Voorafgaand: Olga en Sven reizen naar de hoofdstad om Olga’s ambitie; het opstarten van een carrière als (prima) ballerina, een kans te geven.

De volgende dag moet Olga zich al melden bij het Mythslava theater, waar ze ’s middags auditie mag doen. Het gaat buitengewoon goed met haar kuur, maar ze moet nog uren wachten op de uitslag. Tegen de avond komt het verlossende woord: ze is aangenomen. Dolgelukkig rent ze terug naar het hotelkamertje, waar Sven in spanning op haar zit te wachten. Samen dansen ze door het kamertje, allebei even blij en Sven zingt voor haar zijn nieuwste lied; ‘tiny dancer.’

Voor Olga volgt nu een periode van intensieve repetities. Sven gaat op zoek naar een job. Hij kan gelijk bij een Mercedesgarage aan de slag. Enkele weken later staat Olga op het podium voor haar eerste grote proeve van bekwaamheid; Sergei Prokofiev’s ‘Assepoester.’ Sven zit op de eerste rij, glunderend van oor tot oor. Het is een groot succes. Na de opvoering en korte afterparty, wandelen de twee tortelduifjes naar hun hotel. Het wordt een wilde nacht.

Olga moet nu avond aan avond optreden, maar na enkele voorstellingen komt ze niet naar huis. Sven wordt ongerust en gaat op zoek. Bij de schouwburg spreekt hij Sabrine aan, een collegaatje van Olga. Ze is visagiste van het gezelschap en Sabrine kijkt de automonteur eens onderzoekend aan. ‘Och jongen, de minister van cultuur was vanavond aanwezig. Kalangren, je kent hem toch wel? Hij heeft Olga geselecteerd en meegenomen in zijn dienstwagen.’ Vragend kijkt Sven haar aan. ‘Tja, wen er maar aan knul; een balletdanseres heb je nooit voor jezelf. Er is altijd wel een of andere hotemetoot die haar claimt.’ De boodschap die Sven zomaar even mee krijgt van Sabrine, raakt hem vol, als een mokerslag in de buik. Hij druipt af.

Mistroostig dwaalt hij door de straten, passeert de Buffalo bar, een donkerbruin kroegje dat hij wel eens samen met Olga bezoekt. Sven loopt binnen, bestelt gelijk een Skolch 9.0% en flept deze in één teug achterover. ‘Kijk! Goedenavond, meneer de dorstige gitarist,’ hoort hij plotseling achter zich. Daar heb je het meisje uit de trein, dat steevast bij Sven’s optredens aanwezig was. Ze stelt zich voor, Miranda heet ze. ‘Waar is je vriendin de ballerina?’ vraagt ze, met onmiskenbaar oprechte belangstelling. ‘Geen idee, ze heeft andere prioriteiten, vrees ik,’ zucht Sven. ‘Tja, ballerina’s die heb je nooit voor jezelf. Heb ik ook maar van horen zeggen hoor,’ benadrukt Miranda nog eens. ‘Maar die muziek van jou, ik kan de nummers wel dromen. Daar moet je echt iets mee doen, Sven!’ Ze probeert hem op te beuren. Sven denkt na, het volgende lied borrelt al in hem op. ‘Ga je mee? Ik woon hier vlakbij,’ stelt Miranda voor. Sven betaalt de consumpties en eensgezind verlaten ze het café. Rechtstreeks lopen ze naar Miranda’s flatje, drinken er samen nog maar een borrel op en maken er het beste van.


Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

0 reacties

Geef een reactie