“Vertel me nog eens over de sterren,” vraag ik. “Jij bent hier de enige ster waar het om draait,” antwoordt ze. Ik kruip dichter tegen haar aan. Ze weet wat ik wil horen: – Maar hoe worden sterren geboren? – “Sterren worden geboren uit sterrennevels,” zegt ze, wetende dat ik geen genoegen neem met vragen die onbeantwoord blijven. “Sterrennevels,” zeg ik haar na, terwijl ik met mijn vinger de contouren van de ‘Steelpan’ volg. Zolang ze maar vertelt, blijft ze leven, had ik ooit besloten. Misschien dat ik daarom zo graag naar haar luisterde. Alsof ieder woord dat haar mond verliet haar leven langer kon doen voortduren. Niets was pijnlijker dan de dagen waarop ze zich te zwak voelde om te spreken, dat ze alleen maar stil kon liggen, als een gewond vogeltje dat je met heel je hart nieuw leven wilde inblazen. Opdat het weer kon vliegen, en je met een triomfantelijke blik kon zeggen: Kijk, daar heb ìk haar mee geholpen.

Nu geen vragen meer stellen, neem ik mezelf voor. Ik ben nu oud genoeg om te beseffen dat ik haar stem soms moet sparen. Maar dan schraapt ze haar keel en begint ze haar verhaal. “Net zoals er hier op aarde plekken zijn waar mensen bloemen en planten kweken, zijn er in het heelal reusachtige sterrenkweekplaatsen,” vertelt ze. Haar stem is mooi, ik voel me gelukkig. “Je moet je die plaatsen voorstellen als enorme gaswolken, waarvan delen ‘instorten’ tot enorme bollen. Iedere keer wanneer er zo’n bol ontbrandt ontstaat er een nieuwe ster.”

Stilzwijgend staren we omhoog. Trots pronkt de Poolster aan het noordelijk halfrond, de Grote Beer kijkt gemoedelijk op ons neer en het gras voelt aan als een warme, zachte deken.

“Kijk,” wijst ze. “Een vallende ster.”

En samen vouwen we onze handen in een kom.

Categorieën: Fictie

12 reacties

Li · 7 juli 2006 op 10:41

Hemels. De maand is nog jong en er zullen ongetwijfeld nog veel mooie columns voorbij komen. Maar of ze het halen bij deze? Dit wordt op voorhand mijn persoonlijke column van de maand. De toon van deze vrijdag is gezet. Er hoeft maar iemand naar me te wijzen en ik barst in tranen uit.
Ik mis mijn vader.

Je hebt me wederom geraakt en er is geen smiley die mijn gevoel uitdrukken kan

Li

DriekOplopers · 7 juli 2006 op 11:00

Onvoorstelbaar mooi opgeschreven.

In respect en bewondering,

Driek

KingArthur · 7 juli 2006 op 12:39

Ik lees niet veel wat in de wachtrij staat maar deze had ik gister toch al gelezen en wist wie de auteur zou zijn. Wat mij betreft, hou deze handtekening vast. Mooi.

WritersBlocq · 7 juli 2006 op 16:46

Fijn, een besnappelijke Troy 🙂

KawaSutra · 7 juli 2006 op 18:52

Dit zijn nu de momenten die echt iets toevoegen aan het leven.
Mooi Troy, en heel invoelbaar.

Ma3anne · 7 juli 2006 op 19:12

Vandaag hebben we een heel goede vriend begraven. Op zo’n moment besef je weer hoe broos en breekbaar het leven is.

Die breekbaarheid en broosheid straalt deze tekst uit met een diepte die doet duizelen.

Dit is pure literatuur.

Mosje · 7 juli 2006 op 23:35

Een vallende ster. Heb je een wens gedaan?

DreamOn · 8 juli 2006 op 01:06

Wat mooi, Troy. Helemaal na bepaalde columns die ook vandaag werden geplaatst en waar ik helemaal niet goed van werd.
Wat is dit dan mooi en puur om te lezen.
Ik weet niets van je en ook niet wat jij momenteel meemaakt, maar ik heb het idee dat je een heftige tijd doormaakt.

Mup · 8 juli 2006 op 19:05

Sterren nemen binnen ons gezin een speciaal plekje in, de kinderen zwaaien ernaar, naar dierbaren. Je verwoording krijgt van mij vijf sterren,

Groet Mup.

pepe · 8 juli 2006 op 22:42

Dit is een column die ik lees en nog eens lees. Omdat het gewoon bijzonder mooi is geschreven.

Dees · 8 juli 2006 op 23:23

Prachtig, subtiel, mooi en gevoelig.

Troy · 9 juli 2006 op 13:50

Bedankt voor al jullie mooie reacties. Ik ben onder de indruk en voel me gevleid. In principe hoorden Maanziek en deze column bij elkaar; misschien was het duidelijker geweest als ik ze als een tweeluik in had gestuurd. Waar Maanziek wat lezers met vragen achterliet, ben ik met deze column wat verder in detail getreden.

Troy

Geef een antwoord