De boeken liggen binnen een minuut vanuit de trendy handtassen opengevouwen op de reeds dubbel afgeschreven tafeltjes. Met 32 leerlingen een druk uurtje, maar iedereen krijgt een plekje bemachtigd. Trots etaleren ze hun gedane arbeid van zondagmiddag. ‘Ik heb wel anderhalf uur huiswerk gemaakt voor u!’ jubelt Romy. Mezelf afvragende of ik hier blij mee moet zijn en moet gaan klappen of dat  ik dit de normaalste zaak van de wereld moet vinden refereer ik in gedachten aan mijn eigen weekend, waarin ik helemaal niks voor school heb gedaan, een heerlijk weekend kan ik wel zeggen. Veel momenten van geluk zijn gepasseerd vooral omdat ik weg ben gebleven van de dagelijkse routine, die het lesgeven voor mij is geworden. Mezelf afvragende of het weekend van deze welwillende pubers niet veel leuker had gekund zónder het door mij opgegeven huiswerk, besluit ik hen de vraag te stellen. ‘Wie heeft er een leuk weekend gehad?’ Twee vingers gaan de lucht in. Dat dit leuke weekend niets te maken heeft gehad met het opstellen van begrotingen of het meester maken van onregelmatige Duitse werkwoorden is voor mij al snel duidelijk. Bas is voor het eerst naar een ijshockeywedstrijd geweest en heeft naast half dronken supporters gezeten en de onzekere Nancy is voor het eerst met haar moeder mee naar de sauna geweest. Maartje heeft geen leuk weekend gehad: ‘Ik móest mee naar tante Willeke.’ Natuurlijk zou haar weekend leuker geweest zijn als ze met vriendinnen de stad in was geweest, gewoon om te kijken wat ze zouden kopen áls ze ooit weer eens genoeg geld zouden hebben.

Vrolijk van de anekdotes van deze morgen begin ik zelf over het afgelopen weekend te vertellen, míjn weekend. Vrijdag direct uit het werk de kroeg in, naborrelen noemen we dat, samen met collega Marsman van Frans en de voor leerling stijve De Greef van Aardrijkskunde. De gedachten van ons drie samen doen de leerlingen al gniffelen, maar ik breng het als de normaalste zaak van de wereld. Als ik vertel dat we ’s avonds uit eten gaan en ons volgepropt hebben met onbeperkt spareribs en bier, hangt iedereen aan mijn lippen. ‘YOLO,’ zeg ik droog en het gelach barst los. Na de kroegentocht, waarin we uiteindelijk van de opdringerige dames Tanja en Anja hebben kunnen afkomen in de dönertent beland, om lekker stinkend nog een afzakkertje te doen bij die enige kroeg waar je nog naar vier uur binnnenkomt. Mijn leerlingen geloven hun ogen niet, een docent heeft immers toch geen leven buiten school? Ik vervolg mijn weekendverhaal met de vervelende gebeurtenis dat ik zaterdag al om 12 uur uit mijn bed ben gebeld door mijn vriendin voor een verrassingsdag. ‘Met een halve kater en meurend naar knoflook word ik over veertig minuten op het station verwacht. Een natuurwandeling van 16 kilometer is mijn lot voor de zaterdag. O, wat heb ik hier zin in! Die leuke vriendin van mij ook altijd.’ Leerlingen komen niet meer bij. ‘In het donker ben ik nota bene beland bij een pannenkoekenhuis, terwijl mijn vriendin wéét dat ik niet van pannenkoeken houd, de trut! Maar ja, voor de goede vrede hap ik vrolijk een flensje mee. En wie mag er weer betalen?’ Dat antwoord kunnen ze wel raden.  ’s Avonds net op tijd thuis om lang onderuit gezakt met een pot bier naar Studio Sport te kijken om niet veel later op dezelfde bank ik slaap te vallen. ‘Zondag lekker niksdoen, daar ben ik goed in. Nou ja, wel eventjes een spelletje, vier potjes triviant, om te zien wie de meeste nutteloze kennis beschikt. Tja, en  dat ben ik, ondanks dat ik op IQ-testen toch beduidend lager scoor dan mijn vriendin. Maar gaat het dan om kennis?’

De les nadert zijn einde. De klas heeft de afgelopen drie kwartier geen woord gezegd, 32 open monden hebben mij aangekeken terwijl ik een klein stukje privé heb blootgegeven. Meer dan drie keer zo lang als normaal ben ik aan het woord geweest en waar normaliter nog geen kwart wordt onthouden ben ik ervan overtuigd dat vanavond aan menig dinertafel deze woorden zullen worden herhaald. De bel gaat. Normaal het teken van zo snel mogelijk wegwezen, maar de uitslag van de weddenschap tussen mijn vriendin en ik over het aantal guppy’s dat gisteren geboren is, blijkt belangrijker dan een enkeltje vrije tijd. ‘Ik hoop dat jullie vandaag wat geleerd hebben, en wellicht er iets van opgestoken. Huiswerk voor de volgende les: ga iets leuks doen.’ Met een glimlach pakken de pubers hun ongebruikte boeken weer in en verlaten ze mijn lokaal, een ervaring rijker, met een levensles op zak.

Terwijl ik mijn onuitgepakte tas van het bureau afhaal concludeer ik dat lesinhoud allemaal bijzaak, maar soms wel noodzaak is, maar dat het leuke van onderwijs juist dátgene overbrengen is waar het leven eigenlijk om draait. Dat zijn geen balansen en rijtjes hulpwerkwoorden, maar het opdoen van ervaringen, die je nog lang zullen bijblijven. Mijn meelijwekkende gedachten verplaatsen zich naar deze leerlingen, aan wie nu allerlei feiten worden verteld, die mijn collega als ontzettend onmisbaar beschouwen, maar die waarschijnlijk gewoon zijn op te zoeken en, dat weet ik zeker, je totaal niet nodig hebt om de gelukkige momenten in je leven te realiseren.


Avatar

robertusbuis

Docent Economie & M&O havo/vwo bovenbouw.

9 reacties

Avatar

troubadour · 29 april 2015 op 07:25

Op welke school eh, doceer jij? Het is maar dat ik mijn kleinkinderen kan waarschuwen..

Avatar

Meralixe · 29 april 2015 op 07:49

Welkom op column x.

Wat een woordenwaterval… 🙁

Avatar

Mien · 29 april 2015 op 08:19

Ik heb eens zo’n amicale leraar in de kroeg aan de bar zijn verhaal horen doen tegen mij. Over zijn scheiding, hij was dronken, ik was zeventien. Not done. Leraren zijn gelukkig ook maar gewone mensen. Welkom bij ColumnX. Ben benieuwd naar de volgende levensles.

Avatar

Frans · 29 april 2015 op 09:01

Al met al een leuke column. Leest ondanks de lengte lekker weg.
Ik heb het nooit zo op kroegentochten gehad. Al dat gewandel gaat van de zuivere drinktijd af. Ook die rare spelletjes tussendoor zou ik als levensles toch achterwege laten. Want wat was nou zo leuk aan het weekeinde. De liefdevolle opoffering voor de vriendin, het luieren voor de tv, het stappen met collega’s, het trivianten of een combinatie van dit alles. Een leraar die mij in mijn pubertijd zo had toegesproken, had mij in complete verwarring achtergelaten.

Avatar

trawant · 29 april 2015 op 09:19

Een warrig verhaal met een boodschap van zuipen, vreten en
macho gedrag. En dat zou voor deze leeftijdsgroep een levensles moeten zijn. Stuitend om zo je populariteit te verdienen.
Een leraar moet niet door zijn knieen,
De leerling moet op de tenen.

Avatar

D's · 29 april 2015 op 11:05

Op de lerarenopleiding kregen we dit zelfs als tip. Niet om te vaak te doen, want dan word je een karikatuur. Maar gewoon, soms, verhalen vertellen over jezelf, waarin je mens bent in alle facetten. Dan bouw je krediet op voor de volgende keer gewoon weer lesstof.

Het verhaal is soms wat wollig geschreven. Maar verder leuk om te lezen

Avatar

arta · 29 april 2015 op 20:03

Leraren zijn ook gewoon mensen. Dat mogen leerlingen best weten. Persoonlijk zou ik mijn partner geen trut noemen to de leerlingen, misschien de stapavond zelfs wat afzwakken…
Ik vond het leuk om te lezen!

Avatar

Esther Suzanna · 29 april 2015 op 22:13

Er is al veel gezegd…enerzijds levendig geschreven en nu snap ik mijn eigen feedback op een eigen stukje: druk, druk…
Daardoor ontstaat vaart maar het dient de ‘boodschap’ niet. Wie zeg dat deze leraar met zijn volgepropte weekend, een dominante vriendin, veel ‘vies’ eten en bier…intenser geluk ervaart dan Romy, die misschien wel dromend heeft zitten genieten in die anderhalf uur? Leraren zijn mensen maar hebben in dit voorbeeld voor mij geen levensles en al helemaal geen wijsheid in pacht.Juist niet.
Ik las het wel graag maar met iets kromgetrokken tenen…

Avatar

pally · 29 april 2015 op 23:20

Tja, als oud-lerares denk ik dat het zeker leuk en goed is leerlingen af en toe van je privémislukkingen te vertellen, maar wel mondjesmaat. Af en toe eens wat. Deze (overigens best leuk om te lezen) waterval van stoere taal vernietigt zichzelf door de hoeveelheid. Jammer. dat leerlingen hier iets van leren, geloof ik niet.

Geef een antwoord