Plotseling was ze er: de kleine Isis. Toen ik op een nacht mijn licht uitdeed hoorde ik na een korte tijd hoe ze kiezelsteentjes tegen mijn raam gooide. Even dacht ik dat ik het geluid van het druppen van de kraan had uitvergoot in mijn droom, maar na een kwartier van onophoudend getik, besloot ik om polshoogte te gaan nemen. Ik opende mijn raam en daar stond ze. Ze was het kleinste en mooiste wezen dat ik ooit had gezien: lange blonde haren, een rond gezicht, en een huid zo blank als een lelie. Ik moest mezelf even knijpen om er van overtuigd te zijn dat dit geen droom was, maar de pijn bracht me terug in de realiteit van het moment.

“Ben je verdwaald?”, was het eerste dat ik uit wist te brengen. En na een korte stilte zag ik hoe ze met haar kleine vinger een luchttekening maakte. “Ik zie niet wat je bedoeld”, fluisterde ik op dringende toon. Te dringend waar het haar toekwam, want plotseling rende ze weg. Even wilde ik haar achterna komen, maar tegen de tijd dat ik me goed en wel aan zou hebben gekleed, zou ze waarschijnlijk al voorgoed uit mijn blikveld zijn verdwenen. Er zat niets anders op dan weer naar bed toe te gaan, hoewel ik de rest van de nacht de slaap niet meer kon vatten.

De daaropvolgende nacht besloot ik om langer op te blijven. Ik was hevig geïntrigeerd door dit onwerkelijke wezen. Ik nam nog een glas water en staarde vluchtig uit het raam. Iets in mij zei dat ze zou terug zou keren. Ik besloot om het licht in mijn woonkamer uit te laten. Zo zou ze niet schrikken van mijn klaarwakkere aanwezigheid. Na een lange zit besloot ik tegen half twee dat het genoeg was geweest. Ik doofde het schimmige kaarslicht en ging naar bed. Na enig gewoel, hoorde ik opnieuw een getik. Onmiddelijk sprong ik op uit mijn bed en opende mijn raam. En daar stond ze weer. Alvorens ik iets kon zeggen rende ik de trap af om de deur te openen. Deze keer zou ze me niet ontkomen.

Verschrikt staarde ze me aan. Dit had ze vast niet verwacht. “Kom alsjeblieft binnen”, zei ik met een kalme stem. Ik wilde haar niet opnieuw overstuur maken. Stilzwijgend stapte ze langs me heen de deur in, en aarzelend bleef ze in de gang achter me staan. Ik leidde haar naar de woonkamer waar ik haar iets te drinken aanbood en ietwat onzeker nam ze plaats op een stoel. “Wat is er met je aan de hand? “, vroeg ik verontrust. “Ben je weggelopen? Heb je misschien ruzie met je ouders gehad?”. Met haar vinger tekende ze een aantal letters in de lucht en aandachtig probeerde ik te herkennen welke woorden ze probeerde te maken. “Ik”, was het eerste woord dat ik duidelijk kon herkennen. Het tweede woord was al wat moeilijker om te ontcijferen. “Ik ben?” vroeg ik haar om er zeker van te zijn. “Wacht even”, haastte ik mij te zeggen, en in een flits verschaftte ik haar een pen en papier.

Even leek ze te aarzelen, maar al snel maakte ze aanstalten om iets op te schrijven. In spanning wachtte ik af. “Isis”, schreef ze in hakerige letters. “Aangenaam Isis”, zei ik terwijl ik diep nadacht over een volgende vraag. Maar plotseling veerde ze op en sperde angstvallig de woonkamer uit. “Wacht Isis”, “wacht nou”, riep ik haar nog achterna. Maar het was al te laat. Opnieuw was ze me ontglipt.

De volgende dag werd ik wakker met een ongrijpbaar gevoel. Direct dacht ik weer terug aan wat er gebeurd was die nacht. “Isis”, zei ik luid, om het gevoel te verwerkelijken en slaperig rekte ik me uit. Plotseling dacht ik aan het briefje. Onmiddellijk rende ik naar de woonkamer en opende de deur. Het briefje lag nog precies op de plek waar Isis het achter had gelaten. Ik pakte het op en bleef er even naar staren. Toen, plotseling drongen de woorden tot me door: “Ik….ben…..een…..droom”.

Voor Kyah.

Categorieën: Fictie

16 reacties

Trukie · 21 september 2005 op 11:36

Troy alsof er een literair engeltje het brein binnenfietst.
Weer een geweldige column.
Alleen vraag ik me af of het polshoogte is of poolshoogte. Niet dat het iets aan het verhaal afdoet. Maar het zag er ineens zo onwerkelijk uit.

bert · 21 september 2005 op 12:03

Het is inderdaad poolshoogte en het is bovendien een fantastisch mooi beschreven droom.

wendy77 · 21 september 2005 op 12:34

Hele mooie droom. Het heeft me geboeid vanaf de eerste letter tot aan de laatste.

Je zou misschien alleen deze zin even aan kunnen passen:

[quote]Iets in mij zei dat ze zou terug zou keren.[/quote]

Louise · 21 september 2005 op 12:36

In jouw verhalen wordt de hoofdpersoon meestal bezocht door de meest angstaanjagende figuren. Nu niet. Een opvallend lief wezen kwam tevoorschijn.
Mooie verhaallijn en opnieuw meeslepend geschreven 😉

Dees · 21 september 2005 op 12:53

Vaak zit er iets ‘unsettling’ in jouw verhalen. Ook in deze. Dat is ook een van de redenen dat jouw verhalen altijd iets speciaals hebben / speciaal zijn.

Voor mij is het soms ook een reden om iets van me af te moeten schudden na het lezen. Ook bij deze.

Het maakt je wel tot een schrijver waarvan ik verwacht ooit nog eens een boek uitgegeven te zien. Call it a hunch.

Grtz,

Dees

KingArthur · 21 september 2005 op 14:30

En nu ben je voor mij door de mand gevallen. Want dromen zijn bedrog :-). Nee hoor, mooie tekst…weer.

Mup · 21 september 2005 op 14:58

[quote]Verschrikt staarde ze me aan. Dit had ze vast niet verwacht.[/quote]

Mooi verhaal, mooie wending,

Groet Mup.

Mosje · 21 september 2005 op 15:17

Ik hoop dat ik ook zo droom (bij het wakker worden ben ik het meestal al kwijt).

Wright · 21 september 2005 op 19:19

Wat een prachtig mystiek verhaal, Troy! Wat je ook schrijft, het blijft van een ongrijpbare, rondzwevende schoonheid.

Groet, Wright

Li · 21 september 2005 op 21:18

Isis, de godin van de vrouwelijke kracht.
Mooi en ongrijpbaar.
Net als jouw columns 😉

Li

KawaSutra · 21 september 2005 op 21:54

[quote]Het is inderdaad poolshoogte…[/quote]
Goh, ook nooit geweten: ‘hoogte van de hemelpool boven de horizon’ volgens Kramers.

[quote]Alvorens ik iets kon zeggen rende ik de trap af om de deur te openen.[/quote]
Prachtige zinnen allemaal maar deze komt wat onwerkelijk over. Moest de eerste ‘ik’ soms ‘ze’ zijn? Ach, onwerkelijk? Het blijft natuurlijk een droom. 🙂

WritersBlocq · 21 september 2005 op 22:36

Dromen, heerlijk, ik droom vaak, veel en intens en ontdek steeds meer patronen.
Deze is wel heel bijzonder, jouw droom, mooi!

melady · 22 september 2005 op 00:16

[quote]maar na een kwartier van onophoudend getik[/quote]

Dat zijn wel héél veel kiezelsteentjes 😀

[quote]Voor Kyah.[/quote]

Hoop voor je dat Kyah je boodschap begrepen heeft.

Mooi Troy!

Ma3anne · 22 september 2005 op 06:36

[quote]Alvorens ik iets kon zeggen rende ik de trap af om de deur te openen.[/quote]

Ik weet niet of het een verschrijving is, dat eerste woordje ‘ik’. Maar dit is voor mij zo’n moment, dat je me als lezer meesleept in een irrationele wereld, waar je de controle over jezelf verliest.

Schitterend einde. De brug tussen werkelijkheid en droom hangt volledig in het luchtledige en laat mij als lezer even in verwarring achter…

Kees Schilder · 22 september 2005 op 07:07

Weer onwerkelijk mooi geschreven.Het blijft fantastisch jouw columns te lezen.En niet één keer.

klungel · 22 september 2005 op 08:38

Troy’s is (Y)

Geef een antwoord