Op de ongelijke bodem van het bos, moet ik echt goed uitkijken. Niets asfalt, geharkte paden, alles puur natuur. Bos zoals bos hoort te zijn.

Toch is het hier anders. Links en rechts, dicht naast het belopen deel maar ook verder weg, zijn heuveltjes. Op sommige liggen verwelkte bloemen, een brandend waxinelichtje in een houder. Op andere heuveltjes een houten naambordje. Weer op andere in verschillende groentinten bodembedekking met o.a. sterrenbos, klimop, een siergrasje en nog wat spul.

Het is stil. De blaadjes ritselen en ik hoor mezelf lopen, ik praat niet hardop tegen mezelf. Het is hier prachtig; en ook weer niet. Ineens hoor ik het geluid van een draaiende motor. Een gaafmachine doet zijn werk. Hij graaft een gat van wel twee meter diep. Niet erg groot, maar de berg afgegraven grond groeit gestaag. Weer verdriet, denk ik dan. Weer afscheid van een geliefde. Tien jaar geleden waren wij hier ook, samen met tweehonderd anderen.

Onvoorstelbaar, zowel het feit als het ongeloof dat een jong mens van amper dertig jaar zo ziek was ervoor koos om niet meer verder te leven.

Onvoorstelbaar dat, wanneer je fysiek ziek bent, acuut alles in het werk wordt gesteld om een helende therapie te vinden.

Maar; wanneer je psychisch ziek bent? ‘Kom over drie maanden maar terug, dan hebben we een uur tijd voor een intake.’ De kans is reëel dat die drie maanden niet gehaald worden.

Het blijft verdrietig, hoewel de pijn anders is dan in het begin. Het gemis blijft, de herinneringen blijven, de tranen blijven.

Na de bijeenkomst zaten we samen op een onbewerkt, nieuw houten bankje. Het gebouwtje was gesloten, helaas geen koffie. Ik zat op een bankje en ik keek uit over een akkerland met behoorlijk hoge mais. De akkers en de rand van het bos liepen naadloos, zonder prikkeldraadversperring in elkaar over en ik verwachtte ieder moment een reetje te zien. Niets.

Na een tijdje stond ik op, mijn nieuwe linnen zomerjurk plakte aan het bankje. Thuis zag ik wat het was. Natuurlijke hars uit het bankje was in mijn jurk getrokken. Het blijft puur natuur.


Suma

Een oud-docent Gezondheidskunde en Huishoudkunde, Mbo scholen, maar helaas nu in de WAO. Mijn hobby is: schrijven, ik werk aan drie manussen tegelijk. Af en toe een gedicht er tussendoor, heerlijk. Als ik maar op een stoel kan zitten, mijn vingers nog kan gebruiken, blijft mijn hoofd wel werken.

6 reacties

troubadour · 13 augustus 2015 op 12:24

Mooi Suma! Op alle aspecten. Het is waar, ik slik ook van alles voor het fysiek en nooit eens iets voor de psyche. Alleen alcohol.
Leuk, het einde, het reetje, die hars, een dikke rode draad en toch oog voor een alledaags detail. Ik sluit niet uit dat ook je bil en het jurkje daar even verkleefden, bij het opstaan.

Kim U. · 13 augustus 2015 op 14:46

Verdrietig, maar mooi gedetailleerd beschreven!

Meralixe · 13 augustus 2015 op 16:20

‘Het is hier prachtig; en ook weer niet.’
Tom Waits begeleid me met ‘Jersey Girl’ terwijl ik andermaal deze column lees. Het mooie, het uitzonderlijke aan een column kan zijn dat hij na een tweede en een derde keer lezen steeds mooier en mooier wordt. Dit is er zo eentje. :yes:

Dat van die gaafmachine is u bij deze vergeven. Ik denk, maar hier kan IK mis zijn, ik denk ook dat ZIJ haar werk doet maar dat horen we straks wel van de echte muggenzifters onder ons. :laugh:

Mien · 13 augustus 2015 op 17:29

De weemoed die doorklinkt in de column wordt doorbroken door de twee bankjes. Of was het een bankje? Verwarring alom. Het verdriet klinkt door.

Esther Suzanna · 13 augustus 2015 op 20:04

Het is idd een stukje dat ik twee keer heb gelezen. Drie keer zelfs.

De beschrijving van de sfeer is qua natuur sterk maar ik mis emotie. Zo een heftig gegeven lijkt wel toegedekt door de details.

Bewust gedaan is het prachtig. Als column inhoudelijk vind ik het vluchtig. Je snijdt iets aan wat raakt maar net niet genoeg wat mij betreft. De pijn en de onmacht. Misschien persoonlijk want in mijn leven veel met ‘het niet genoemde’ te maken gehad. Je schrijven is mooi.

Ferrara · 13 augustus 2015 op 22:05

De laatste zin doet afbreuk aan de sfeer, hoewel ik hem, gelinkt aan de titel, wel begrijp.

Geef een antwoord