Af en toe loop ik erlangs. Het met twee mensen bemande piepkleine knipwinkeltje op de weg tussen Nina’s school en baka’s woning. Het is er zelden druk. Ook dit keer niet. Dit keer zitten beide kappers werkeloos te roken, rugrustend tegen de muur. Er kriebelt iets en ik sta stil. Ik kijk op het mutsloze hoofd van mijn zoon. Van alle soorten saaie bloempotten heb ik het mooiste model gebruikt voor zijn kapsel. Dat heeft niet zo bar veel geholpen. Mijn zoon kijkt omhoog, op zoek naar mijn gezicht, nieuwsgierig naar de reden voor deze abrupte stop. Mijn blik valt in de zijne en ik vraag: “Zullen we naar de kapper gaan?”
Duka heeft geen idee wat dat is maar door mijn toon heb ik – zeer geslepen – zoveel enthousiasme gekneed dat hij vol vertrouwen knikt. We draaien ons om en stappen de zaak binnen.

De twee kappers schieten omhoog waarna als uit één mond de begroeting klinkt.

“Dobar dan!”

Ik groet verlegen terug en dan vraagt de vrouw waarmee ze me van dienst kan zijn. Ik leg uit dat mijn zoon geknipt moet worden. Niet te kort maar wel ruim voorbij het bloempotstadium. De vrouw werpt één blik op Duka en knikt, iets te begrijpend naar mijn zin. Goed, misschien kan ik hier ook mijn lange tenen laten knippen.

Nu dan de meewerkmissie. Ik zink op mijn hurken en kijk mijn zoon slinks aan. We gaan dit varkentje eens even op subtiele, diplomatieke wijze wassen.
“Manneke, wil jij een autootje verdienen?”
Wederom krijg ik een hele blije knik maar er is dit keer toch een splintertje argwaan in geschoten. Iets moeten verdienen betekent meestal vermomde straf. Dus gooi ik er nog een schepje bovenop.
“Een rooie racewagen, mét een aanhanger, én een takel, plús een ladder en een grijper d’r op!”

Tegen zoveel verleidingskunsten is geen enkele driejarige bestand en ik zie het splintertje smelten. Tijd voor de volgende ronde. Ik sta op, pak zijn hand en leid hem naar de grote kappersstoel. Ik trek hem zijn jasje uit, leg ondertussen aan hem uit dat de mevrouw zijn haren gaat knippen en wacht af. De kapster, die met het typerende rustige geduld van de Bosnische vrouw op afstand is gebleven, komt naderbij. Ze neemt het stokje van me over op die schijnbaar achteloze manier die eigenlijk heel behoedzaam is.

Ik op mijn beurt wijk nu een stukje terug en neem plaats op haar plek, bij de muur. Het kussen is nog warm en de kapper naast me knikt me even toe. Goedgemutst.

Het is een feest om te kijken. Zachtjes pratend lijmt de vrouw mijn zoon aan de stoel. Dat hebben ze in dit land ruim op voorraad: praatplaksel. Ze neemt een kappersmantel en met een zwaai die Dracula niet zou misstaan, een perfecte cirkel in de lucht beschrijvend, slaat ze Duka de witte reuzekraag om. Zijn hoofdje steekt eruit, als een kersje op een taart. Dan komt de schaar ten tonele. Ook die presenteert ze met charme; een sympathieke hoofdrolspeler in een vrolijk stuk.

Knip, knip, knip, in rap tempo valt Duka’s haardos, als een belegerde stad. Haar aanraking is zichtbaar zacht en ik zie Duka’s genieten groeien. Snel gaat het, en binnen een kwartier zie ik een echt kapsel onder haar handen ontstaan. Er zit een ander jongetje in de stoel. De mantel gaat af en het jongetje blijft zitten. Ik krijg het vermoeden dat dit jongetje míj een autootje zou beloven om nog een keer te mogen.

Ik kom naderbij en zak opnieuw tot ooghoogte. Er moet weer gewerkt worden, en met belegen beloftes kom ik er niet.
“Je bent klaar knul! Zullen we naar baka gaan? En tekenfilms kijken? En taart eten?”

Ach, Duka weet wel dat leuke dingen niet eeuwig duren. Gelaten glijdt hij uit de stoel, laat zich in zijn jasje helpen en legt zijn hand in de mijne.
Bij de vriendelijke mevrouw reken ik af. Een miniprijsje voor een mini meneertje.
We stappen naar buiten. Klaar voor taart en televisie.

Maar wáár haal ik in vredesnaam een rooie racewagen vandaan, mét een aanhanger, én een takel, plús een ladder en een grijper d’r op?

Categorieën: Diversen

16 reacties

WritersBlocq · 18 maart 2006 op 17:58

Hoi Anne,
schitterend! Vooral de laatste vijf alinea’s vind ik te gek, kicken zinnen zeg maar. En ook leuk dat je jezelf, net als ik, afvraagt hoe je die onmogelijke belofte gaat inlossen…. Dat worden boelveel toeties die uit elkaar gehaald moeten worden voor de onderdelen. Vervolgens moet je zo handig zijn dat je er 1 toet van maakt. Geh geh geh, ik lees het wel in je volgende column 😀

Ma3anne · 18 maart 2006 op 18:08

Bij het woord ‘knipwinkeltje’ had ik onmiddellijk beeld.
[quote]Mijn blik valt in de zijne[/quote]
Dit is zo’n zinswending waar ik van kan smullen. Zo zijn er meer.

Inhoudelijk weer een kostelijk verhaal.

DriekOplopers · 18 maart 2006 op 18:50

Zo ontzettend mooi opgeschreven… Ik zie het allemaal voor mijn neus gebeuren, als het ware.

En die kapperswinkel plus kappers: onthaasting op zijn Oost-Europees. Prachtig.

Driek

Mosje · 18 maart 2006 op 19:12

Knipwinkel, rugrusten, bloempotstadium, meewerkmissie, praatplaksel, ik smul van dat soort woorden. Geweldig.
🙂

Mup · 18 maart 2006 op 22:03

Je bent een woordenkunstenares, ik smul met Mosje mee,

Groet Mup.

Eddy Kielema · 18 maart 2006 op 22:11

[quote]Zachtjes pratend lijmt de vrouw mijn zoon aan de stoel. [/quote]

Prachtige zinnen, zoals bovenstaande, maken je column tot een feest om te lezen!

Trukie · 18 maart 2006 op 23:09

Anne weer een oogstrelend juweeltje. En met die rode belofte komt het vast goed. Je kunt zo beeldend te werk gaan 😉

sally · 19 maart 2006 op 00:40

Mooi Anne, je bent een aanwinst voor CX.

liefs
Sally

wendy77 · 19 maart 2006 op 08:11

Prachtig Anne, ook ik heb genoten van je woordkunsten.

[quote]Goed, misschien kan ik hier ook mijn lange tenen laten knippen.[/quote]
😀

KawaSutra · 19 maart 2006 op 14:17

Prachtig spel met woorden en kind!

Li · 19 maart 2006 op 22:45

Ik zou veel zinnen willen quoten maar dat heeft geen zin. Dan zou de gehele column in dit vakje staan. Prachtig wederom!
Li

Raindog · 20 maart 2006 op 11:27

Onbezonnenheid voor het joch met de onbezonnenheid van een belofte waarvan je nog niet eens bedacht hebt hoe je die in moet lossen. Terwijl het zonder enige twijfel geen loze belofte kan en zal zijn. Een echte kunstenaar, die Anne. En niet alleen vanwege de column.

Dees · 20 maart 2006 op 12:47

Kunst om van zo’n bezoekje een prachtig stukje te maken.

Vrijwel alle zinnen zijn smullen geblazen.

Alleen je twee openingszinnen hadden beter gekund. Maar bij deze geef ik dan toe de kniesoor te zijn die daarop let, ondanks erg genoten te hebben van je stuk.

Wright · 20 maart 2006 op 13:01

Wat kan ik hier nog aan toevoegen…prachtig!

Anne · 20 maart 2006 op 17:06

De veren heb ik in een andere vaas moeten zetten. Het werden er te veel. Prachtige, bonte pauweveren. Die staan nu te pronken op tafel.
Mijn schoenen heb ik er trouwens naast gezet.
Liep zo lastig, ernaast.
Lieve lezers, hartelijk dank voor de lovende reacties. Doet me erg goed.
Groet van Anne

melady · 20 maart 2006 op 22:28

Ach er is weinig verschil tussen Bosnie en Nederland bij de kapper.
Behalve de prijs?

[quote]Een miniprijsje voor een mini meneertje[/quote]

Mooi en beeldend geschreven Anne.

‘Dobar dan’
Melady

Geef een antwoord