De laatste maanden begon de eenzaamheid Nel Kortenberg erg zwaar te vallen: het alleen wonen wilde maar niet wennen. Ze overwoog een enkeltje hemel om daar weer samen te kunnen zijn met haar overleden man. Haar casemanager vond dat niet zo’n strak plan en stelde een huisgenote voor. Het leek Nel wel wat. Nooit had ze verwacht dat de thuiszorg haar zou koppelen aan een type als Tessa.

‘Opstaan, Nel!’ De hyper vrolijke stem van Tessa haalt Nel uit haar gedachten. ‘Kun je niet gewoon voor een keer je overactieve klep houden?’ bijt ze haar huisgenote toe. Het is aan dovemansoren gericht. ‘Kom lekker uit de veren en denk eraan: trek iets positiefs aan, dat past altijd!’ Nel vloekt hartgrondig. Snel slaat ze een kruisje: ‘Vergeef me, Here. Ik vertrouw op Uw genade.’ Ze piept, knarst en kraakt haar bed uit en sloft naar haar keukentje.

Gapend trekt Nel haar koelkast open en grijpt naar de boter en de kaas. ‘Het is tijd voor een boterham!’ roept Tessa. ‘Vergeet nooit te ontbijten. Het is belangrijk goed te eten.’ Woest draait Nel zich om: ‘Wat sta ik hier nu te doen, denk je? Waar lijkt het op volgens jou?’ Tessa zwijgt. ‘En stop met dat godvergeten irritante oog knipperen. Je bent Daphne Deckers niet!’

Blij dat haar boterham met kaas achter haar kiezen is verdwenen, geniet Nel van haar bakkie pleur. ‘Negen uur!’ De slok koffie in Nels mond kiest, gedreven door schrik, met een noodvaart voor het verkeerde keelgat. Nel hoest zich in ademnood, maar dat deert Tessa niet. ‘Nog een half uur voordat de wijkzuster komt. Maak je de deur dan open, Nel?’ tettert ze boven het geproest van Nel uit.

‘Oké, het is genoeg geweest.’ Nog hijgend van het hoesten, staat Nel strijdvaardig op. Ze gooit een doek over het Christusbeeld. ‘Beter dat U dit niet ziet. Nooit eerder heb ik iemand willen doden, maar nu kan ik niet anders.’

Met trillende handen pakt Nel de hamer uit de gereedschapskist van wijlen haar man. Met de hamer in haar beide handen sluipt ze op Tessa af. Ze heft haar armen zo hoog mogelijk en slaat met alle kracht die ze nog in haar oude lijf heeft op het hoofd van Tessa in. Ze beukt erop los, totdat ze zeker weet dat Tessa nooit meer iets zal zeggen.

Moe maar voldaan zit Nel niet veel later aan een tweede kopje koffie. Als de bel gaat, staat ze op om de deur open te doen. ‘Goedemorgen, mevrouw Kortenberg! Ben ik weer.’ Nel zwaait de deur verder open. ‘Kom erin.’ Kordaat stapt de wijkverpleegkundige het korte halletje door om op de drempel naar de kamer abrupt tot stilstand te komen. Diep geschokt draait ze zich naar Nel om. ‘Tessa,’ stamelt ze. ‘Wat heeft u met Tessa gedaan?’ Nel haalt haar schouders op. ‘Het is gewoon niks voor mij, zo’n zorgrobot.’

Categorieën: Overig

0 reacties

Geef een antwoord