Hier had ik niet op gerekend. Ik zit in de kamer met gebak op mijn schoot, twee vriendinnen van Nienke zijn op koffiebezoek en één van hen heeft een baby meegenomen. Dat ik om elf uur ’s ochtends visite op de koffie heb is al behoorlijk wennen, mijn visite komt meestal ’s avonds en rookt een blow en drinkt bier, maar dat er behalve twee vrouwen ook een klein wezen is meegekomen, dat had ik helemaal niet verwacht. Tenminste, ik had mijn vriendin de avond ervoor wel iets horen mompelen over een baby, waarop ik had geknikt en verder ging met lezen, maar dat er ook daadwerkelijk een baby op mijn bank zou zitten, die connectie had ik niet gelegd. Een baby. Op mijn bank.
Ik probeer er zo min mogelijk naar te kijken als ik mijn gebak eet maar merk dat het weinig helpt. Hij blijft aanwezig. En naarmate ik steeds meer besef dat hij voorlopig nog niet weg gaat des te groter wordt de paniek.
Want wat als ie zodirekt gaat huilen? Of erger, als de vriendin van Nienke opeens haar borst uit haar blouse lepelt en haar zoontje aan haar tepel zet, wat dan? Zullen ze het raar vinden als ik heel snel de kamer uit ren?
Voorlopig besluit ik me echter te richten op het eten van mijn tompouche zolang er nog niets aan de hand is. Hap afvorken, prikken, in mijn mond. Hap afvorken, prikken, in mijn mond. Kauwen.
Maar wat is dat, wat hoor ik? Het zal toch niet waar zijn! Ja hoor! Hij gaat huilen! Hij huilt! Waarom huilt hij? Waarom doet hij dat? Wat is er aan de hand, wat wil hij? Angstig kijk ik naar het kind. Zou hij soms een stukje van mijn tompouche willen?
Ik geloof dat ik dat ook hardop heb gevraagd want zijn moeder antwoordt me met een onderdrukte lach dat hij geen honger heeft en dat ze niet weet waarom hij huilt.
Waarom weet ze dat niet? Ze is toch zijn moeder? Dat hoort ze toch te weten?
Is zijn luier misschien vies? Probeer ik voorzichtig. Drie paar vrouwenogen kijken mij vol medelijden aan.
Weet je zeker dat hij geen honger heeft? Probeer ik nogmaals.
Ditmaal negeren ze me.
Hij heeft honger. Ik weet het zeker. Wat weten die vrouwen er nou van. Ik weet wel wat je hebt hoor, kleine man, je ziet ons vieren een roze ding in onze mond proppen, er genietend bij kijken en je blijft een man, hoe klein ook, en die hebben altijd honger.
Wijselijk houd ik mijn mond.
Ik sta op en ga naar de kamer ernaast die grotendeels nog geverfd moet worden en neem een kwast in mijn handen.
Op een of andere manier lukt het mij alleen mij niet te concentreren en heb ik geen flauw idee waar ik moet beginnen. Moet ik daar beginnen. Of daar? Of daar? En waarom blijft de baby huilen?
Pas als de vriendinnen van Nienke hebben besloten hun dag te vervolgen kom ik weer bij mijn positieven en weet ik weer wat ik moet doen, en ik duw mijn kwast tegen de muur. Ondertussen hopend dat deze ochtend een uitzondering was en geen regel gaat vormen. Want dat kan ik nog niet aan.

Eppo Ford


8 reacties

Ma3anne · 31 juli 2004 op 19:02

Ik lig dubbel bij deze column. Geweldige schrijfstijl die het voor mij als vrouw mogelijk maakt, dit mannelijke gevoel eens helemaal te doorleven. :laugh:

Ik zie er de paniekblik van mijn drie-en-twintigjarige zoon bij als zijn iets jongere zus vraagt: “Hee, wanneer word ik nou eens tante?” En zijn steevaste antwoord: “Je denkt toch niet dat ik zo’n mormel in mijn huis wil! Reken er maar niet op dat ik je ooit tante maak.”

Kees Schilder · 31 juli 2004 op 19:16

Geweldig beschreven

Bakema_NL · 31 juli 2004 op 20:16

Geinige column. Maar ik snap niet dat mensen (zowel mannen als vrouwen) zonder kind(eren) er zo angstig en moeilijk over doen, helemaal over het huilen. Dat deed ik zelf trouwens ook niet voordat ik vader werd, echt nooit wat van begrepen.
Helemaal geweldig zijn die mensen die, meestal nog op wat jonge leeftijd, iedereen maar vertellen dat ze nooit maar dan ook nooooooooiiittt, kinderen zullen nemen etc. blablabla. En dan zie je ze een aantal jaartjes verder en lopen ze vaak achter de kinderwagen.
Mijn eigen broer, altijd al een apart geval, gaat zelfs zo ver dat er in zijn huis (en van zijn vriendin, waar hij net mee samenwoont nu) geen kinderen gewenst zijn. Dus als ik op bezoek wil komen dient dat zonder kind te geschieden. Dat, of helemaal niet, kan hij ook begrijpen. Wat hij niet wil begrijpen is dat mensen het wat raar en extreem vinden en dus inderdaad wegblijven, dan maar niet. Dat je geen kinderen wilt ok, maar overdrijven is ook een vak.

pepe · 31 juli 2004 op 21:09

😛 😛 😛
Al klaar met verven? Heerlijk gelachen bij het lezen van deze column.
Mannen en baby’s 😉

Dees · 31 juli 2004 op 23:21

Hahaha, heel erg leuk.

Herkenbaar ook.

Louise · 1 augustus 2004 op 09:08

De paniek die ontstaat als er onverwacht een baby in je nabijheid is. Ik ken het gevoel totaal niet, maar je hebt het uitstekend overgebracht!

Mup · 1 augustus 2004 op 10:51

De paniek is bij me omgeslagen in berusting. omdat ik nu weet dat als er iemand met een baby komt, hij ook weer weg gaat:-)

Leuke column, groet Mup.

sally · 1 augustus 2004 op 14:16

Ik dacht even dat je zou gaan eindigen met het bericht dat je de babykamer aan het verven was.
En dat het dus de paniek van een as. vader was.
maar niet dus.
gelukkig voor jou.
want je bent er duidelijk nog niet aan toe. Een man nooit denk ik. Totdat het er is. Ik heb ook al menig man zien smelten( na jaren lang stoere praat )als ze hun eigen kind in de arm houden.
leuke column
Sally

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder