‘Met Van Beuningen,’ zegt Arnold kortaf, als hij de telefoon opneemt. Hij zit achter in de zwarte BMW de stukken voor het debat van de volgende dag door te nemen.
‘Is deze verbinding veilig?’
De beller hoeft geen naam te zeggen, Arnold herkent de stem onmiddellijk. Laag en warm, dwingend en intens. Als je die stem eenmaal gehoord hebt, zit die voor altijd in je systeem. Arnold richt zich op en drukt op het knopje om het scherm omhoog te doen. Hij zet zijn leesbril af en ziet hoe de chauffeur verbaasd in de spiegel kijkt. Het gebeurt zelden dat hij deze privacymaatregel neemt in de beslotenheid van de dienstauto. Hij vertrouwt zijn chauffeur. Maar dan wel tot op zekere hoogte.
‘Wat denk je zelf, je belt de minister van defensie,’ zegt hij geïrriteerd.
‘Okay, we hebben een probleem.’
‘Wat voor probleem?’
‘De behandeling van je vriend lijkt niet volledig geslaagd te zijn.’
‘Hoe bedoel je, niet volledig geslaagd?’
‘De patiënt lijkt niet volledig gereset te zijn.’
Arnold voelt een lichte paniek opkomen. Hij staart naar de glazen wand, zonder die te zien. Het beeld van Peter van Zanten dringt zich aan hem op. Zoals hij voor hem stond, enkele uren voor het ongeluk dat hem uiteindelijk in Zomerpark deed belanden. Hij zag er oud en gekweld uit. Je zou niet zeggen dat hij twee jaar jonger was, twee klassen lager zat. Peter was vastbesloten, er was geen weg terug geweest.
‘Ik heb jou hiervoor betaald, het is jouw probleem, je regelt het maar,’ blaft Arnold uiteindelijk tegen de telefoon. Meteen daarna verbreekt hij de verbinding en gooit de telefoon naast zich op de achterbank. Hij vloekt en slaat met zijn vlakke hand tegen de scheidingswand. Een lichte slingering van de auto is de enige merkbare reactie van zijn chauffeur.
Dit kan niet waar zijn, dit mag niet gebeuren, niet nu. Niet nu hij in de race is om partijleider te worden. Het zou het doodvonnis betekenen voor zijn carrière. Hij zou een paria worden in Den Haag en ook voor elke internationale positie uitgesloten worden.

Het is al meer dan veertig jaar geleden. Waarom zou hij nu nog moeten boeten voor een fout die hij maakte toen hij een tiener was? Volledig zinloos. Nee, het had niet mogen gebeuren. Maar het was nou eenmaal gebeurd. Streep er door en klaar.
Waarom kon Peter het niet simpelweg laten rusten? Zelfs Brigit kon het laten rusten.
Arnold sloeg zijn ogen op en keek naar buiten. Misschien moest hij toch zelf actie ondernemen.
Hij pakte zijn telefoon en drukte op een paar knoppen. Binnen enkele seconden had hij verbinding.
‘Ik heb er nog een voor je. Vrouw, vijfenvijftig jaar. Ik stuur je haar naam en adresgegevens.’
‘Je weet de prijs?’
‘Ja.’
‘Okay.’
‘Regel het dit keer wel goed. Ik wil over een paar maanden niet weer zo’n telefoontje van je.’
‘Vanzelfsprekend.’
‘En vergeet niet dat andere probleem ook nog op te lossen.’


Lianne

Ik ben een enthousiast schrijfster van fictie. Voel me nog beginnend, schrijf korte verhalen in allerlei genres, maar altijd met aandacht voor de mens achter het verhaal. liannehartman.wordpress.com

7 reacties

Thomas Splinter · 31 juli 2018 op 22:21

Het blijft boeien, de moeite waard om te volgen. Knap voor een vervolgverhaal dat zo lang door blijft gaan op Columnx.

Lianne · 1 augustus 2018 op 12:59

Top dat je nog meeleest, Thomas, en gaaf dat je het boeiend vindt.

Mien · 2 augustus 2018 op 23:28

Gefeliciteerd met de Column van de Maand. Zeg maar nee, krijg je er twee. 😉

G.van Stipdonk · 3 augustus 2018 op 17:17

Van harte, voor deze terechte ‘dubbel’. En zoals ze hier zeggen: “Goa dúr!”

Lianne · 4 augustus 2018 op 12:51

Wow, echt heel gaaf om een maand samen op de voorpagina te staan. Zoals ik ergens anders ook al zei: ‘En het is toch al zo leuk om aan Reset te schrijven.’
Het voelt echt elke keer als een feestje, zo ontzettend gaaf dat hier te mogen delen.

Geef een reactie