‘Ik wil niet naar bed, het is pas middag!’ roep ik terwijl een zuster me onder mijn armen uit de rolstoel trekt en alsof ik niks weeg op het hoge bed neerzet. De vrouw heeft enorme borsten waar ze me tegenaan drukt, zodat ik de vering voel. Mijn wangen kleuren rood, het is ongemakkelijk; zo dicht tegen een wildvreemde vrouw aan.
Ze heeft een mooi gezicht, ondeugend. ‘Meneer van Zanten, u heeft een kalmerend middel gekregen, en het is beter als u nu even gaat rusten.’
‘Ik wil niet rusten! Ik wil hier weg…’ zeg ik, maar mijn woorden vormen zich met moeite. Van binnen raast het, maar mijn lichaam voelt slap en weerloos.
De grote vrouw legt me behendig in bed, dekt me toe en even ben ik als de dood dat ze me als een kleuter ‘welterusten’ gaat wensen.
Ze schuift de spuuglelijke gordijnen dicht, en loopt naar de deur. Door het licht in de gang lijkt haar silhouet reusachtig, en ondanks het halfduister in de kamer zie ik haar ogen glinsteren; alsof ze hiervan geniet. ‘U voelt zich straks stukken beter, meneer van Zanten,’ zegt ze op een eigenaardige toon, en trekt de deur achter zich dicht.

Blijkbaar ben ik toch in slaap gevallen, want als ik mijn ogen open is het aardedonker in de kamer. Ik heb geen idee hoe laat het is. Mijn brein draait gelijk op volle toeren. De paniek, de totale waanzin van de situatie dringt meedogenloos binnen, en ik schiet overeind in bed. Ik moet heel nodig plassen, en ik heb honger. Voorzichtig zwaai ik mijn benen uit bed, en probeer niet op mijn linkerbeen te staan. Geen idee wat daarmee aan de hand is. Leunend op het bed, en wankelend op één been tast ik naar de rolstoel. Waar is dat ding? Ik schuifel verder, nog steeds één hand op het bed. Richting voeteneind voel ik metaal, en leer, en opgelucht trek ik de stoel naar me toe. Eén wiel rijdt over mijn rechtertvoet, en ik vervloek hartgrondig deze achterlijke toestand. Als ik zit, besef ik dat ik niet eens weet hoe ik met zo’n stoel moet omgaan. Zo moeilijk kan dat niet zijn, spreek ik mezelf bemoedigend toe, en tast naar een hendel die de wielen blokkeert. Ik moet nu écht heel nodig, ik voel een zweetdruppel langs mijn slaap lopen. Zo goed en kwaad als het gaat grijp ik naar de stangen die de wielen doen draaien, en manoeuvreer mezelf richting de deur. Wat nu? Hoe krijg ik die deur open? Ik sta ervoor..
Ik kan natuurlijk ook gewoon iemand roepen, maar mijn instinct vertelt me dat het niet wijs is. Er klopt hier iets niet.
Op de tast grijp ik naar de deurhendel, en duw mezelf met stoel en al opzij terwijl ik de deur een kier open. Met mijn rechtervoet, die het god zij dank gewoon nog doet, geef ik de deur een schop, en door een fikse draai aan de wielen sta ik in de gang. Oké Peet, missie één: pissen, missie twee: voedsel, missie drie: op onderzoek.

Ik rol mezelf moeizaam door de gang, en speur naar een toilet. Drie deuren verder zie ik het symbool van een rolstoel. De hendel zit laag, en ik herhaal mijn behendige ‘open deur’ truuk van daarnet. Er is genoeg ruimte, en overal zitten steunen en handgrepen aan de wand. Na wat gestuntel met mijn broek hijs ik mezelf uit de stoel, op de pot. Normaal zit ik nooit, maar op één been pissen lijkt me nu niet wijs. Mijn hoofd voelt wattig. Waarschijnlijk de nawerking van het verdovende middel, of misschien van de honger. Opgelucht leeg ik mijn blaas. Mijn broek naar beneden doen ging gemakkelijker dan weer omhoog, en als ik me weer in de rolstoel hijs, zit mijn onderbroek opeen gepropt rond mijn bovenbenen. Wat een gekloot!
Weer in de gang rol ik mezelf verder, en bedenk dat ik straks mijn kamer niet eens meer terug kan vinden. Wat een doolhof. Mijn maag maakt inmiddels een rommelend geluid van de honger. Een fikse hamburger zou ik wel lusten, maar ik besef dat ik die hier niet ga vinden. Een klok aan de wand vertelt me dat het drie uur ’s nachts is. Iedereen slaapt. Waarom is er geen nachtzuster?


Esther Suzanna

Ik schrijf omdat ik het niet laten kan op https://www.facebook.com/esthersuzanna/ en http://suzannaesther.nl/

4 reacties

Nummer 22 · 2 juli 2018 op 12:49

Mooi, heel mooi vervolg.. Tsja, waarom is er geen nachtzuster? ik vermoed…. plassen

Arta · 2 juli 2018 op 19:58

Heel mooi geschreven, dit deel!
De beschrijving van de verpleegster is zó beeldend dat ik haar zie!

Geef een reactie