“Drie maal toeteren”, Ab is er klaar mee.
“Excuus”, met warme schaamteblossen wordt de met dozen oranje snorren gebarricadeerde achterdeur van Thialf door een verraste steward ontzet. Net als het invalidentoilet bij gebrek aan moeilijk plassende cliëntèle als veredelde voorraadkast dienst doet, is ook deze bij wet verordonneerde kruipruimte volgestouwd met onverkoopbare merchandising. Het is lang gelden dat iemand door dit woud van monsterlijke wansmaak de schaatstempel wilde verlaten, maar als Ab Krook voor je neus staat kun je maar beter de sleutel zoeken. De inderhaast ingespoten kruipolie mist zijn uitwerking niet en na een forse krachterm scharnieren de scharnieren weer, Ab Krook staat buiten. Een waterig maartzonnetje doet zijn ogen knipperen maar als ze goed en wel aan het licht zijn gewend blijkt operatie foetsie voor niets te zijn geweest.

Ab had beter moeten en kunnen weten. Sinds jaar en dag posteert de pers bij luchtkokers en putdeksels, op jacht naar ontslagen coaches en gedesillusioneerde sporters die langs een overwoekerd bospad aan het licht willen ontsnappen. Een staart tussen de benen is vele malen interessanter dan een zegevierend vingertje en al snel wordt zijn vluchtpoging verijdeld. Als betrapte schooljongen na een mislukte moestuinexpeditie legt hij ten overstaan van misprijzend Nederland rekenschap af voor zijn van vuurwerk en champagne verstoken aftocht.

Ook een verdwaalde handtekeningenjager ziet zijn kans schoon en eist een deel van de prooi. Hij kent de goede man weliswaar niet, maar het zou toch zonde zijn dat hij deze kennelijk bijzondere ontmoeting niet met een haastige krabbel zou kunnen staven. Dank je de koekoek, straks ontmoet hij iemand die zijn verhaal in twijfel gaat trekken. Nou, dan ben je bij deze jongen mooi aan het verkeerde adres!

Met krommende tenen heb ik deze pijnlijke aftocht aanschouwd. Ik houd van mensen zoals Ab. Hij vertegenwoordigt iedereen die achterin het orkest met plezier hun partijtje meeblazen en niet op de grote bas willen spelen. Iedereen die zich gevangen voelt op zijn eigen verjaarspartijtje en die werkelijk als de dood zijn voor goedbedoelde surpriseparty’s. Een verrassing zijn ze zeker maar niet meer dan een wind die achteraf dun langs de pijpen blijkt te lopen. Hij heeft het land aan lang vergeten kennissen die hem opbellen met de heugelijke tijding dat Piet of Henk binnenkort de vijftig passeert en wat zou het toch leuk zijn….. “Drie maal toeteren”, Krook is er klaar mee.

Jammer is het wel, zeker voor mijn generatie. Begonnen als boeman die steevast zijn duim naar beneden stak als één van zijn pupillen op een winnende tijd afstevende. “Hij is jaloers omdat hij zelf niet zo goed kan schaatsen” was mijn kraakheldere kleutervisie totdat voortschrijdend inzicht mijn kijk op sport definitief, maar zelden ten goede veranderde.

Krook, alleen de naam al ademt keelsnijdend winterweer. Maar Ab is een warme man. Als zijn winnende pupil in de arrenslee over de baan werd getrokken, dook Ab de catacomben in om zijn schouder klets te laten snotteren door minder getalenteerde figuranten. Een vaderfiguur die pal achter zijn kroost stond, soms op het irritante af. Met niet aflatende ijver zocht hij naar organisatorische haarscheurtjes die succes van zijn kinderen in de weg zouden kunnen staan. Was een loting niet gestoken, dan was de bel wel afgebroken. Of een ijsvloer was te droog dan wel te nat, papa Krook had altijd wat. Buitenlandse officials werden geregeld kriegelig van zijn bemoeizucht maar de Nederlandse schaatsers voeren wel bij de provocaties van hun ijsbreker.

Nu verlaat hij de trein die naar zijn zeggen ook zonder hem zal blijven doordenderen. “Ik zal niet gemist worden” maar nu neemt hij een voorschot op gevoelens die hij nooit terug zal kunnen betalen. Want de schaatssport is schatplichtig aan Krook. Aan zijn diplomatieke pendelen tussen eigengereide schaatsploegen en zijn Explosieve Opruimingsdienst. En waar vinden we ooit nog een coach die zo fenomenaal achteruit kan schaatsen? Deze man verdient een afscheid zoals hij zelf zou willen, stil en geruisloos. Daarom Ab, we hebben je nooit gekend. Sterker nog, we zouden niet weten wie je bent.


4 reacties

archangel · 26 maart 2006 op 12:01

Skuur is terug! En met een stijl die als immer om van te smullen is. Vaker schrijven jij!!!

Mosje · 26 maart 2006 op 12:20

Weet je wat het met figuren als Krook is? Die kunnen niet echt afscheid nemen. Op de een of andere wijze zal hij volgend schaatsseizoen weer opduiken.
Mooi geschreven stukje trouwens.

wendy77 · 26 maart 2006 op 20:35

Column naar mijn sporthart 😉
En ook ik denk dat hij volgend seizoen weer gewoon ergens op of naast het ijs te vinden zal zijn

KawaSutra · 27 maart 2006 op 17:35

Sterk geschreven column!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder