Als ik de deur uitloop, op weg naar mijn stamkroeg, kom ik mijn buurman Mohammed tegen. Hij staat zijn auto in te laden.
‘Op vakantie, Mo?,’ vraag ik.
‘Eh, nee. Ik ga naar Marokko. Voorgoed denk ik. Straks word ik hier toch weggejaagd.’
‘Nou, niet zo somber, Mo. Die Wilders heeft nog niet gewonnen hoor.’
‘Nee, maar wat denk je zelf…’ Met een triest gevoel loop ik de kroeg in waar Wethouder Prof. Mr. Jansen, omringt door een stel politieke meelopers, de PvdA staat af te branden.
Daarna vertelt hij, trots op zijn ingetapete voet wijzend, dat hij een bootongeluk heeft gehad: ’Ik was mee op een ijsbreker. Werkbezoek. Kijken naar de praktijk. Bijzonder interessant, tot dat ongeluk uiteraard.’
‘Luister niet naar die oplichter, jongens,’ zeg ik Jansen onderbrekend. ’Ik hoorde net van de kapitein van die ijsbreker dat Jansen zich verstapte toen hij de meeuwen aan het voeren was. Dat noemt hij dan een bootongeluk. Voor de rest heeft hij kotsend van ellende in zijn hut gelegen.’

Jansen stikt bijna van woede en frustratie. Daarom ziet hij de vervanger van kroegbaas, een trol genaamd Bob, die 1.67 op zijn plateauzolen meet, niet aankomen met een vol blad bier in zijn handjes. Bob gaat per ongeluk met zijn plateauhak op Jansen’s voet staan.
Gekrijs!
Alsof Wilders een toespraak staat te houden.
‘Vuile lelijke tering lillikutter!,’ Scheldt Jansen uit zijn rol vallend.

‘Wil jij die dwerg niet zo kleineren, Jansen ,’ zeg ik vermanend, wat hem nog woester maakt.
Als de gemoederen bedaard zijn komt het gesprek op de val van het kabinet. En dat het een schande is dat we weg gaan uit Afghanistan. En dat Wilders er nu aan gaat komen.
‘Ach,’ zeg ik. ‘Wilders is al gesignaleerd bij een asielcentrum. Absoluut zeker van zijn winst bij de aanstaande verkiezingen, schijnt hij daar rond te hebben geslopen met een vlammenwerper in zijn ene hand en zijn partijprogramma in de andere.
En in zijn kielzog een stel uitgerangeerde gristenpolitici zoals jullie, op zoek naar een nieuwe frisse oorlog..’

Dat vinden de heren niet geestig. Daarom vertel ik hen ook nog maar het verhaal van Mohammed.En dat hij terug gaat naar Marokko.
‘Kan dat dan zomaar?,’ vraagt een meeloper.
‘Mo vertelde dat hij twee paspoorten heeft, dus…’
Als Jansen dat hoort, sluipt hij hinkend naar de kapstok waar zijn jasje hangt. . Zeker even kijken voor alle zekerheid of zijn paspoort er nog in zit. Je weet maar nooit met die kutmarokkanen.
‘Opgeruimd staat netjes,’ zegt de meeloper waarna ik mijn glas bier per ongeluk tegen zijn kin druk waardoor er een mee-eter open barst terwijl het bier over zijn broek klotst.

Over opgeruimd gesproken; niemand die denkt aan de schoonmakers in de Treveszaal. Reken maar dat die het zwaar hadden. Bitterballen en de Chinees in het tapijt. Bloed aan de muren. Crisismaatregelen naast de overvolle prullenbak.

Jezus, wat een rotzooi…


8 reacties

arta · 1 maart 2010 op 08:31

😀
Je zet hier een trieste situatie erg grappig neer!

Dees · 1 maart 2010 op 09:32

Kees op zijn heel erg goeds. :thumbsup:

Avalanche · 1 maart 2010 op 14:21

Mooi! :wave:

LouisP · 1 maart 2010 op 20:17

Kees,

ik vind het goed, sterk en proef tijdens het lezen het ongenoegen van de auteur…dat laatste zinnetje bevestigt dat…..

gr.

Louis

lisa-marie · 1 maart 2010 op 21:22

kan niet anders dan met mijn voorgangers eens zijn :duimop:

Prlwytskovsky · 2 maart 2010 op 10:17

Op een goede manier aangestipt dat deze mensen de rotzooi van ons Nederlanders opruimen. Dus ‘opgeruimd staat netjes’ lees ik dan in positieve zin.

pally · 2 maart 2010 op 12:42

Prima en scherp verwoord, Kees!

groet van Pally

Mien · 3 maart 2010 op 07:38

Contrasten voor de zoveelste keer uitgespit.
Nieuwe afspraak: volgende keer één of liefst meer creatieve oplossingen?

MMM (Mien Molitiek Moe)

Geef een antwoord