Kijkend naar buiten, de regendruppels op het raam. De wind laat de bomen ritmisch heen en weer bewegen. Sommige bladeren verliezen grip en vallen naar beneden. Ze komen neer op de grond en sommige verdwijnen in de grauwe plassen water onder de boom.
Een foto aan de muur waarop 3 dierbaren staan afgebeeld. Een foto die enkel mijn aandacht krijgt als het buiten windstil is en de bomen mij niet kunnen vermaken. Op de deur wordt geklopt, 1 keer hard en 2 keer kort. Een teken dat ik moet laten horen dat ik nog leef, dat ik nog geen zelfmoord heb gepleegd. Het geluid van de zuster aan de andere kant van de deur kan ik wel horen, maar ik heb geen zin om haar een teken terug te geven. Zoals ze elke dag doet opent ze voorzichtig de deur en kijkt om de hoek. “O je bent er nog! Nou, met Chloe gaat ook alles goed maak je geen zorgen. Over een uur is er bezoektijd. Ik heb gehoord dat uw ouders komen, misschien kunt u zich beter aankleden” vertelt de zuster mij voor ze de deur achter zich sluit en wegloopt. Op weg naar de volgende deur, de deur van Chloe. Zij zal waarschijnlijk ook zo zitten, de zuster zal haar hetzelfde vertellen. Ze vertelt ons elke dag hetzelfde, ze denkt dat omdat we gek zijn we ook achterlijk zijn. Maar we weten zelf ook wel dat het zondag is, we weten zelf ook wel dat onze families zo komen. En we weten allebei van elkaar dat we geen zin hebben om aan te kleden.

Elke week hetzelfde liedje, elke dag de gezamenlijke maaltijden en elke uur de zuster die ons komt controleren. Vandaag is geen uitzondering. Na een uur naar buiten te hebben gestaard opent de zuster mijn deur. “Kom Lolita, we gaan naar beneden. Er is bezoek voor je” Ze verwacht dat ik opsta en naar haar toeloop, maar ik ben gestopt met zelfstandig dingen doen sinds ik hier ben binnengekomen. Ze pakt mijn arm en tilt me op. Sinds ik hier ben gekomen, zo’n 3 maanden geleden, heb ik niks meer gegeten. Niks meer behalve ’s ochtends een hapje yoghurt en ’s avonds helemaal niets. Ik wordt meegetrokken naar de deuropening en ik wordt op de gang tegen de muur aangezet. Hetzelfde gebeurd met Chloe. Als de deur opent zie ik de grote foto van ons aan de muur hangen. Wij samen met onze vrienden; Danny en Tom. Voor ons ongeluk. Chloe is er nog slechter aan toe dan ik ben, zij was namelijk altijd al slank. Chloe is niks meer dan een hoopje botten met een velletje eromheen. Geen ziel, geen emotie, geen gevoel. We zitten alleen maar in de stoel voor ons raam en kijken naar buiten. Ik heb al 3 maanden lang geen andere kleren aangehad dan deze te grote pyjama. Ook al hebben mijn ouders al mijn kleren meegebracht, in de hoop dat ik ze zou gaan dragen.

We worden samen in de lift gepropt, de zuster praat vrolijk verder. Normaal was er geen woord tussen Chloe en mij te brengen, maar nu zwijgen we allebei als het graf. Ik kijk naar de knopjes op de liftmuur en zie dat we bij de begaande grond zijn. We worden aan onze armen meegetrokken naar de eetzaal. De muffe geur hangt er nog altijd. Mijn tante rent naar Chloe toe en vliegt haar om de nek, maar Chloe blijft als altijd levenloos staan. Mijn moeder en vader praten tegen me. Het is in werkelijkheid maar een half uur,maar als je er niet op zit te wachten lijkt het uren. Mijn moeder was verdrietig, zegt ze. Verdrietig dat ik er zo aan toe ben. Mijn zusje is boos op mijn broertje, omdat hij niet mee wilde naar mij. Mijn vader is vrolijk, hij heeft opslag gekregen. Maar het kan me allemaal niks schelen. Met mijn vlassige, blonde haar wat in voor mijn ogen hing, mijn blik zonder enige hoop en wallen onder mijn ogen neem ik afscheid van mijn familie. Mijn tante geeft me nog een knuffel en mijn oom duwt een klein fotootje in mijn hand. Een foto van Chloe, Danny en mij, in de hoop een teken van medeleven of emotie in mijn gezicht te zien. Maar ik loop achter de zuster aan en verlaat de zaal. Ik voel de ogen in mijn rug branden. Iedereen kwam me bezoeken en iedereen hoopte dat ik vandaag misschien weer tegen ze zou praten. Om nog maar te zwijgen van de stille hoop in hun hart dat ik weer het meisje zou worden wat ze kende. Het meisje vol levenslust met ogen die altijd op zoek waren naar meer dan iemand haar kon geven. Maar nu ben ik niks dan een hoopje ellende, wat onverzorgd de hele dag naar buiten kijkt. En geen enkel avond meer normaal kan slapen, want elke keer als ik mijn ogen sluit speelt het ongeluk zich weer voor mijn oogleden af.

Na enkele uren opent de zuster weer mijn deur en begeleid mij en de rest van de psychiatrische afdeling naar de eetzaal. De ene is er nog slechter aan toe dan de ander. Sommige hebben in hun armen gesneden, anderen hebben hun zindelijkheid verloren. Anderen plukken een voor een de haren uit hun hoofd. Weer anderen blijven schreeuwen terwijl sommige, als Chloe en ik, niks meer zeggen en hopeloos voor zich uitstaren. We worden allemaal in de eetzaal gepropt, waarna een preek begint. Er wordt ons vertelt dat we slechts in een donkere fase van het leven zitten. Ik kijk maar voor me uit, Chloe hebben ze naast me geplaatst in de hoop dat één van ons nog te redden valt. In de hoop dat één van ons weer gaat leven. Maar helaas, dat is niet meer aan ons besteed.
R.I.P Danny, het spijt me heel erg dat jij, Tom en Chloe de dupe zijn geworden van een agressieve man met illegale wapens en mijn eigenwijsheid. Niemand kan mij het laten vergeten, niemand kan Danny terug laten komen, Tom uit zijn coma halen en Chloe weer normaal laten verder gaan. En nooit meer zullen de dingen zijn zoals ze voorheen waren. Niemand zal jullie ooit nog terugkrijgen of zien zoals jullie waren. Ook ik zal jullie er nooit mee terug zien op die manier, ik zal jullie nooit meer terug krijgen of terugvinden. Maar gelukkig ben ik zelf ook zoek geraakt.

Lieve Danny, dit is voor jou. Ik hoop dat ik jou ooit nog op een dag vindt zodat we samen verloren kunnen zijn.


4 reacties

klapdoos · 3 november 2008 op 17:17

Triest als het een waar gebeurd verhaal is, maar triester is de zelfmedelijden van de protagonist in het verhaal. Een beetje warrig, maar misschien de opzet van dit verhaal?
Groet van leny

doemaar88 · 3 november 2008 op 23:23

Heftig beschreven verhaal, Lola. Hoewel het hier en daar wat warrig geschreven is, raakt het verhaal me wel. Goed gedaan.

Lola · 4 november 2008 op 20:11

Het was inderdaad de bedoeling om het verhaal zo warrig mogelijk te maken. Ik ben nou eenmaal zelf ook een warhoofd. hehe

Mien · 17 november 2008 op 11:47

Heftig stukje. Waar of niet waar? Eindigt mooi in schrale troost:

[quote]Ik hoop dat ik jou ooit nog op een dag vindt zodat we samen verloren kunnen zijn[/quote]

Mien

Geef een antwoord