Sylvia, oom Albert en ik proosten ‘op de momenten dat alles klopt.’ Subiet komt er weer een meisje binnengewandeld, gehuld in een doorzichtig negligé en ook niet meer dan dat. Ze ziet ons zitten en roept: “Hey Thomas, hoe is het?” Sylvia kijkt mij met een scheef oog aan. Het meisje reageert ad rem: “Ik heb al zijn cd’s,” en knipoogt. Sylvia slaat haar ogen op. Het meisje komt bij ons aan tafel zitten. Ze heet Mary en schenkt zichzelf een kop koffie in. “Jullie ook?” vraagt ze. We laten ons bedienen. “Klaar?” informeert Albert. “Ja, Von Apegapen heeft afgebeld. Hij komt volgende week pas.” Albert gaat verder met zijn verhaal over Villa Kakelbont. “Het is hier echt d’n Soete Inval. Er komt van alles over de vloer. Van uitkeringstrekkers tot pensionadoss. En alles er tussen in. Soms zit er echt gajes bij. Met een kort lontje. Dan slaat de vlam in de pan en moet ik er met de hogedrukspuit op los. Of van die pechvogels die hun nek breken omdat ze achter hun lul aan lopen.” Sylvia kijkt mij eens aan. Geloof jij het nog, lees ik in haar ogen. Albert geeft extra gas: “Jawel, we hebben wel eens een ambulance moeten laten komen voor zo’n gast die zich door een ongebruikelijk standje in de nesten had gewerkt.”

“Ouwehoeren, dat kan ie, onze Appie. Als lullen worst was, dan had hij een heel eind,” onderbreekt Mary het betoog. Ze buigt zich voorover en gunt mij daarbij zonder enige gêne onbeperkt inkijk in alles wat haar aan lijf en leden lief is. Ze legt een hand op mijn knie. “Als je ooit iemand zoekt voor jou en de band, je kunt altijd bij mij aankloppen.” Meteen trekt Sylvia aan de bel: ”Hallo! Ik zit hier!” Het wordt ongemakkelijk voel ik. “Jij mag ook aankloppen meisie,” stelt Mary haar gerust en knipoogt naar mij. Voordat Sylvia kan reageren roept ze: “Geintje!” Ze tikt mij op de knie en we lachen. De spanning is weer uit de lucht. Het grietje staat op, haar volgende afspraak zal zo wel komen. Ook Sylvia en ik moeten verder. Voor de zekerheid vertel ik nog maar een keer dat we ’s avonds met de band optreden in café de Gebakken Lucht. “Mwoh, misschien kom ik wel even luisteren,” verklaart Albert.

’s Avonds is het volle bak in het café. Jack, Bruce en Eric hebben alles netjes opgebouwd en we staan klaar op het podium om te beginnen. Zodra we goed en wel ons intro hebben ingezet, komt oom Albert, geflankeerd door Donna en Mary, het café binnen geparadeerd. Ze zwaaien. De dames zijn dressed to kill, in retestrakke leggings en topjes. Het publiek is even afgeleid. Maar het concert wordt een groot succes. Als we ‘Born to be wild’ inzetten klimt Sylvia het podium op, gevolgd door de twee strak ingesealde dames. Gezusterlijk gearmd zingen ze met mij mee. Het publiek is dol enthousiast en Oom Albert glundert, van oor tot oor. Uit zijn gebaren naar ons toe lees ik: “Alles klopt!” Ik zou het voor geen goud willen missen!


Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

2 reacties

Nummer 22 · 14 juli 2019 op 14:37

Chapeau!

Thomas Splinter · 15 juli 2019 op 16:05

Hartelijk dank voor het volgen van en het reageren op mijn vertelsels.

Geef een reactie