Die ochtend was net als alle andere. Mijn moeder kleedde me aan, gaf me een gezond ontbijt en ik liep vrolijk de deur uit, op weg naar school. Aan het einde van de straat, keerde ik, net als altijd, naar rechts, langs Lifstan Way. Net als altijd, Ik liep langs de winkel op het hoekje, mijn vertrouwde winkel waar ik altijd heen ging om snoep te kopen, of sigaretten voor mijn Pa. Die stond er nog, tegenover het park, wat vreemd genoeg, toch nog ook bestond, net als altijd. Zelfs de man met de swingende armen, die elke ochtend de andere kant op liep, passeerde me, net als altijd. De hele dag op school liep ook net als alle anderen en om een uur of half vier nam ik natuurlijk dezelfde weg terug naar huis.
Aan mijn rechter kant lag het park, net als altijd. Vandaag had ik geen trek in snoep, dus ik liep gewoon langs de kleine winkel op het hoekje – of bijna. Zwaar geschrokken, mijn hele lichaam bevroor. Ik kon me niet bewegen. Moeizaam, keerde ik mijn hoofd naar links en keek naar het ding. Een enorme kast met zijkanten van glimmende staal, aan de voorkant een vierkante gat en vreemd, onleesbaar tekst stond net buiten mijn winkel. Het maakte een laag, diep, brommend geluid en ik dacht dat het daar net neergezet werd door buitenaardse wezens. Ik was doodsbang, maar met een nieuwsgierigheid van elke zes-jarige, liep ik er langzaam naartoe, om het ding beter te bekijken.
Van dichtbij kon ik toch een klein stukje tekst lezen: 6D. Dat kon alleen zes pence betekenen. Toen zag ik het beeld van een fles met bruine vloeistof erin – niet erg verleidend, moet ik zeggen. Maar het was dus duidelijk dat je een munt van six pence erin moest gooien om er iets uit te krijgen. Ik had een sixpence. Dit wist ik, omdat mijn grootvader mij altijd zo een muntje gaf op een maandagochtend en ik had het nog niet uitgegeven. Ik stak mijn hand dus in mijn broekzak en haalde het kleine zilveren muntje tevoorschijn.
Opeens vol zelfvertrouwen, gooide ik mijn laatste geld in het ding en wachtte op het avontuur. Lang hoefde ik niet wachten, want het ding begon meteen de meest rare geluiden te maken en – wonder boven wonder, zag ik en klein papieren bekertje verschijnen in het vierkante gat en voordat ik verder hierop kon reageren begon wat bruine vloeistof het bekertje te vullen. O nee! Wat heb ik gedaan? Dat spul loopt veel te snel, het lijkt alsof het kookt! Dat bekertje is veel te klein voor zoveel spul! Op het allerlaatste moment hielden de geluiden op en het bekertje stroomde vol. Kleine, sprankelende juwelen leken te springen van de oppervlak.
Voorzichtig pakte ik het bekertje en nam en slok. Allemachies, wat is dit nou??!! Zoiets had ik nog nooit geproefd. Was ik dood gedaan en in de Hemel beland? Ik kon mijn tong niet geloven. De smaak! Het gevoel van de bubbels in mijn mond, dit was niet alleen een drankje, het was een totaal nieuwe ervaring. Nooit wilde ik iets anders drinken, dit was de perfectie zelf. Ik moest weten hoe dit drankje heet. Ik keek weer naar de vreemde tekst op de grote kast en las: C-O-C-A C-O-L-A.

Categorieën: Algemeen

12 reacties

phoebe · 27 februari 2009 op 11:23

Zelfs ik, die geboren ben toen de automaten al bestonden, vind Cola echt lekker..

Goeie column, leest goed weg, goede lengte, en leuke opbouw!

Mosje · 27 februari 2009 op 12:50

Smaakvol stukje, waarbij de inleiding overigens bijna geheel overbodig is.

KawaSutra · 27 februari 2009 op 15:21

Ik begrijp je bedoeling in de inleiding wat spanning op te bouwen. Het is net een beetje overdone met de vele herhalingen. Ook de zinnen zijn m.i. teveel samengesteld wat niet altijd prettig leest. Ook met kortere zinnen en een bondige inhoud kun je effectief spanning opbouwen.
Maar de strekking van het hele verhaal is leuk. Precies zoals een zesjarige dat moet hebben beleefd.
6D zal wel 6p moeten zijn, neem ik aan?

[quote]…mijn vertrouwde winkel waar ik altijd heen ging om snoep te kopen, of sigaretten voor mijn Pa. Die stond er nog, tegenover het park…[/quote]
Hoelang heeft jouw pa daar gestaan dan? 😀

Bitchy · 27 februari 2009 op 19:18

Toeval bestaat niet, ik had vanmorgen een flashback over mijn eerste bubbeldrankje *Excota*, zooooo lekker!!

Groetjes
Veer

Mien · 27 februari 2009 op 20:46

Ik vond het een beetje een coca-cola-column zonder prik.

Mijn aandacht zakte ook weg door de verschijning van Miriale aan de linkerzijde.

Dat is nooit goed natuurlijk. Zo’n graadmeter.

Mien

datmensinkenia · 28 februari 2009 op 00:34

Kawa: 😆 Goed gezien joh! Oeps….

datmensinkenia · 28 februari 2009 op 01:35

O, en die 6D. Nee. Voor de decimalisatie in 1971, bestond de pond uit 20 shillings. Elke shilling was 12 oude pence waard, dus één pond was 240D. Een sixpence toen was dus half een shilling of een 40e deel van een pond, of 2.5 pence tegenwoordig.

Dees · 28 februari 2009 op 10:40

Leuk. Denk dat er heel wat mensen rondlopen met dierbare herinneringen aan hun eerste coca cola. Plus een paar met dierbare herinneringen aan hun eerste lijntje coke, maar dat was wellicht wat later in de tijd 😀

KawaSutra · 28 februari 2009 op 16:38

‘t Is effe rekenen maar dan kom je er wel uit.
Ik snap alleen nog niet waar die D voor staat. Een vreemde afkorting voor ‘pence’

pally · 28 februari 2009 op 17:29

Ik vind hem leuk, Mens, misschien inderdaad een wat traag begin. Maar voor de rest, prima neergezet, deze hemelse ervaring van een 6-jarige.

groet van pally

arta · 28 februari 2009 op 23:10

Heel moeilijk om een belevenis vanuit een zesjarige te schrijven. Het is je goed gelukt.
Mijn eerste bubbels zaten in een champagnepils-flesje… Dubbele alcohol en toch mocht ik het 😀 :pint:

datmensinkenia · 1 maart 2009 op 03:21

Van Wikipedia (want ik wist het zelf niet): “When dealing with British or Irish (pound) money, amounts of the decimal “new pence” less than £1 may be suffixed with “p”, as in 2p, 5p, 26p, 72p. Pre-1971 amounts of less than 1/- (one shilling) were denoted with a “d” which derived from the term “denarius”, as in 2d, 6d, 10d.”

Geef een antwoord