Niemand liep over straat zijn gebruikelijke dagelijkse rondje. Zo gaat dat nu eenmaal met dagen van iemand als Niemand. Dagen van mensen zoals Niemand zijn met die van geen ander te vergelijken. Hooguit zijn ze te vergelijken met de vorige dag of de volgende, hoewel dat laatste altijd nog maar staat te bezien. En dat is wat mensen zoals Niemand op de been houdt tijdens hun gebruikelijke dagelijkse rondjes. Over straat bewoog Niemand zich behendig tussen de anderen door. Hij groette op zijn manier een loslopende hond met een beschaafd knikje en verbeeldde zich dat het beest terug groette. Aangekomen op de hoek waar de kruidenier en de bakker zich tegenover elkaar bevonden – gebrouilleerde broers wist hij, hij wist alleen niet meer van wie hij dat wist, hij moest het ergens stiekem met iemand meeluisterend opgepikt hebben – aangekomen op die hoek wilde hij linksaf gaan zoals gebruikelijk. Hij zag de donker bewolkte lucht en vertraagde zijn pas om die ten leste helemaal in te houden. Met zijn handen diep in zijn jaszakken, stilstaand op de rand van het trottoir slaakte hij een diepe zucht. Plotseling maakte een diepgevoelde ergernis zich van hem meester bij de aanblik van die donkere lucht die niets anders dan regen beloofde. Net zoals in dat liedje van Travis: [i]“Why does it always rain on me?”[/i] Maar hij hàd nog nooit gelogen, ook niet toen hij zeventien was geweest. En hij had dat liedje al zo vaak gehoord, het was altijd hetzelfde liedje. Er liep iemand bij hem op zonder hem verdere aandacht te schenken en zoals hij daar roerloos stond nam hij een rigoureuze beslissing. Niemand was het cliché beu! Hij draaide zijn hoofd eerst op zijn romp en daarna zijn lichaam mee net zolang tot hij de zon zag. Aangekomen op de hoek van de gebrouilleerde broers ging Niemand vandaag niet links maar rechts. Met zijn blik gericht op de zon stak hij zomaar ineens de straat over en gelukkig was er iemand die hem zag en op een rem trapte want anders zou Niemand aangereden zijn. De ten groet opgestoken middelvinger, de woorden waarvan een doventolk een kleur zou hebben gekregen; Niemand zag en hoorde het niet. Niemand liep de zon tegemoet op zoek naar een rondje en luisterde in plaats daarvan in zijn hoofd naar dat liedje van George… Of van Elton Michael?… Nou ja, naar [i]“Don’t let the sun go down on me”[/i] van ìemand: niemands euforische manifestatie. En als hij eenmaal weer voor zijn voordeur stond zou hij evengoed een rondje gelopen hebben. Een rondje dat in ieder geval eens iets anders dan regen had beloofd. Bovendien, mocht dat onderweg toch anders uitpakken, iets dat allesbehalve uitgesloten was, dan zou hij morgen gewoon weer links kunnen gaan.

Thuisgekomen duwde Niemand de deur achter zich dicht. Hij reageerde compulsief en heel erg tegen beter weten in verrast toen hij de schoot in het slot hoorde vallen. De beet in zijn tong was weer niet hard genoeg hoewel het ook vandaag heus pijn deed en voor hij het wist hoorde hij zichzelf op luide toon vragen: “Hallo? Is daar iemand?” Niemand zei iets terug, net zoals de vorige dag. Hij schikte zijn jas op de achterste hanger van de kapstok zoals hij gewoon was te doen en stelde zich voor hoe het zou zijn als hij morgen, na waarschijnlijk zijn gebruikelijke dagelijkse rondje te hebben gelopen, bij thuiskomst een andere jas op de kapstok zou zien hangen. Kleuriger vermoedelijk. Hoe het zou zijn als hij de deur achter zich zou sluiten en hij vervolgens iemand anders vanuit een van de kamers zou horen vragen of er iemand was. Hoe het zou zijn om zichzelf dan eindelijk te horen zeggen: “Ik ben het.” “Ik ben er weer.” Morgen misschien, wie zal het zeggen? Maar vandaag was niemand thuis.

Terwijl hij wat rommelde in de keuken neuriede hij [i]”Why does the sun go down on me”[/i] op de wijs van dat liedje van Travis. Op het moment dat hij op de één-kop-knop van het Senseo-apparaat drukte realiseerde hij zich zijn vergissing. En toen hij zijn koffie op had begon het alsnog te regenen hetgeen hem enigszins geruststelde.

Categorieën: Diversen

13 reacties

Dees · 22 november 2005 op 09:09

Als ik dit lees zie ik weer de gruwelijke eenzaamheid van mijn grootvader in zijn laatste jaren. Het raakt dus, al is het daardoor best moeilijk lezen. En da’s dan alleen nog maar lezen, moet je nagaan 😉

KingArthur · 22 november 2005 op 10:18

Het veilige patroon van saaie regelmaat en het verlangen die te doorbreken. Toch weer mooi neergezet.

Eddy Kielema · 22 november 2005 op 10:53

Leuk, dat liedje van Travis, net zoals je column!

Troy · 22 november 2005 op 12:10

Een aparte column die qua thematiek voort lijkt te borduren op je vorige. Pure literatuur in mijn ogen en erg knap geschreven.

ietje · 22 november 2005 op 16:22

wat fijn om dit vandaag te mogen lezen; net op een dag dat ik me niets en niemand voel. Je hebt het gevoel perfect verwoord denk ik en ik voel me er al ietsje beter door

bert · 22 november 2005 op 17:13

Volgens mij doe je niemand tekort met dit prachtige verhaal.

Wessel · 22 november 2005 op 18:07

Niemand houdt van Travis,… ja dat kan ik me goed voorstellen. Niemand heeft smaak. Ik moet meteen denken aan Alice in Wonderland. Daarin treedt Niemand ook op:

‘I see nobody on the road’, said Alice.
‘I only wish I had such eyes,’ the King remarked in a fretful tone.
‘To be able to see Nobody! And at that distance too!

Goed geschreven wederom. Mooi voortgeborduurd op de brief,…

Trukie · 22 november 2005 op 18:23

Raindog in de wolken.
Mooi al die zinnen met een dubbele uitleg.

Geertje · 22 november 2005 op 20:11

[quote]Op het moment dat hij op de één-kop-knop van het Senseo-apparaat drukte realiseerde hij zich zijn vergissing.[/quote] Bedoel je dat niemand met wel iemand in het zelfde huis was en daar nog aan moest wennen? 😕

Li · 22 november 2005 op 20:42

Opvallend dat je me steeds een stapje voor ben, Ik lees ‘Hooguit zijn ze te vergelijken met de vorige dag of de volgende’

Ik denk: ‘dat valt nog te bezien.’

En jij schijft: ‘hoewel dat laatste altijd nog maar staat te bezien’.

Knap geschreven, je laat de lezer in de huid van Niemand kruipen

Li

Raindog · 22 november 2005 op 21:13

Mensen,

Een wederreactie van mijn kant knip ik even op in een paar verschillende delen.

Ten eerste, als jullie medewoordenpunniker:
Het was moeilijk te voorspellen, of te verwachten, hoe dit ontvangen zou worden. Ik heb wel getwijfeld met andere woorden. Dank voor het achteraf wegnemen van die twijfel.

Ten tweede, als verantwoordelijke voor het thema:
Want het zou best eens een thema kunnen zijn Troy hoewel dat dan heus niet nieuw zal zijn; dank voor ‘de link’ Wessel, ik kende hem zelf niet. Arthur, Eddy, Bert en Trukie, Li, heel erg bedankt voor jullie complimenten.

Ten derde, als verwonderaar:
De vergissing zit niet in de Senseo Geertje. Ken je American Beauty? Look closer… Je opa, je opa, je opa? Niemand zo aardig als hij Dees? Ik hoop dat je meer en betere herinneringen aan hem hebt. Ietje tenslotte, als mensen zelfs aan Niemand columns wijden… Dat jij je er beter door voelt is misschien wel het mooiste compliment dat ik kon krijgen. Wonderlijk, en waar is Alice nu ineens gebleven? Heeft iemand Alice gezien?

Dank, dag,

Raindog

melady · 22 november 2005 op 22:51

Klein literair Meester(Rain)werkje!

Ma3anne · 24 november 2005 op 08:42

Droef en toch ook geestig geschreven.

Grappig het zinnetje ‘Niemand zei iets terug’. Wat zei hij dan? (Ik begrijp dat de hoofdletter hier toevallig staat omdat het het begin van een zin is, maar ik struikelde er toch over. Of was het de deurmat?)

Het was overigens Elton Michael. 😀

Geef een antwoord