05:30: Station Notarbartolo- Palermo Centraal
Het trein/metro station Notarbartolo is heel stil op dat uur. De luidsprekers die later de geregistreerde vrouwenstem zullen doen weergalmen zwijgen. Geen vertrekken, geen aankomsten.
Alleen de bar en de krantenkiosk zijn open. In de bar drink ik een “cafe doppio”, de metrobestuurder en zijn hulpje een “cafe latte”. De barman kijkt steeds heel ontevreden. Hij neemt ons voor de laatste klanten die hij gisteren buitenwerkte. Gisteren, een paar ogenblikken gelden. Ik weet dat de man naast me de metrobestuurder is en de andere zijn hulpje (hun uniformen hielpen daarbij), zij weten dat ik hun eerste passagier van die dag ben. Wanneer de gedempte vrouwenstem, bijna onhoorbaar, Palermo Centrale aankondigd spreekt hij me aan en zegt: “Als je nog een krant wil gaan kopen is het tijd…”. Dus op weg naar het perron koop ik de eerste ochtendkrant vol berichten die me tot ‘s nachts zullen herhaald worden.
05:58 Palermo Centraal, busstop.
Veel dorpen in Sicilie zijn alleen per bus bereikbaar nadat alle regionale treinverbindingen werden geschrapt. En al die bussen vertrekken vanop dezelfde plaats. Naast het centrale station bevind zich de busterminal. Niet echt een busterminal, gewoon een straat, een gewone straat. Elke buscompagnie heeft er haar kantoor en voor hun kantoor hun busstop.
Om zes uur is het er rustig, in schril contrast met wat er zich later en eerder afspeeld. Een paar uur geleden lieten zwarte hoertjes er hun tanden en billen keuren aan traag voorbij rijdende auto’s. Een donkere straat met donkere gezichten, witte tanden en felle autolichten. Later zullen geparkeerde bussen het doorgaande verkeer hinderen, zwaar beladen passagiers zullen zich naar de busstoppen haasten en in de andere richting zullen zwaarbeladen passagiers van de bus stappen, murwm na te lang in onconfortabele zetels te gezeten hebben.
Om half zeven valt het schaarse licht op de verkeerde plaatsen. De straat lijkt geknipt uit een een versleten zwartwit film, bellen en strepen inclusief.
Zeven personen wachten halverwege de straat, rond de paal waar de naam van onze buscompagnie staat geschreven. Vier oudjes, dorpsbewoners die god-weet-wat-deden-vorige nacht in Palermo. Hun zware tassen zijn met bruine tape en hennepkoorden dichtgesnoerd. Verder twee chinezen die dagelijks naar het dorp reizen om er hun electronische waar te gaan slijten (misschien is de markt voor elektronische rekenmachines, pluchen dansende beertjes en verrekijkers er nog niet gesatureerd) en ik.
En dan, misschien met de eerste zonnestralen, komt ze voorbij. In een wolk van fris gewassen, zwarte lange krullende haren noch niet geheel droog en een kersenrode mond. Ze stapt niet zoals de anderen doen, ze zweeft. Haar reistas is compact en beslist goed gepakt. Wellicht is alles netjes opgevouwen en systematisch gestapeld. Lang hoeft ze er nooit te wachten; haar bus is steevast de eerste die arriveerd. Het wekt onrust; daar zo netjes, gedouched en gepakt aan komen zweven, de mannenharten even sneller doen slaan en dan verdwijnen.
Onze bus is steevast te laat, alleen wanneer ik zelf te laat kom, dan vertrekt hij stipt.
De af te leggen weg is best wel mooi. We rijden de stad zonder te veel problemen uit om dan een stukje baan langs de kust af te rijden. Daar waar de kust echt mooi wordt, daar waar Palermo ophoudt, rijden we de bergen in. Om zevenhonderd meter te klimmen in zestig kilometer. Het landschap schiet voorbij; de chauffeur kent de baan en zijn bus. En het landschap kan hem al lang geen donder meer schelen. Hij wil voor acht uur in Lercara arriveren. Dan kan hij samen met zijn vrienden een koffie gaan drinken voor hij terug moet rijden. Hij vloekt als een bezetene wanneer een vrachtwagen of een “Porca-troia-putana-minchia-di-talpa” traag rijdende auto hem tijd doet verliezen door hem niet luid toeterend te laten voorbijschieten.
Om acht uur, maar meestal een paar minuten vroeger, stappen we uit. Eerst de zwaar beladen oudjes, dan de chinezen met hun Taiwanese elektronische koopwaar.
Acht tot vijf: werken
Vijf uur: Lercara-Palermo
Om vijf uur wordt de bus bestuurd door een broodmagere nerveuse man die zichtbaar psychische problemen heeft . Er stappen weinig mensen op. De twee chinezen keren terug na een lange dag waar-slijten, vier oudjes met zware tassen die nog altijd met bruine tape en hennepkoorden dichtgesnoerd zijn en-God-weet-wat-gaan doen in Palermo en ik. De chauffeur zijn zachte gevloek, eigenlijk gemompel, doet iedereen indutten. Pas wanneer we Palermo binnenrijden doet het verkeerslawaai ons ontwaken. Het duurt dan nog ongeveer twintig minuten voor we kunnen uitstappen voor onze buspaal.


3 reacties

Mosje · 27 januari 2004 op 22:10

jop,

Je hebt op deze columnsite gekozen voor een van de moeilijkste genres: het reisverhaal.
Ik heb je stuk twee keer gelezen, en het leest best aardig weg.
Ik wil toch wel een opmerking maken. Halverwege voer je een vrouwspersoon op:
>>>
En dan, misschien met de eerste zonnestralen, komt ze voorbij. In een wolk van fris gewassen, zwarte lange krullende haren noch niet geheel droog en een kersenrode mond. Ze stapt niet zoals de anderen doen, ze zweeft.
<<< Mooi beschreven, lyrisch eigenlijk, en ik verwachtte dan ook dat deze mooie dame een rol zou spelen in de rest van je verhaal. Maar helaas. Je vergeet haar direct weer. Ik adviseer je eens de reiscolumns te lezen in onze dagbladen. Met wat schaafwerk zou dit verhaal in een krant niet misstaan.

Mosje · 27 januari 2004 op 22:16

jop,

Ik weet niet wat er mis ging, maar mijn reactie is slechts gedeeltelijk geplaatst.
Hier volgt de volledige (hoop dat het goed gaat nu.

jop,

Je hebt op deze columnsite gekozen voor een van de moeilijkste genres: het reisverhaal.
Ik heb je stuk twee keer gelezen, en het leest best aardig weg.
Ik wil toch wel een opmerking maken. Halverwege voer je een vrouwspersoon op:
[quote]En dan, misschien met de eerste zonnestralen, komt ze voorbij. In een wolk van fris gewassen, zwarte lange krullende haren noch niet geheel droog en een kersenrode mond. Ze stapt niet zoals de anderen doen, ze zweeft.[/quote]
Mooi beschreven, lyrisch eigenlijk, en ik verwachtte dan ook dat deze mooie dame een rol zou spelen in de rest van je verhaal. Maar helaas. Je vergeet haar direct weer.
Ik adviseer je eens de reiscolumns te lezen in onze dagbladen.
Met wat schaafwerk zou dit verhaal in een krant niet misstaan.

jop · 29 januari 2004 op 12:47

beste mosje,
dank voor uw aanmoediging.
ik ga beslist eens proberen een nederlandstalige krant te vinden. Ik wist niet dat er reisverhalen in gepubliceerd werden.
ciao

Geef een antwoord