Mijn gedachten werden ruw onderbroken doordat Lies voorover op haar handen en knieën viel. De schrik was groter dan de pijn en ze vertrok haar gezicht tot een grimas. Klaar voor de schrikjank. Die komt bij de meeste kinderen in drieën op gang. Eerst een klein kermpje en dan heel diep adem halen voor de sirene die daarop volgt. En na het tweede intermezzo volgt dan de climax, waarna ze ontreddert, oneindig lang alle troost opeisen. Vooraf mee gaan huilen doorbrak die cyclus meestal bij Lies, maar daar trapte ze dit keer mooi niet in. Pas voor onze voordeur stokte haar toneelvoorstelling, omdat ze door de glazen deur heen haar nieuwe step in de gang zag staan. Ze duwde zich door de half opengeslagen deur, pakte haar step en wurmde zich ermee een weg naar buiten alsof Debby en ik er niet stonden. ‘Doei’, zei ze vrolijk, terwijl ze weg spurtte.

Debby liet de ontsnapping aan zich voorbij gaan. Met de camera nog aan haar gezicht gelijmd, liep ze rechtstreeks door naar de computer. Na wat stilte en twee scheldwoorden had ze oma in vol ornaat op het beeldscherm opgebaard staan. ‘Hoe krijg ik deze foto als bureaubladachtergrond?’ Vroeg ze mij in alle ernst.
‘Door dat heel graag te willen,’ antwoordde ik haar gekscherend, wijzend naar mijn voorhoofd. Maar de humor ontging haar. Met een paar muisklikken veranderde ik op aandringend verzoek ons bureaubladachtergrond, zodat vanaf dat moment oma in beeld verscheen wanneer de computer opgestart was.

Ook bij de plechtigheid van oma stond diezelfde foto schuin voor de kist opgesteld. Iedereen zou kiezen voor een leuke, levendige foto van de overledene. Niet mijn Debsel. En er was niemand in de familie die vooraf bezwaar op die keuze had gemaakt. Dus stonden er op het podium een dichte en een open kistversie van oma tentoongesteld.
Ik liet de ceremonie tot en met de tweede spreker gelaten passeren. Daarna zou Liesje volgens het door Debby opgestelde scenario wat voor oma zeggen. En ik zou met de kleine meid meelopen om haar ter hoogte van de microfoon te tillen.

Opvallend was dat alle ‘leuke’ herinneringen van de eerste twee sprekers bestonden uit voorvallen vanaf de periode dat oma begon met dementeren. Zo volgde de ene pijnlijke anekdote op de andere. ‘Oma kon zo leuk fikkie stoken’, wist de eerste te vertellen. Op het oog had de spreker oma verpleegd. Hij had een vreemde vlek op zijn voorhoofd dat leek op een slecht genezen brandwond. Ook de tweede spreker, een man van achter in de tachtig, maakte van oma een rariteitenkabinet. Hij sprak ondermeer over hoe ze de laatste jaren door haar ziekte steeds creatiever omging met tuinafval. Ik schatte hem in als de buurman van oma en ik hoopte stiekem dat ze zoveel mogelijk rottend groen over zijn heg had gelazerd.

Met de slotwoorden ‘Bedankt voor alles Stella’, sloot de tweede spreker zijn memorandum af. Er klonk iets van gif uit zijn dankwoord. Geen van beide heren herinnerden hun publiek er aan dat oma ooit een evenzo mooie vrouw moet zijn geweest als mijn Debby. Beide norse genodigden bleken volledig wars van positivisme.

Na het Ave Maria was het de beurt aan Lies. Nadat ik haar hand had gepakt, liet ze zich soepel voorover van haar stoel glijden. Samen liepen we naar de katheder, voorlangs de kist en de foto van de kist voor de kist. Eenmaal omhoog hing ze als een door mij bestuurde buikspreekpop met haar armen iets gespreid voorover op de kansel. Dat moet er van voren hebben uitgezien als een volleerd docente van amper 4 jaren oud. Ze had echter nog geen idee hoe het daar van boven uitzag en na een stilte, fluisterde ik haar een eerste zin toe. Alsof ik haar schakelaar had gevonden begon ze met praten.

‘Omi is in de hemel bij de engeltjes,’ zei ze. ‘Ze komt nooit meer op mijn verjaardag. Dat vind ik heel jammer. Omi gaf mij altijd snoepjes. En ze maakte heel veel grapjes. Ik ga omi heel erg missen en mama zegt dat ik haar weer ga zien in de wolken. Maar dat duurt nog heel lang, zegt mamma.’

Lies hield op met spreken zoals ze begon. Ineens en resoluut. Langzaam zette ik haar weer neer op de grond. Met een kort sprintje rende ze naar de kist van omi. Ze graaide uit de voorzak van haar jurkje een stuk papier dat ze na ontvouwen op de kist van oma legde. Het was een pagina met daarop een lachend konijn die ze uit haar lievelingssprookje had gescheurd.

In de rij voor het condoleren van de familie stond ik tussen Debby en haar broer in. Vanuit een half afgedekte hand liet hij mij zijn nieuwe aanwinst zien. Een mobiele telefoon van het merk HTC. ‘Het is het laatste type Desire’, beloofde hij mij opgetogen. ‘Mijn vader heeft ook een nieuwe, maar dat is geen Android.’
‘Zo!?’ beantwoordde ik zijn immer materiële benadering van het leven. ‘Dan heb je daar vast ook al het nieuwe telefoonnummer van oma instaan, niet?’ Maar ook hij stond niet open voor mijn cynisme. Trots toonde hij mij zijn vers geschoten foto’s van de kist. ‘Acht megapixel-camera’, siste hij zachtjes, gevolgd door een knipoog.

Wanneer de hele familie deze materiële afwijking nou eens niet had gehad, dan was oma nog in leven, bedacht ik mij. Opa had die hogedrukreiniger nooit hoeven aan te schaffen. Ten tijde van de aankoop woonde hij met oma immers nog twee hoog achter, opgesloten in een portiekwoning. Zonder vloertegels of asfalt.


8 reacties

Pierken · 23 oktober 2012 op 08:42

‘Oma kon zo leuk fikkie stoken’ moest zijn; ‘ Mevrouw Verhoeven kon zo leuk fikkie stoken’.

Fem · 23 oktober 2012 op 09:57

Ik vind ze steeds mooier worden Pierken! Het tragische en absurde van het verhaal, lopen mooi in elkaar over.

Enne… Oma of mevrouw, deze dame verdient respect!

Pierken · 23 oktober 2012 op 13:10

Dikke dank, Fem!

Sagita · 23 oktober 2012 op 18:01

Oma 1 en 2 achter elkaar gelezen. Pierken heerlijk om te lezen met humor en prachtige details!
Groet Sa!

pally · 23 oktober 2012 op 22:12

Smakelijk beschreven weer, Pierken, Vooral de analyse van hoe kinderen huilen! 😆
Maar ook wat triestheid laat je voelen, die vlak onder de humor ligt.

groet van pally

Ferrara · 23 oktober 2012 op 23:36

Lies steelt dit keer de show, als buikspreekpop (zag het voor me) en als actrice in het aandikken van kleindrama, daar zijn ze goed in die kleine dames.
Weer met plezier gelezen.

Mijn kleindochter (toen 4) trok ooit eens met haar beentje omdat ze een zere vinger had.

Meralixe · 24 oktober 2012 op 11:12

Het zal dan toch nog goed komen, dat schrijven van jou. Over gans de lijn gezien denk ik dat het verder oefenen en het verfijnen van de eigen stijl perspectieven opend. De lezer over uw schouder laten meekijken naar de (dood) gewone dingen des levens maar hem meteen verplichten om te kijken zoals jij kijkt is een zeer sterk punt dat u uitzonderlijk goed beheerst.

WritersBlocq · 24 oktober 2012 op 18:04

Erg leuk stukje dit, en ook ontroerend. De buikspreekpop vind ik een gave vondst!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder