Ik loop de bloedhete winkel uit en sla linksaf de straat in. Na drie bijna-botsingen besef ik dat ik aan het ‘spooklopen’ ben. Ik ga opzij en sta stil met mijn rug tegen een etalageruit. Wat een belabberd plan om op zaterdagmiddag nog even wat uitgestelde inkopen te doen. Ik ben halverwege De Demer en mijn doel, nog even een kop koffie in Café De Kram op het Stratumseind, lijkt ineens onbereikbaar. Ik ben duizelig en zie wazig. De kleurrijke stroom mensen golft misselijkmakend aan me voorbij. Een kleine vrouw met een knalrood getoupeerd kapsel wringt zich uit de menigte, en drukt mij daarbij plat tegen het raam. Ze kijkt me beschuldigend aan. Ze draait zich om, waarbij haar zware parfum zich in mijn neusgaten boort. Ik doe moeite niet te kokhalzen. Ze pakt een arm uit de drukte en geeft er een ruk aan. Er zit een man aan, die de hare lijkt te zijn. Deze wederhelft kijkt allesbehalve gelukkig boven zijn baard uit.

De vrouw neemt wat afstand van mij en tiert tegen de man: “Blijf dan ook hier!”. Over haar schouder kijk ik naar hem. De vrouw wacht het antwoord op haar vraag niet af en stapt, met hulp van haar elleboog, woest de massa weer in. Hij kijkt me even aan. Vragend?. Hulpeloos?. Het duurt maar enkele seconden. Hij draait zich om en is verdwenen.

Zigzaggend steek ik de straat over zodat ik weer met het verkeer meeloop. Er speelt een liedje in mijn hoofd wat ik niet thuis kan brengen. Aan het eind van de lange winkelstraat plof ik opgelucht, bij de Catharinakerk op een bankje. Hier verspreiden de mensen zich over het plein en is het eigenlijk wel gezellig druk. Ik steek een sigaret op inhaleer diep. Vroeger had ik altijd een bloedhekel aan roken op straat, maar het algehele rookverbod en mijn verslaving laten me geen keus. En na deze trip is mijn zucht naar nicotine allesoverheersend.

De rust keert terug in mijn hoofd en lijf. Glimlachend kijk ik naar de spelende kinderen op het plein. Ze proberen de waterstralen, die uit de tegels komen, te ontwijken. De zon breekt door. Ik sluit mijn ogen. Een vaag bekende, schrille stem. Ik open mijn ogen en zie de roodharige vrouw met bebaarde man. Ze wijst naar hem en houdt haar buik vast. De man trekt aan zijn drijfnatte broekspijp. De kinderen staan er omheen en lachen met de vrouw mee. Hij vangt mijn blik. Hulpeloos? Vragend? Nee,…leeg. Hij draait zich om en sjokt met gebogen schouders achter de vrouw aan, die al een zijstraat is ingelopen.

Ik sta op. Met de man in gedachten loop ik het Stratumseind op, en besef ik hoe tevreden ik moet zijn. Op weg naar een babbel met vrienden, in de wetenschap dat ze me waarderen en ik welkom ben. Daarna lekker naar huis om er met man en meiden een gezellige zaterdagavond van te maken.

De deur staat gastvrij open en de geur van verse koffie komt me tegemoet. Ik stap over de drempel en zing zachtjes “In his eyes you see no pride”.


6 reacties

Avalanche · 11 april 2010 op 17:09

Leuk debuut; welkom hier! Ik had met de arme man te doen.
Jammer van de dubbele leestekens achter de eerste ‘Hulpeloos’ en ‘Vragend’, maar de tweede keer doe je dat niet, dus houd ik het maar op twee typfoutjes.

Emiliever · 11 april 2010 op 19:25

Welkom, wat een leuk verhaal! De complimenten van Avalanche zijn terecht en als ik jou was, zou ik ermee in mijn nopjes zijn. Avalanche is namelijk een absolute meester in het schrijven van dit soort beschouwend/humoristische stukjes!

SIMBA · 11 april 2010 op 19:45

Goh! Bestaat café de kram nog!? Wat leuk, ben ik vroeger ( in de vorige eeuw ) veel geweest 😀
Punt achter vraagteken hoeft niet en puntjes achter een komma ook niet, verder een prima stukje, goed debuut! Welkom op CX!

arta · 12 april 2010 op 08:36

In tegenstelling tot de vorige reageerders ben ik iets minder onder de indruk. Doordat je, vooral in het begin, veel zinnen begint met ‘ik’ of ‘ze’ doet het opsommerig (en toen, en toen ) aan met deze zin op het eind als toppunt:[quote]Ik sta op. Met de man in gedachten loop ik het Stratumseind op, en besef ik hoe tevreden ik moet zijn.[/quote]
Probeer dubbele pers vnw te voorkomen door af en toe een naam te noemen, bijv, of door een zin om te gooien dan leest het een stuk lekkerder.:-)

pally · 12 april 2010 op 10:32

Best een grappig geschreven, stukje. Maar, Arta is me voor: heel erg veel ‘ikjes’ achter elkaar in bijna steeds dezelfde zinsconstructie. Bijv:
[quote]en besef ik hoe tevreden ik moet zijn[/quote]
Je zou gewoon kunnen schrijven : ‘En besef hoe tevreden ik moet zijn’

Groet van Pally

lisa-marie · 12 april 2010 op 10:59

Het eerste gedeelte is erg hak op de takkerig en voor de rest ben ik het met Arta en Pally eens

Geef een antwoord