Zweet parelde op zijn voorhoofd. Kleine druppels gleden vanonder zijn oksels richting broekband waar zij zich voegden in de met zweet doordrenkte stof. De raampjes van de auto waren maximaal naar beneden gedraaid maar de luchtstroom voelde als een warme föhn. Het zorgde wél voor een snellere verdamping van de vochtplekken in het shirt dat aan zijn dikke buik plakte. Geagiteerd trok hij de autogordel wat losser. Het leek of die strakker knelde dan normaal.

“Schat, wil je een stukje appel?” vroeg zijn vrouw en hield hem een verkleurd stukje fruit voor. Ze was al vroeg in de weer geweest met de voorbereidingen voor de dag.

Het was niet zijn idee geweest om op zijn vrije dag ‘een dagje naar het strand te gaan’ maar het was al twee weken bloedverziekens heet. In het weekend weigerde hij om richting de kust te rijden. Tot nog toe had hij haar kunnen overtuigen dat filerijden en een overladen strand geen soelaas of verkoeling bood.

Op deze doordeweekse dag had hij geen argumenten meer.
”Ik ga niet in mijn zwembroek hoor”, had hij haar gedecideerd meegedeeld waarna ze hem schalks had aangekeken.
Als een blij kind omhelsde ze hem maar inmiddels had hij al weer spijt van zijn toegefelijkheid.

Kauwend op het stukje fruit wiste hij met een mouw het zweet van zijn voorhoofd en vervloekte de aanhoudende hittegolf.
“Kijk, Aerdenhout, wat een prachtige villa’s, hè”, verzuchte zijn wederhelft.
“Allemaal rijke stinkerds met een zwembad in de tuin waarschijnlijk” en wenste dat hij nu aan de rand van zo’n bad zat met een koud biertje.
“Ik wil daar best wonen”, verzuchtte ze,“elke dag naar het strand”, en keek hem met stralende ogen aan.

Hij had een hekel aan zand.

Nadat hij de auto had geparkeerd op de boulevard liepen ze zwaar bepakt richting de eerste strandtent.
“Ik ga niet verder lopen hoor”, zuchtte hij met de koelbox in zijn ene hand, een parasol onder de arm en twee strandstoeltjes in de andere.
“Veel te heet”.
Ze knikte instemmend en zeulde twee zware tassen de helling af.

Met een demonstratief “hiero!” plantte hij de koelbox in het zand, klapte de stoeltjes uit en stak de parasol in het zand.
Gezeten in het stoeltje dat zijn gewicht amper hield opende hij de koelbox en viste er een koel biertje uit.
“Ik ga gelijk de zee in hoor”, riep zijn vrouw en stroopte haar zomerjurk af waaronder zij haar badpak al had aangetrokken. Ze liep richting golven.
Toen ze terugkwam had hij het warmer dan ooit.
“Je moet echt gaan zwemmen, het is zo heerlijk verkoelend!” drong ze enthousiast aan,
“kijk, ik heb je zwembroek meegenomen”.
“Hoe moet ik die dan aantrekken?” verzuchtte hij.
“Ik houd wel een handdoek op, dat ziet niemand”, en ze trok een groot badlaken uit één van de tassen.
“Je weet dat ik niet graag in een zwembroek loop, laat staan dat ik hier in mijn blote kont op het strand ga staan”, gromde hij maar hij snapte dat hij het ook niet kon maken om weer huiswaarts te keren. Het water lokte en de hitte gaf hem bijna een rolberoerte.

Ze wapperde met zijn zwembroek en hield de grote handdoek voor hem.
“Kom nou maar, niemand die het ziet”.
Gedwee hief hij zijn zware gestalte uit het stoeltje en ontdeed zich van zijn shirt.
“Houd die handdoek goed vast”, gromde hij nerveus.
“Ja, ja, er kijkt helemaal niemand”, giechelde ze.
Hij liet zijn broek zakken en na een argwanende blik om zich heen liet hij ook zijn onderbroek naar beneden glijden.
Bukkend trok hij de zwembroek aan die zijn vrouw hem aanreikte.

Het water was heerlijk verfrissend en al met al werd het een redelijk acceptabele dag maar hij was blij toen ze weer thuis waren.

Na de avondmaaltijd keken ze met een kopje koffie naar het achtuurjournaal. De hittegolf hield heel Nederland in de ban.
“Komkommertijd”, mopperde hij terwijl hij naar beelden van meren met blauwalg, zwembaden en andere verkoelende onderwerpen staarde.

“Hé, kijk, daar waren we vandaag” roept zijn vrouw vol verbazing, “dat is in Zandvoort!”
“Ja, dat is die vlag bij die strandtent waar we zaten”, beaamt hij.
“Hé, dat ben jij!” roept hij verbaasd terwijl hij zijn vrouw in beeld ziet met in haar geheven handen een wapperende handdoek.
“Hé, dat ben jij!”, en met grote ogen kijken ze beiden verschrikt naar de grote witte billen die op het televisiescherm in beeld verschijnen.


Esther Suzanna

Ik schrijf omdat ik het niet laten kan op https://www.facebook.com/esthersuzanna/ en http://suzannaesther.nl/

14 reacties

NicoleS · 18 mei 2016 op 13:16

Schitterend. Ik moest er smakelijk om lachen, Esther.?

Spencer · 18 mei 2016 op 13:38

XXXx

g.van stipdonk · 18 mei 2016 op 13:53

Prachtig.

Lianne · 18 mei 2016 op 15:23

Zeer vermakelijk.
Gelukkig is het komkommertijd en kijkt er toch niemand naar dat achtuurjournaal. 🙂

Meralixe · 18 mei 2016 op 15:24

Gelukkig wist je onderweg richting clou de lezer op een uitstekende wijze bij de les te houden. Dat weet je als schrijver niet altijd. Mooi gedaan! :p

Mien · 18 mei 2016 op 17:34

Bijzondere weersverwachting? Witte billen! 🙂 🙂 🙂
Leuke invulling van de primer!

Snarf · 18 mei 2016 op 18:30

Filmmaker Bert Haanstra maakte ‘Alleman’ over dit soort voorvallen. Jij maakt plaatjes met woorden en dat is absoluut gelukt!

pally · 18 mei 2016 op 22:11

Heel leuk beeld en einde xxxx

Esther Suzanna · 18 mei 2016 op 23:56

🙂

Hans Schoevers · 20 mei 2016 op 10:01

Mooi de spanning opgebouwd. Leuke column.

Bruun · 20 mei 2016 op 12:43

Briljant stuk Esther! En niet te vergeten een mooie invulling van de primer. Hóeveel x-jes kon ik ook alweer geven? 😉

Nachtzuster · 20 mei 2016 op 19:01

Heel erg leuk gedaan! :yes:

Grumpy-old · 21 mei 2016 op 23:55

bedankt voor het leuke filmpje 🙂

Geef een reactie

Avatar plaatshouder