Sinds het jaar 1916 staat zij daar. Onaangeroerd. Onaangedaan. Het allereerste clubstadion van het Nederlandse voetbal. Niet zomaar een stadion. Niet zomaar een club. Een kasteel kleurt een kleine wijk in een grote stad. Twee torens reiken naar de hemel, twee aapjes sieren trots haar gevel. De rood witte vlag wappert voldaan op de torens, de wind laat haar wijzen naar een flat aan de overkant. Mijn ogen volgen haar richting en bijna als vanzelf neurie ik de tekst op het grote bord aan de gevel. Jaap Blazer maakte dankbaar gebruik van het rood wit dat de club, tien jaar na haar oprichting, aantrok als shirt. Honderd jaar later galmt het lied door de straten van een prachtige wijk. De beveiliging is niet minder dan komisch en lacht hartelijk mee om haar stommiteiten. De tribunes zijn warmer dan twaalf jaar geleden en de rood witte streep is al wat je ziet. De supporters zijn vrienden, discussiëren en lachen tot ver na de nederlaag die zij voorzien. De kinderen spelen met de mascotte, Ridder in de orde van Oranje Nassau, hoe kan het ook anders in een kasteel. Het bier is niet aangelengd want hier wordt niet gevochten, vechten dat doe je niet met een vriend. Voetbal is oorlog maar dan alleen op het veld. Daarbuiten is vrede met wie het maar wil.

Het moge duidelijk zijn, dit is niet zomaar voetbal. Het is een manier van leven.
Dit is een club voor familie. De vrouwen kletsen, de kinderen spelen en de mannen drinken bier en eten broodjes bal. Een ieder voelt zich tot ridder geslagen. Met als het lintje de kaart in zijn zak.
Wanneer er gescoord wordt klinkt het lied door de straten. Als een getraind mannenkoor brullen de stemmen en trillen de buiken. Zij heffen hun glazen als waren het zwaarden en een ieder zal weten, daar is gescoord.

Nog steeds is er hoop. Jarenlang trapten gouden schoenen tegen een zilveren bal. De prijzenkast pronkt met gewonnen titels van landskampioen tot KNVB.
Nostalgie viert haar hoogtij en het legioen geeft nooit op. Zij moedigt haar club aan met het bier in de glazen, een marsch gezongen door het hart en de poëzie van Jules Deelder.

Vandaag liep ik nog even langs het kasteel. Ik keek naar de vlaggen en werd even stil. In gedachten verzonken stond ik te staren. Ik lach naar mijn dochter die speelt met haar bal. ‘Kijk mama! Ik ben van Sparta!’, en even klopt het helemaal.


Assepjotster

In the depth of winter I finally learned that there was in me an invincible summer...

7 reacties

LouisP · 23 mei 2009 op 14:40

U-queen,

ik weet niks van Sparta,
behalve Deelder en Borst,
‘k hou wel van koninginnen en na ’t lezen had ‘k dorst!

Mooi en bijna ontroerend geschreven!
groet,
Lou

lisa-marie · 23 mei 2009 op 21:47

Als ik het lees denk ik :kijk zo is het allemaal bedoeld, het genieten van de sport en van het geheel.
Helaas is het tegendeel maar al te vaak waar.

Mien · 25 mei 2009 op 11:02

Mooie volksromantiek gebundeld in Spangen.

Deze vond ik mooi:
[quote]Zij heffen hun glazen als waren het zwaarden en een ieder zal weten, daar is gescoord[/quote]

Mien (heeft Quick’s die hij nog regelmatig poetst met VIM …)

u-queen · 25 mei 2009 op 21:17

Niet veel maar zeker wel hele leuke reacties 😀

Dank u 😀 😉

LouisP · 25 mei 2009 op 23:44

Mien en kwien,

die zin is inderdaad prachtig,

Leonardo

arta · 26 mei 2009 op 18:32

De titel weerhield me om te lezen, maar gelukkig heb ik het toch gedaan: Voetbal zoals voetbal hoort te zijn…
Goed verwoord, jij Koningin (Voetbal)!

u-queen · 26 mei 2009 op 20:46

@ Arta
Ik ben blij dat je alsnog de moeite hebt genomen om het te lezen en dan ook nog een leuke reactie achter te laten 😉

Geef een antwoord