Mijn dochter Nina is erg ziek geweest de afgelopen periode en om die reden wordt haar bloed afgenomen, voor onderzoek. De resultaten daarvan krijg ik op papier mee naar huis. Maar eerst laat ik ze aan Nina’s baka zien, haar Bosnische oma. Ze heeft niet lang nodig om bevestigd te zien wat ze toch al dacht te weten: Nina heeft zwak bloed. Dat wil zeggen dat ze weinig witte, maar vooral weinig rode bloedlichaampjes heeft. Een tekort aan witte bloedlichaampjes wil zeggen dat het lichaam niet goed kan vechten tegen ziekmakende indringers – et voila! – en weinig rode bloedlichaampjes betekent zo ongeveer dat er te weinig ijzer in het bloed zit. De rode bloedlichaampjes, (rondrazende riddertjes in ijzeren harnasjes!) die eigenlijk juist rood zijn vanwege de chemische reaktie tussen ijzer en zuurstof, binden de door de longen opgenomen zuurstof aan zich in hun route door het lichaam, en brengen op die manier leven rond. Dus heeft het hebben van te weinig ijzer in het bloed grote consequenties voor de gezondheid. Om kort te gaan, baka stelt meteen een hele lijst samen van ijzerrijk voedsel zodat ik kan beginnen met de terugtocht naar Nina’s gezondheid: lamslever, varkenslever, rode bieten, brandnetels, spinazie, bonen, amandelen, krenten en rozijnen, bramen en bosbessen en gedroogde abrikozen.

Later die dag haal ik Nina uit school terwijl ik zoon Duka bij baka laat, nadat ik hem van de creche heb gehaald. Dat geeft Nina en mij een beetje tijdsruimte als we terug lopen naar baka’s huis. Om die reden besluit ik om dit keer óver de berg heen terug te gaan, in plaats van erlangs, omdat ik altijd nieuwe uitdagingen zoek voor mijn daarnaar hunkerende uitstekende gevoel voor oriëntatie. Vooral het zoeken naar de juiste route via smalle weggetjes met veel bochten die zo zijn ontstaan vanuit de regie die het landschap of de natuur voert over de uitvoering van koppige mensenplannen, heeft mijn voorkeur. De logica van deze verkeersstelsels stelt hogere eisen aan mijn talent dan het soort recht toe recht aan wegen waar grote delen van het platte Nederlandse landschap bekend om staan.

Sarajevo ligt op een hoogte van 500 meter boven de zeespiegel, een uitgestrekte hoogvlakte, ordelijk omringd door bergen die daar nog eens zo’n 300 tot 500 meter bovenuit steken, zodat de stad zelf een dal wordt. Hier en daar houdt een berg zich niet aan de regels van plaats en ruimte en steekt zijn topje uit boven de vlakte, ergens middenin de stad, in plaats van netjes ernaast. De berg aan wiens voet, op één van haar flanken zich baka’s woning bevindt is daarvan een voorbeeld. Deze berg is in feite een bergrug, want langgerekt, en Nina’s school ligt aan een van de kopse kanten ervan, ook aan de voet, op tien minuten loopafstand van baka’s huis. De bergrug ligt er als een groot stenen lichaam precies tussenin.

Enfin, we zijn de ruggegraat van de bergrug opgeklommen en lopen hand en hand verder, mijn dochter en ik. Ergens zullen we rechts naar beneden moeten maar zover is het nog niet. We treuzelen lekker door, dat mag voor deze keer. Het is plezierig zo samen met z’n twee, beetje lopen, beetje kletsen, beetje zoeken.

We slaan links de hoek om, rechts en ineens staan we voor een in de muur gemetselde donkere gedenksteen. In de steen is een zilverachtig portret aangebracht van een meisje, een kind nog. Als in een negatief is haar huid zwart en haar haar wit, het verschil tussen herinnering en werkelijkheid, maar toch gaat het gezichtje voor mij onmiddellijk leven. De tekst ernaast is aan het kind gericht en ik lees.
“Over deze straat liep je naar school en in deze straat ging je over naar de eeuwige vrede. Voor eeuwig houden we jou in onze herinnering.”

De datum is 2 september 1995, de laatste dagen van de oorlog. Hoewel het niet gezegd wordt vermoed ik dat het kind gedood is door de kogel van een scherpschutter. Ik kijk speurend om me heen, weg van de steen en zie dat er inderdaad vanuit dit stukje van de straat een grote opening is tussen de huizen die onbelemmerd uitzicht biedt op de bergen rond Sarajevo. Dat betekent dat omgekeerd, vanuit de bergen, de snipers ook uitstekend zicht hadden op dit stukje naakte straat. Uit de onnadrukkelijke vastbeslotenheid waarmee de nabestaanden haar dood als een overgang naar iets beters toegebogen hebben, daarmee subtiel de herinnering aan haar dood omvormend tot een herinnering aan haar, spreekt een onbeschrijfelijk verdriet maar meer nog een enorme liefde, voor haar, en voor het leven.

Als laatste lees ik de aanhef van de stenen brief en in een reflex kijk ik naar mijn levende dochter, naast mij, hand in mijn hand.

Ze heette Nina.


8 reacties

bert · 31 december 2005 op 12:56

[quote]Ze heette Nina[/quote]
Dood en leven, haat en liefde, blijdschap en verdriet zijn maar enkele van de tegenstellingen in het leven die niet zonder elkaar kunnen.
Erg mooi geschreven, dit verhaal over Nina.

Mup · 31 december 2005 op 14:52

Sluit me aan bij Bert,

Mup.

WritersBlocq · 31 december 2005 op 17:11

Prachtig! En wrang! Goed geschreven, groetje, Pauline.

Dees · 1 januari 2006 op 12:52

Anne, ik hoop dat je hier blijft publiceren. Prachtig om te lezen, vanuit de Hollandse woonkamer een uitzicht op de bergen van Sarajevo.

Hoop dat alles goed is met Nina, jouw Nina.

Mosje · 1 januari 2006 op 14:38

Mooi stukje Anne, met plezier gelezen.

melady · 1 januari 2006 op 23:54

Je sleurde me mee met je mooie en wrange verhaal.

[quote]Ze heette Nina.[/quote]

Kppnvl

Li · 2 januari 2006 op 01:10

Net als je vorige columns, weer heel mooi geschreven Anne!

Li

Trukie · 2 januari 2006 op 19:35

Mooie column Anne. Het verhaal is zo mooi opgebouwd dat het niet eens stoort dat je ieder detail beschrijft.
Het maakt het geheel zelfs sterker.
Ik kijk uit naar jouw volgende schrijfsel.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder