De plantenvrouw komt binnen. Wel grappig, op mijn werk als ambtenaar kom ik de meest uiteenlopende mensen met de meest uiteenlopende banen tegen. Er is een man voor het gft-zakje. En er is een vrouw voor de planten. En er zijn nog stapels mensen meer, voor het verlenen van diensten, die je niet zo snel als volledige baan zou zien. Tenzij in een communistisch land natuurlijk. Old-style. Cuba dus, denk ik zo. In Cuba heb je vast ook plantenwatergevers. Al dan niet met een bachelor op hun naam. De vrouw is in een praatbui. En ik in de bui voor een verteld verhaal. Ze begint te vertellen over hoe moe ze is. Haar voeten doen pijn. Ik kan het me voorstellen. Van Harenhakjes zijn vermoeiend om op te lopen. Zeker, zoals ze me vertelt, na een nacht doorhalen, op een bruiloftsfeest van haar neef.

Of ze het leuk vond. Ze vond het leuk. Maar wel degelijk met een maar.

[i]Ik vind het lekker om alleen te zijn. Ik ben nu 49 en ik heb een zoon van 34 en een dochter van 31. Ik vind het lekker om alleen te zijn. Maar niet op zo’n feest, dan voel ik me echt alleen. Weet je, mannen zijn verschrikkelijk. Ik ben liever alleen. Ik kan doen en laten wat ik wil. Ik kan de telefoon uitzetten en de deur sluiten en doen wat ik wil. Niemand vertelt me wat te doen en te laten.[/i]

Ik knik enthousiast. Als geroutineerd relatie- en ook als geroutineerd singlemens ken ik alle argumenten en alle gevoelens. Het is soms ook lekker om alleen te zijn. Zeker in de periode na het je zo verdomd alleen voelen in een relatie, dat je echt maar beter een tijdje alleen kunt zijn. Alleen is dan echt zo slecht nog niet.

Ik sta stil bij haar getallen. Ze heeft haar eerste kind, een zoon, blijkbaar gekregen op haar vijftiende. Ook kijk ik haar wat beter aan. In haar gezicht twee schuin, symmetrisch lopende donkere littekens, om de lijnen van haar jukbeenderen wreed mee te onderstrepen. En het is niet dat ik bekend ben met snijwonden. Maar je hoeft ook niet bekend te zijn met ernstige snijwonden, om er de littekens van te herkennen.

[i]Ik ben getrouwd toen ik veertien was. Ik wil het er niet meer over hebben. In Nederland heb ik die man in ieder geval achter me gelaten. Maar in Nederland kreeg ik een nieuwe partner. Zestien jaren zijn we samen geweest. En na zestien jaren van geluk, besloot ik zomaar, uit het niets, hem op een ochtend te volgen. Rechtstreeks naar de rode brug. Waar hij om half acht ‘s ochtends, een hoer bleek te bezoeken. Al die jaren ging hij om zeven uur de deur uit en kwam hij om vijf uur ’s avonds terug. Ik heb nooit iets vermoed of gedacht en voelde me fijn bij hem. Al die jaren. En ineens, een ingeving en mijn hele wereld was kapot. Alles kapot.[/i]

Ze knuffelt zichzelf, door haar armen om haar eigen lijfje heen te slaan. Ze is zo fragiel dat ik op dat moment voor haar vrees. Haar ogen bloeden.

[i]Ik mis het zo. Ik mis hem, ik zou zo graag willen dat ik ’s avonds op de bank een man naast me had om tegen aan te kruipen.[/i]

Ineens komt een man uit het niets de kamer op. Ben je nog maar hier met je werk? Brult hij zomaar onze serene, melancholische sfeer kapot.

Als in trance loopt ze weg. Ze kijkt niet eens meer naar me, groet me niet, is me al vergeten en is bang. Ik kijk hem aan met mijn meest intense [i]fuck off and die[/i], en hij negeert me door me stralend toe te lachen.

Ik kook.

Mannen zijn verschrikkelijk.


9 reacties

doemaar88 · 20 december 2008 op 09:34

Sterke column, Dees. Heftig. Ik kon me, tijdens het lezen, boos maken om hetgeen wat de vrouw is overkomen.

Je hebt me echt meegesleurd in je verhaal. Leest lekker weg. Goed gedaan!

pally · 20 december 2008 op 15:09

Ik vind het een sterk stukje, Dees, waarin jij je eigen ervaring verweeft met die van een vreemde, die daardoor even heel dichtbij is. Bij jou en daarmee bij de lezer. Knap.
Het eerste deel, de inleiding, had voor mij weggelaten kunnen worden.

groet van Pally

Anne · 20 december 2008 op 20:07

Mooi stukje Dees. Direct. Gewoon goed geobserveerd en verteld.
Maar zó verschrikkelijk zijn ze toch niet? Of wel 😀 ?

Mien · 20 december 2008 op 21:02

Ik ken ook vrouwen die er een potje van maken.
Daar raak je als man van aan de kook.

Een hork van een ambtenaar valt in het niet bij een hark van een ambtenares of ambtenarin …

Mien

SIMBA · 21 december 2008 op 08:48

[quote]Haar ogen bloeden.[/quote]
Indringend zinnetje!
Indringende column trouwens.

Neuskleuter · 21 december 2008 op 11:36

Alleen zijn is soms heerlijk. Maar in de hoeveelheid waarin de vrouw dat in de eerste alinea zegt, is al aan te voelen dat ze het niet helemaal meent, mooi opgebouwd.

Het is heel fijn neergezet, van een een observering, naar een babbeltje naar een dieper gesprek. Ik ging er helemaal in op.

De titel is wat on-Desig, maar het past hier goed bij.

Mooi!

Erg mooi!

WritersBlocq · 21 december 2008 op 16:15

Alledaags privé-voyeurisme, heerlijk neergezet. Dat Cuba-verhaal had er van mij af gemogen, ik kreeg effe een ‘o jee, zware Dees’-gevoel bij, maar het is echt weer een zalige Dees.

@ Mien [quote]Ik ken ook vrouwen die er een potje van maken.[/quote] 😆 😆

KawaSutra · 21 december 2008 op 21:02

Mijn conclusie: mensen zijn verschrikkelijk.
Doet overigens niets af aan deze intieme column, waarin een klein tipje van de sluier opgelicht wordt van het leven van alledag. Het leven waar we met zijn allen niet zo graag mee geconfronteerd willen worden want dat komt te dichtbij. Onverbloemd neergezet op zijn Desiaans.

LouisP · 16 maart 2009 op 21:23

D.
een late reactie uit Belgie. Via via ben ik op de afdeling ‘Dees’ aangekomen. Dit is een typisch stuk dat ik nooit uit mezelf zou gaan lezen. Als iemand mij de inhoud beknopt had verteld. Niet in het minst omdat er nog zoveel anders is te lezen. Maar ik heb het toch gelezen. En aandachtig. Het cursiefspul hoort erbij maar vind ik minder. Het totaal is wel zo geschreven dat ik geen detail wilde missen. Er zitten een paar geweldig mooie gedeeltes in. Ik haat Engelse vloeken maar die kerel verdiende het wel.
L.

Geef een antwoord