op weg geholpen en daar gaat het toch om. Deel 4 (en slot) zit in de pijplijn.