Ik ben verliefd. Keihard verliefd. Hoe ik dat zo weet? Vlinders in mijn buik. En niet alleen vlinders. Mijn hele lijf draait op volle toeren en ik ben volledig de kluts kwijt. Keihard de kluts kwijt. Niet mijn ballen. Nee hoor, met mijn ballen is niets mis. Die leven op gezonde spanning. Zoals gewoonlijk. Maar de rest staat stijf. De spieren verkrampt, de zenuwen in trilstand. En god, wat voelt dat heerlijk. Vooruit dan. God met een hoofdletter. Hoewel ik me afvraag of hij er überhaupt iets mee te maken heeft. In tijden van euforie of ernstige misstanden wordt deze goedheiligman vaak aangeroepen. Zo ik dus nu ook. En dat terwijl ik atheïst ben. Nou ja, atheïst, eerder een salon-atheïst. Ben immers nog steeds bij de katholieke kerk ingeschreven. Maar dat terzijde. Ik leg mijn lieve heer maar even naast me neer. Nee, niet die lieve heer. Mijn god, met welke lezer heb ik hier te maken?

Ik dwaal af. Gebeurt wel vaker bij verliefde gasten. Honderduizend keer ben ik al in gedachten bij haar langs gelopen. Bij haar of bij hem? Wat maakt het uit. In de moderne tijd doet het er eigenlijk niet meer toe. Hormonen denderen en genderen ongeacht de sekse. En bij mijn onderwerp van verliefd zijn speelt de sekse al helemaal geen rol. Mijn onderwerp van liefde heeft geen geslacht. Althans ik heb het nog niet ontdekt. Alsof geslacht en sekse zo belangrijk zijn bij verliefd zijn? Je valt voor iemand of iets gewoon omwille van zijn of haar of het zijn. Toch?

Hoe dan ook, deze liefde is ongekend. Nog nooit zoiets meegemaakt. Zo’n prangende verliefdheid. Maar nu komt het meest spannend. Hoe kom ik in contact. Geen geslacht, geen sekse, geen mond, oren of ogen, hoe moet dat nu. Ik kan natuurlijk proberen om heel Zen naast mijn onderwerp van verliefdheid te gaan zitten. Weglopen kan het onderwerp toch niet, het heeft geeneens benen. En toch, in eenvoudig samenzijn, doodstil, kan ook vanalles gebeuren. En zo geschiedde. Een arm legde ik om mijn onderwerp en ik gaf het ook nog een dikke kus. En de reactie van mijn onderwerp? Ach, een beetje koeltjes of eigenlijk niet eens koel maar niet. Geen reactie. Maar ook geen afwijzing. Er is dus hoop. Voor mijn hart van steen. De steen die mij hartkloppingen bezorgd. Die dit keer niet zwaar op de maag ligt. Een steen die aandacht vraagt. Iedere dag opnieuw.


Mien

Bewonder luidruchtig en verwonder in stilte

1 reactie

Suus · 24 februari 2019 op 16:50

Mien, dit is er weer eentje. Knap geschreven!

Geef een reactie