Met een ferme zwaai smijt de verkoper de kooien op de handkar naast de kraam. Vloekend draait hij zich om. Op de grond staat de laatste. “Moet ik jou nou nog een keer mee naar huis nemen”. Hij geeft de gammele kooi een rotschop. De hond jankt. De kooi rolt een paar keer over de kop, komt met klap tegen de kar tot stilstand en breekt open. In een oogwenk wurmt het magere dier zich vrij en rent zo snel als de wind met zijn staart tussen zijn poten ervandoor. “Ren maar”, bromt de man hem na. “Er is toch niemand die zo’n scharminkel wil. Geen vlees om van te eten, geen vet om van te braden”. Aguta versnelt zijn pas en schopt met zijn blote voet steentjes van het pad. een stofwolkje blijft achter. Hij wacht tot zijn vriend weer naast hem loopt en zegt: “Ik heb helemaal niets meer man. Echt, geen cent” en hij trekt zijn broekzakken helemaal naar buiten. “Ik ook niet” zegt Danzuma, “en als de droogte nog een paar weken langer duurt, dan raakt de maïs en het water ook op. We moeten toch iets kunnen doen”? “Ja, maar wat, Danzuma? we kunnen amper lezen, schrijven of rekenen dus verderop in de stad zitten ze ook niet met baantjes op ons te wachten”. Danzuma klopt met zijn handen op zijn bezwete, zwarte lijf. We zijn jong en sterk, we moeten toch hier ook werk kunnen vinden.

Langs de kant, in het stof, ligt een hond. Zijn lijf schokt en met zijn tong ver naar buiten haalt het dier hijgend adem. Als hij de jongens ziet, richt hij zich wankelend op en met trillende voorpootjes sleept zich naar het midden van het pad. “Help… help… me alstublieft”, mompelt de hond… “Geef me… wat water en… misschien… wat eten… ik sterf”. De jongens kijken elkaar aan en lachend zegt Danzuma tegen de hond: “Waarom zouden we jou helpen? jij bent maar een hond”. “Maar… fluistert het dier… ben ik dan niet… net als jullie… ook… een schepsel van God”? “Er zijn zoveel honden”, zegt Aguta “en straks komen die allemaal om hulp vragen, daar kunnen we echt niet aan beginnen”. “ Ik… “ hijgt de hond… ik vraag je niet… om alle… honden te helpen… help mij”. De jongens kijken elkaar aan en schouderophalend sjokken ze bij de hond vandaan.

Een half uur later, als ze het voorval allang vergeten zijn, passeren ze een uit witte baksteen opgetrokken villa. De tuin is ommuurd, maar de dubbele poort staat wagenwijd open. Naast het huis staan op metershoge poten drie enorme waterreservoirs. Voor het huis houdt een sproeiinstallatie met zwaaiende bewegingen het gazon fris en groen. In het midden van het gazon ligt een oprijlaan van wit grind dat aan beide zijden geflankeerd wordt door een rij mangobomen. Op de veranda zit een blanke man in een rotan stoel. Zijn handen rusten op zijn dikke buik. Aguta stoot zijn vriend aan. “Hier, hier is vast werk. Tuin bijhouden, het huis. Hij heeft vast een auto. Die moet gewassen worden. Misschien kan hij een nachtwaker gebruiken”. “Ja, man, kom op, we gaan het vragen”. Onderdanig lopen ze over het grindpad naar de veranda. De witte man kijkt op. “Wat moet je”, zegt de man knorrig. “Misschien”, begint Aguta. “Wij dachten, misschien heeft u werk voor ons. Het huis, de tuin. We hebben geld nodig en zoeken werk. We zijn sterk en gezond”. “En we kunnen hard werken” valt Danzuma bij. “Geef ons werk, help ons alstublieft”. De man kijkt de twee halfnaakte jonge mannen aan. “Waarom zou ik jullie helpen, jullie zijn maar twee arme zwarten. En als ik jullie werk geef komt straks het hele dorp hier. Daar kan ik echt niet aan beginnen”.

Een paar kilometer terug zakt een hond trillend door zijn poten. Midden op de weg blijft hij doodstil liggen. Zijn tong uit zijn bek, hij hijgt niet meer.

Categorieën: Algemeen

16 reacties

LouisP · 28 mei 2011 op 17:15

Bij de 1ste alinea was ik al voorbereid op een heel triestig verhaal, met dierenleed en zo.
Een mooi verhaal, opvallende details, daardoor had ik ook een meer pakkend einde verwacht. Het lijkt me dat ik al meer verhalen heb gelezen met ongeveer dezelfde euh..boodschap

SIMBA · 28 mei 2011 op 17:28

Zo! Lagarto is terug!
Mooi geschreven, kan zo in de Bijbel!

pepe · 28 mei 2011 op 17:40

Hmmm, smaakt goed, deze zinnen. Ghana?

arta · 28 mei 2011 op 18:15

Lagarto, wát een mooi opgebouwd verhaal.
Goed geschreven, goed je weer te lezen!
😀

Frans · 28 mei 2011 op 23:27

Snap het niet echt. Is het lot van de jongens terecht omdat zij de hond aan zijn lot hebben overgelaten of wil je zeggen dat we dieren nog slechter behandelen dan mensen en dat we ons daar voor moeten schamen of is het de hondenhandelaar die niet goed op zijn spullen heeft gepast?
Worden de armen alleen beloond met rijkdom als ze van hun schamele bezittingen het eten en het water uit hun mond sparen om een nog armer schepsel te redden, maar dan had de rijke ze daar op aan moeten spreken. Die had ze dan voor een grijpstuiver de hond moeten laten halen. Om het dier vervolgens in de watten te leggen.
Of sterker nog. De hond had gewoon bij de verkoper moeten blijven en zich in zijn lot moeten schikken. Maar ja, dan had je helemaal geen verhaal gehad.

sylvia1 · 29 mei 2011 op 07:36

De column leest heel makkelijk, is zeker goed geschreven, maar laat zich moeilijk plaatsen. Ik twijfel of dit gewoon echt het moralistische verhaal is dat het lijkt te zijn, of toch anders gelezen moet worden…

lagarto · 29 mei 2011 op 10:15

Okee… ik begrijp jullie vragen en kritiek. Het is geschreven op basis van iets dat ik zelf meemaakte. Ik heb het iets veranderd en daarmee is misschien wat ik werkelijk wilde zeggen verloren gegaan.

Ik was vorige maand in het noorden van Ghana. De mensen zijn daar over het algemeen zeer arm en gelovig. Een aantal jonge mannen vroeg mij om vanuit nederland mensen aan te sporen Ghana te steunen en geld te geven. Niet veel later zag ik een stervende hond in een put. Ik haalde het arme dier eruit en begon het te verzorgen. Zij lachten mij uit. Ik vroeg hen waarom. Omdat het maar een hond is zeiden ze.
Zij noemen zich christelijk, vragen mij om hulp, maar als een medeschepsel op hun pad hulp nodig heeft, vinden ze die te min. Dat irriteerde mij enorm.

Fem · 29 mei 2011 op 10:55

Voor mij was de boodschap eigenlijk wel duidelijk. Alles is relatief, ook leed en armoede…

DreamOn · 29 mei 2011 op 15:14

Fijn, dat je weer terug bent! En blijkbaar vol met verhalen.

Dit verhaal lijkt wel de moderne versie van de Barmhartige Sameritaan uit de bijbel.
😉

Mien · 29 mei 2011 op 17:14

Een column met veel Zen, daar houd ik wel van.
Graag gelezen.

Mien

lagarto · 29 mei 2011 op 19:57

Ja Niels, dat vond ik nou zelf ook wel een beetje, eigenlijk 😆

Mup · 30 mei 2011 op 13:42

Het gebeurd, overal. En wat nog erger is, kom je het vaker in je omgeving tegen, ga je er nog bijna aan wennen ook,

Groet Mup

DACS1973 · 30 mei 2011 op 14:12

Niels? :eh:

DreamOn · 30 mei 2011 op 16:53

DACS1973: dat ben ik. 😉

DACS1973 · 30 mei 2011 op 21:28

O ja, logisch…

DreamOn · 30 mei 2011 op 23:08

DACS: kijk maar in mijn profiel. Mijn achternaam is ‘Nielsen’. Vandaar dat Niek mij Niels noemt. Tja… :lach:

Geef een antwoord