Ik kijk hem diep in zijn ogen. Bruin, met pretlichtjes om wat er komen gaat. Ik ga bovenop hem zitten en knoop zijn blouse langzaam open. Mijn hand strijkt over zijn gespierde borstkas, die steeds sneller op en neer gaat. Na een kneepje in zijn neus geef ik hem een lange zoen. Plotseling word ik bij mijn schouders gegrepen door 107 kilo vlees in een soepjurk, die me van hem aftrekt. Ik sla mijn ogen neer na zo’n machtsvertoon en richt me weer op de theorie van de reanimatiecursus. Eigenlijk houd ik me helemaal niet zoveel bezig met EHBO, reanimatie en al die dingen. Ik weet hoe ik een pleister moet plakken en voor andere dingen ga ik wel naar de huisarts. In mijn omgeving gebeurt toch nooit wat, dus ik hoef alleen maar voor mezelf te kunnen zorgen. Tijdens reclametijd word ik doodgegooid met voorlichtingen van de Hartstichting, die zegt dat de eerste zes minuten cruciaal zijn. Ach, reanimeren kan iedere gek. Gewoon even wat op het hart drukken en dan wat uitademen in iemands mond. Zolang het maar een lekker ding is, zoals een hulpeloze jongeman, jaartje of 25, donker haar, onschuldige bakkebaarden en een lijf waarvan ik toch al de kleren vanaf wil scheuren, zou ik dat best kunnen doen.

De reanimatiecursus is leuk. Vooral met Sixpack Steef. Maar helaas, van elke 300 mensen per week die een hartstilstand krijgen, zijn er maar weinig zo lekker om er direct bovenop te springen. Ik vrees dat de gespierde voetballers, krachtige tennissers en snelle wielrenners in de minderheid zijn ten opzichte van de rimpelige oude mannetjes. Toch heeft het veel nut om te kunnen reanimeren. Dat beaamt ook Benno M. uit Den Bosch.

Benno was een rij-instructeur, maar heeft zich toegelegd op het geven van zwemles. ‘Ach, ik wilde graag aan wat tieten zitten, maar mijn vrouwelijke leerlingen reden de auto niet vaak genoeg in de prak. Af en toe kon ik mijn arm ter bescherming uitsteken als we ineens hard moesten remmen, maar echt reanimeren was er niet bij. Ik ben toen het bestaan van een zwemleraar gaan leiden. Veel meer kinderen tegelijk betekent veel meer risico, weet je. Ze zijn wel wat jonger, maar ik heb mijn excuus al klaar. “Ik wilde haar alleen maar redden, ik dacht dat ze verdronken was.”’ Of dat hem in de rechtszaal gaat redden, is nog niet bekend. Maar Benno erkent zeker het nut van reanimatiekennis.

Ook de dokter van Michael Jackson vindt reanimatie erg belangrijk. ‘Als arts zijnde, moet ik natuurlijk kunnen reanimeren. Dat hoort bij de opleiding en is wel zo belangrijk. Zeker omdat ik soms eerder dan de ambulance bij mijn patiënten thuis ben. De eerste zes minuten zijn cruciaal. Als iemand niet binnen die tijd hartmassage krijgt, neemt de overlevingskans aanzienlijk af. Helaas had mister Jackson een te groot landgoed, waardoor ik niet tijdig bij hem in de kamer was. En toen ik wilde beginnen, was ik wat in de war. Ik weet namelijk dat er een liedje is met het perfecte ritme om hartmassage toe te passen. Maar toen ik Jackson zag liggen, wist ik het even niet meer. Heal the World? Don’t stop ‘til you get enough? Beat it? Het was bad, erg bad. Nu weet ik weer wat het was. Ik had ‘Staying Alive’ van de BeeGees moeten neuriën. Maar dat was misschien wat respectloos naar mijn cliënt.’

Vooruit, de arts van Michael is misschien niet het beste voorbeeld. Maar het allerleukste van hartmassage is dat je het nóóit fout kan doen. Nooit. Stel, je bent alleen bij een slachtoffer en je moet een ambulance bellen. Gebruik dan gerust je voet voor de massage, zoals je een pomp gebruikt om een luchtbed op te blazen. En je wordt er ook niet op afgerekend als je niet meer weet na hoeveel keer drukken je nou mond-op-mondbeademing moest geven. Zeker bij een tachtigjarige wiens laatste maaltijd uit vis bestond, zou je je daar best in je eigen belang in kunnen vergissen. Want het gaat er niet direct om hoe je het doet. Als je maar actie onderneemt.

Actie, actie, actie. Dat zijn de steekwoorden van de cursusleidster. Hoewel ik denk dat 107 kilo in een soepjurk niet veel aan actie doet, denk ik wel dat ze gelijk heeft. Iemand met een hartstilstand kan je niet laten liggen. Help hem door iets te doen. Doe iets om zijn familie, vrienden en omstanders hoop te geven. Ook al betekent het dat je mond-op-mondbeademing doet op een opa. Help hem, zodat hij misschien bij de 14 procent behoort die drie maanden na een hartstilstand nog leeft.


7 reacties

SIMBA · 19 juli 2009 op 13:56

De volgende CX-meeting zijn we in elk geval veilig want onze Neus kan reanimeren!!! 😀

pally · 19 juli 2009 op 15:44

Leuk stukje, waarin je tussen neus en lippen 😀 door ook nog reanimatie promoot.
Alleen Benno en Michael vond ik er een beetje bijgesleept.
Het is zeker nuttig dat ben ik met je eens. Misschien kun jij je aansluiten bij de reanimeerdersclub voor alleen mannen onder de dertig. De ‘RCMOD’ Die moet je dan nog wel even (met je vriendinnen?) oprichten, Neus…

groet van Pally

lisa-marie · 19 juli 2009 op 22:03

benno en michael had je naar mijn mening helemaal niet nodig gehad, hij is dan op zichzelf al goed met de juiste dosis humor 😀

Mien · 20 juli 2009 op 10:55

Eens met commentaar van L-M en Pally.
Verder vind ik de eerste alinea en laatste zin erg treffend.

Mien

arta · 20 juli 2009 op 22:21

Leuk neergezet, al is het niet handig om ‘zomaar iets’ te gaan doen bij een hartstilstand/aanval, Mond op mondbeademing kan nooit kwaad, maar tijdens de hartmassage kan het borstbeen breken en bijv een long perforeren, wat de kans op genezing niet echt ten goede zal komen… (Jaja, ik ben cum laude voor mijn EHBO geslaagd, haha)

Neuskleuter · 21 juli 2009 op 15:22

Dat is waar. Maar iets doen is altijd beter dan niets, vooral in het geval van reanimatie. Belangrijk om te weten voor twijfelaars, want die zullen waarschijnlijk wel wat voorzichtiger zijn en minder snel iets breken. Vermoed ik zo.

axelle · 22 juli 2009 op 20:41

+ me.
Ik neem aan dat zo’n cursussen wel behoorlijk universeel zijn, maar zelf vond ik het naast ongelofelijk nuttig ook een tikje vreselijk.

Geef een antwoord