Dit is een co-column van Rob Mientjes en Kees Schilder. Ingezet door Rob Mientjes en afgemaakt door Kees Schilder

Sporttrauma

Wat hebben sport en trauma’s gemeen? Jeugdervaring, Ehrgeist, letsel, dokter, seks, snelle auto, scoren etc… Meer dan je denkt dus. Wie herkent het niet …? Wachtend in de rij om gekozen te worden, wetend dat je te dik, te traag, te lelijk, niet populair … en verschrikkelijk zenuwachtig bent om als laatste, of erger, niet gekozen te worden in een team tijdens de gymles. Trauma en sport, dat begint al op jonge leeftijd, soms bij de geboorte al. Wie kent het lied niet van ‘good old’ Johnny Cash, ‘A boy named Sue’. Ik bedoel maar. Als je door je vader als gezonde knul, Truus of Mien wordt genoemd, dan krijg je toch een hoop emoties te verwerken en kun je behoorlijk getraumatiseerd raken. Tenzij je een behoorlijk portie Ehrgeist hebt en er een sport van maakt je vader als een wild dier op en achterna te jagen vanwege deze wel erg onhandige naamgeving. Waarmee tevens de naam jachtsport een heel andere betekenis krijgt en rechtvaardigt dat je wel degelijk stom wild aan zijn lurven mag trekken, al of niet door er honden op los te laten (wat een hondensport die jachtsport!).

Vervolgens kun je gelijk naar de dokter, want die pa bleek toch wel harder te slaan dan je vermoedde. Met dank aan de boksport loop je net geen hersentrauma op maar wel een kaakfractuur en hospitaliseren is dan het credo. Waarmee je al op jonge leeftijd ontdekt dat een sportarts, die vroeger je ballen al eens mangelde na een misplaatst geslagen hockeybal, een watje is vergeleken bij een kaakchirurg.

Zwemles op de lagere school (om het niet zo minnetjes te laten klinken hebben ze de lagere school nu basisgroep genoemd) is ook zo’n voedingsbodem voor trauma’s. Het is een hele sport om het te kleine handdoekje voor je nog te kleine piemeltje te houden, om te voorkomen dat het grote meisje met ontluikende borstjes naast je niet in een stuit valt van het lachen (althans denk je!). Je bent nog immers te jong om in gescheiden kleedruimtes te vertoeven. Wat dan wel plots heel interessant wordt. Te klein om over en te groot om onder het deurtje te kijken. Sport en seks ontmoeten elkaar hier voor het eerst. [rm]

En tegelijkertijd niet voor het laatst want het begint inderdaad in die kleedhokjes. Daar ervaart het ondermaatse sportertje dat meisjes meer hartstocht oproepen dan het doelloos achternajagen van een bal. Hij besluit ter plekke dat, achter zijn eigen ballen aanjagen veel sportiever is. De uitdrukking : “Hij loopt zijn eigen pik achterna”., komt voort uit deze eerste seksuele ervaring.

Maar dat geldt alleen voor de succesvolle, goed uitziende jongetjes. Je hebt ook nog jongetjes die altijd de lul zijn. Als er een team gekozen moet worden tijdens de gymles,, wordt hij als laatste gekozen omdat hij een sukkel is.. Tenzij zijn vader directeur is van McRanzig , dan wordt er een uitzondering gemaakt. Zakelijkheid is ook de jeugd niet vreemd.

De jongens die nooit ergens voor worden gekozen en er altijd een beetje bijhangen of zelfs voortdurend worden gepest, zullen later nooit achter hun pik aanjagen. Dat heeft geen zin want ze hebben al jong geleerd dat voor scoren meer komt kijken dan het bezit van flaporen, dikke pens of kromme benen.

Die jongens kiezen voor een alternatief. Voor die jongens zijn de “sporten” polsstokspringen en biljarten uitgevonden. Deze sporten zul je meisjes niet zien beoefenen. Die kiezen liever voor naaien of turn(on). Het , vroeger uitgekotste, jongetje kiest dus voor erotisch geaccepteerde sporten als polsstokspringen of biljarten. Dan hebben ze toch een stok in de hand, die naar voren wijst, kunnen ze stoten, en het applaus vervangt het orgasme. Iedereen tevreden.Psychiater is niet nodig.

Toch zul je als jongen maar Mien heten. Dan red je het zelfs niet met polsstok of biljartkeu.

Maar troost je Mien. Mijn naam heeft ook zo zijn nadelen. Opmerkingen als:” Heb je al gekeesd, vannacht?” en variaties daarop, moet ik wekelijks horen.

Om de trauma’s die daarmee gepaard gaan te compenseren koos ik voor het ‘geblinddoekt bierslingeren’ , waarom weet ik niet. Welke sport koos jij Mien? [ks]

What’s in a nickname?! Nick heeft maar liefst 7 betekenissen! Kerf, hoge worp (bij dobbelsport notabene), petoet (daar beland je in als je over te kleine jongens schrijft), rekening, kerven, angliseren (een paard een insnijding geven in de staartwortel om de staart hoog te doen dragen), (een boef) snappen, gappen en tot slot Nico of Klaas. Nou laat mij het dan maar bij Mien houden. Vroeger werd de naam mij toebedeeld en scoorde ik onder luide toejuichingen hockeygoaltjes. Nu is de naam zelf gekozen. Wellicht jeugdsentiment. Welke sport ik nu kies: geblinddoekt bier ‘naar binnen’ slingeren; want van bier laten slingeren houd ik niet, zelfs niet met de ogen open. [rm]


2 reacties

Kobus · 8 april 2003 op 14:47

Kogelslingeren schijnt nu een geliefde sportieve(?) bezigheid te zijn, vooral in landen als Irak.

Maar is heel herkenbaar allemaal Paco. Ik weet nog dat we als jochies voor het eerst met zijn allen (uitsluitend jongens overigens) na het voetballen in onze blote kont onder de douche moesten. Wat een ramp zeg ! Je gaat toch vergelijken he ! Zou dat de reden zijn dat we altijd zoveel champoo gebruikten van onderen ?
Om het zicht te beperken ? 😀

Kees Schilder · 8 april 2003 op 18:22

Ik weet het niet Kobus. Ik mocht nooit meedoen met voetballen omdat ik altijd naar enkels schopte in plaats van naar de bal. Dus hoefde ik ook niet te douchen. Ondanks dat, is het gebruik van champoo mij niet vreemd
paco

Geef een antwoord