“Louis, stop met die vunzige praat, anders ga je nu al naar boven!”
“Maar mama, Jan Cremer doet dat toch ook!”
“Dan ga je met hem niet meer om!” Jan, uit Enschede, had het van geen vreemde. Zijn moeder was een verre afstammelinge van Atilla de Hun. Echte mannen zoals Atilla, Dzjengis Khan, Karel de Grote en Jan Cremer hadden bij mij een streepje voor. Mannen die probeerden zoveel mogelijk landen en vrouwen eronder te krijgen en niet omkeken. De mannen daar met gemengde gevoelens achterlatend.

Er waren overeenkomsten tussen Jan en mij. We hielden beiden wat van kunst, vrouwen, dieren en motoren. Jan kon ook een aardig schilderijtje in elkaar flansen en hij schreef zeker niet slecht.
In december 1984 ontmoette ik hem voor het eerst in levende lijve. Mijn favoriete manspersoon, bij een expositie in galerij ‘De Wever’ in Aartselaar. Litho’s van Jan en wat meesterwerken van mezelf werden daar aan het publiek getoond en straalden tussen hulpeloze creaties van Miro, Buffet en nog enkele ondermaatse Belgische expressionisten.
Wendy van Wanten was ingehuurd om de twee sterkhouders van de expositie te animeren.

Na de mosselen met friet en paling in ’t groen werden we in de bar van hotel l’Arsenal ontvangen door Wendy die ons trakteerde op thee en sinaasappelen. En meloenen. Twee. Genietend van het overrijpe fruit hingen we aan de toog. Wendy aan onze lippen.
Jan, de man die samen met mijn ouders verantwoordelijk is geweest voor mijn opvoeding, zat simpelweg naast me aan de bar.
Gespreksstof genoeg en Wendy genoot hoor- en zichtbaar van de verhalen, verteld door de twee stoere Hollandse kunstschilders, die naar later bleek behoorlijk overweg konden met de speciale kwast.
Wendy had haar naam niet gestolen. Van verfrommeld beddengoed had ze geen kaas gegeten maar ze wist hoe beroemde jongeheren te behandelen. Wendy streelde mijn bovenbeen en lachte haar schitterende tanden bloot. Met de vrije hand manipuleerde ze haar lange zwarte haren en fluisterde meermaals dat ze eerder van knappe mannen hield. Voor mij maakte ze een uitzondering.

Jan en ik hadden de grootste lol om het belachelijke klootjesvolk dat met open monden onze schilderkunst had bewonderd.
Mijn voorstel om samen in het vergaderzaaltje van ‘’t slechte geweten’ wat Turkse heerlijkheden te proberen viel niet in goede aarde bij de vriend van Wendy. Dus gingen we zonder hem.
Het werd een speciale nacht voor Wendy die aan ons vroeg of we haar respectievelijk wilden klaarvingeren en klaarlikken. Jan en ik konden er eens smakelijk om lachen.

In tegenstelling tot mijn enorme succes van de tentoonstelling werden op de middelbare school mijn kunstzinnige tekeningen op de muren en het bord in de klas niet gewaardeerd. Evenmin mijn ingediende lijst met te lezen Nederlandstalige boeken.
Oorlog, Bevrijding en Vrede, de drie delen van ‘de Hunnen’, voldeden niet aan de gestelde eisen van meester Degrijze. Dus werden het ‘donkere zwaarden van Damokles’, ‘Bintjes’ en de ‘Turkse fluit,’ waarin een kunstenaar ook van goed en vooral veel tietenwerk hield. Jan kon er eens smakelijk om lachen.

Jan is een bijzondere man. En dat is hij. Ik wilde ooit leven, schilderen en schrijven zoals hij en op de motor vreemde plaatsen bezoeken en er de vrouwenharten veroveren. Aankomen, de zaak bekijken, en inpakken. En nooit omkijken. De mannen daar met gemengde gevoelens achterlaten.

Het is allemaal wat minder geworden met dat heroïsche gezever en de boeken van Jan prijken nu ergens op zolder in een kartonnen doos. Een enkele keer denk ik aan mijn held van weleer. Bij het binnendenderen van een of ander door God vergeten boerengat op mijn Engelse zwarte monster.
Dan denk ik aan Jan Cremer, zijn wilde avonturen, vrouwenharten veroveren en niet omkijken. Met gemengde gevoelens.


11 reacties

arta · 24 januari 2010 op 23:14

Mooi om te lezen hoe jij een bijzondere avond in woorden om weet te zetten!
Bijzonder!
(Ook leuk om in jouw laatste alinea’s te lezen hoe jij deze ervaringen voor jouzelf weet te nuanceren)
🙂

Avalanche · 24 januari 2010 op 23:22

(dubbel geplaatst)

Avalanche · 24 januari 2010 op 23:22

Heerlijk stukje, Louis. De titel deed een andere inhoud vermoeden, maar blijkt wonderwel te passen boven het geheel.

SIMBA · 25 januari 2010 op 08:28

Geweldige titel! Goed stuk ook, erg mooi van opbouw.

pally · 25 januari 2010 op 10:15

Mooi geschreven, geestig stuk, Louis, waarin zelfspot, heimwee en humor knap met elkaar verweven zijn tot een rond geheel.
zou van mij CVDM mogen worden!

groet van Pally

Ma3anne · 25 januari 2010 op 17:15

Bijzonder van inhoud en ook van schrijfstijl, zoals altijd: een onvervalste Lowieke.
Smullen, dit verhaal.

Prlwytskovsky · 25 januari 2010 op 21:26

Kunst-lul, kunst-pik of gewoon een kunst-enaar.
Het woord kunstlullen staat daarom wat mij betreft in de juiste context.

Helemaal geen vunzige woorden gelezen, maar smeuïg verteld Louis.

LouisP · 25 januari 2010 op 22:43

Hoi,

keistoere en toffe reacties en ook bedankt voor het lezen..’t was plezant om dit stuk te krabbelen..

Vee, leuk dat je dit hebt gevonden..en gelezen.. bedankt meiske…
Peet, volgens mij is een kunstlul ook iemand die zich meer kunstenaar voelt dan hij in feite is…daar is niks mis mee..denk ik..hoop ik..
Avalanche…motorrijders…d’r zitten rare gasten bij…
Pally, Marianne, Simba en Arta…drinkt er ene van mij…bedankt

Louis

Vke · 26 januari 2010 op 20:02

Louis, een zalig stukje schrijven :duimop: Elke keer weer brengt het me naar Louis-sferen, een plaats waar ik graag vertoef.

Well done! Kudos!

V

Mien · 27 januari 2010 op 13:30

Bijzonder column. Hier en daar wat slordig neergezet. Finesse my friend!

Tijd voor wat zwaardere literatuur wellicht:
Zen en de kunst van het motoronderhoud – Persig

Aanrader onder kunstenmakers!

[b][url=http://2.bp.blogspot.com/_cWvjXfQh6q4/Ssw7aZnOz-I/AAAAAAAAAlk/FRTfGq-2rrI/s320/jean-dubuffet.jpg]Mien Dubuffet[/url][/b]

Chi_Dragon · 23 april 2010 op 09:55

een plaatje.

Je schrijfsels zijn steeds een voorbeeld voor me.
Luchtig met humor maar toch, wanneer men zoekt, altijd een diepere boodschap.

:wave:

Geef een antwoord