Ik vind je lief

“Ik vind je lief Jantjùh, maar ik ga je echt geen minus tjuh noemen, no wee. Minuscuul ben je, minuscuul zal je altijd blijven in mijn ogen, Jantjùh, hoe groot de grap ook is zoals jij door het leven gaat, hoe groot de bak ook is waar jij in rijdt, Jantjùh. Het introduceert mij geen reet hoe intueel je over wilt komen in de Privé en Story en weet-ik-welke oudpapierkwekerijen die pagina’s vullen met het proces dat ik nu door jou aan mijn string heb hangen!!

Ik vind je lief

Ik vind je lief. Meer was er niet te horen op het bandje van haar telefoonbeantwoorder. Ze was dat niet meer gewend, iemand die dat tegen haar zei. Goed, toegegeven, de meneer sprak met een zwaar accent, je kon het amper Nederlands noemen. Maar hij zei het echt. Ik vind je lief.

Kees is zwanger…

Ik denk dat het je alleen op de markt nog zal gebeuren. Je koopt groente en fruit voor verschillende dagen, want er is niet elke dag een warenmarkt. Kropje sla, zakje appels, een “stoplicht” paprika, struikje groen voor de versiering van de worteltjes, en een trosje bananen. En de verkoopmevrouw krabbelt na elk onderdeel de prijs op een blocnootje (of is het “blocnotetje”?.) “Dat is het mevrouw?” Je knikt bevestigend en de raderen beginnen te draaien. “€ 8,40 mevrouw”. Je betaalt en krijgt het frommelpapiertje in je handen gedrukt.

Au!

“Wááánhúúúndritééndééééétíééé!” schreeuwde de moddervette kerel met plakhaar en een armoeiige jaren-70-bril in de microfoon. Even tevoren was ik nietsvermoedend het café ingelopen. Het was buiten stervenskoud, en ik had wel zin in een lekker warm bakkie pleur. Goh, 180. Ik wist niet dat ze ook het gewicht omriepen van die darters. Inderdaad, de meeste waren geen magere mannetjes, zag ik. Ze worden wel regelmatig getroffen door vervelende ongevallen, las ik in de krant.