Het werd alsmaar donkerder en de geur van regen hing overal om me heen. Boven mij vertoonden de eerste avondsterren zich spottend aan de hemel. Hoe laat was het? Negen uur? Tien uur misschien? Zware steken schoten als pijlen door mijn middenrif en even wenste ik dat ik weer jong was en dat mijn moeder nu naast me liep om me te verzekeren dat we binnen een half uur weer thuis zouden zijn. [i]“Kijk, daar verderop zijn nog wat bramenstruiken” wijs ik. Mijn moeder zucht: “Het is bijna donker, en we hebben nu zoveel bramen verzameld dat we er zeker vijf potten jam van kunnen maken.”
“Maar als we die bramen erbij plukken, kunnen we er wel tien vullen.”
“Vooruit dan maar” geeft mijn moeder toe. “Dan geef ik jou ook nog precies tien minuten.”[/i]

Takjes braken onder mijn voeten en steeds vaker struikelde ik over de contouren van wat van alles zou kunnen zijn. Mijn fantasie werd een vijand in plaats van een bondgenoot en ik moest denken aan Hans en Grietje, ervan uitgaande dat mijn lot vast nog vele keren erger zou zijn dan te eindigen achter de tralies van een nare heks in een van suikergoed gebouwd huisje.

[i]“Denk je dat het hier spookt?” vraag ik nadat ik de laatste bramen heb weten te plukken. “En of het hier spookt” zegt mijn moeder. “Nog altijd staat dit woud bekend onder de naam ‘de onzalige bossen.’ Hier hielden de witte wieven hun bijeenkomsten en iets verderop ligt de reusachtige Duivelssteen. Niemand weet hoe het daar terecht is gekomen. De legende gaat rond dat dat je er de afdruk van de hand van de duivel in kunt zien.”
“Geloof jij in de dingen?” vraag ik toch enigszins geschrokken.
“Nee, in die dingen geloof ik niet. Ik geloof alleen in jou” zegt ze vol overtuiging. Vlug lopen we verder, maar al snel komen we tot de ontdekking dat we het verkeerde pad hebben gekozen. We zijn verdwaald.[/i]

Navigeren nu! Maar hoe? Terugkeren naar het laatst bekende punt had geen zin; het was al te lang geleden dat ik ook maar iets dacht te herkennen. Luisteren of ik een weg kon horen waar auto’s reden was ook weinig hoopgevend. Afgezien van wat dierengeluiden en het zachte geruis van de wind en krakende bomen, was het doodstil. Met een beetje fantasie leek er zelfs nooit een buitenwereld te hebben bestaan.

[i]“Klim in een boom en kijk naar de horizon, een stad of dorp licht op in vergelijking met de rest.”[/i]

Ik zie iets. Iets wat lijkt op een schim, een doorschijnende gestalte. Het is mijn moeder. Als gehypnotiseerd klim ik in dezelfde boom waarin ook zij zich heeft genesteld. Ze wijst. Het klopte was ze zei. We zien licht. Ik weet nu hoe ik thuis moet komen.

“Ik heb je gemist, mam,” zeg ik. Ik voel me vreemd, alsof ik zojuist uit een diepe slaap ben wakker geworden. Een eenzaam gevoel neemt bezit van me, en zorgt ervoor dat ik begin te huilen zoals ik nog nooit eerder gedaan heb.

Langzaam loop ik verder. Het licht en het geluid van de buitenwereld worden steeds duidelijker waarneembaar. Nog even, en ik ben thuis. Eindelijk.

Categorieën: Fictie

10 reacties

delta75 · 25 april 2007 op 20:03

wat mooi eigenlijk, dat je moeder (zonder dat ze er echt is) de weg wijst. Dat doen moeders ja.
Erg mooi.

Mart

Quinn · 25 april 2007 op 20:13

Erg goed geschreven. De flashbacks maken het absoluut pakkend. Het enige wat ik zou doen is de flashbacks in de verleden tijd zetten en je ‘huidige’ dwaaltocht in de tegenwoordige tijd, in plaats van (grotendeels) andersom. Dan zou ‘ie wat mij betreft echt perfect zijn. Maar mooi, Troy.

arta · 25 april 2007 op 20:28

Nee, wat mij betreft staan de tijden juist precies op hun plaats.
Het is heel mooi, sprookjesachtig, mysterieus en toch zó duidelijk geschreven en je voelt bijna de warmte van de moeder in de ‘schuine’ stukken tekst.
De witte wieven, mooie sage…
🙂

Trukie · 25 april 2007 op 22:57

Herkenbaar. De tijden juist goed gekozen. Ook weer de kentering in de laatse 3 alinea´s maakt de ontmoeting krachtiger.

DriekOplopers · 25 april 2007 op 23:14

Gewoon prachtig gedaan. Ik kan niets anders zeggen. Schitterend!

DreamOn · 26 april 2007 op 01:31

[quote]. Nog even, en ik ben thuis. Eindelijk.[/quote]

Wat een prachtige column. En qua quote: ja, dat gevoel heb ik nou ook momenteel…

Groetjes DO.

SIMBA · 26 april 2007 op 08:33

Prachtig Troy!!! Een kippenvel-verhaal.
Zo lust ik er nog wel meer!

senahponex · 26 april 2007 op 09:42

[quote]Ik geloof alleen in jou[/quote]

In diepe bewondering heel mooi Troy

Groet

Senahponex

pally · 26 april 2007 op 19:37

Erge mooie column, Troy!

KingArthur · 27 april 2007 op 10:49

Onderweg zijn we allemaal. Fijn dat er bomen zijn om je horizon te verbreden. In “Wederopstand” van mij was dat een ander verhaal. En het is gewoon weer goed geschreven.

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder