De kooi (Slot)

Helen slaakt een ijzige gil. Wat is dat? Of beter gezegd: wie is dat? Iemand klemt een harige arm om haar nek, zo hard dat ze bijna niet kan ademen. Ze ziet Sip staan. Zijn gezicht is vertrokken van schrik en angst. ‘Kom niet dichterbij,’ schreeuwt haar belager achter haar. Lees meer…

De Kooi

Hij ziet het stel passeren. De vrouw, oranjeblond, kortgerokt, rond de twintig. De man, een onguur type, shagje in de mondhoek, simpel gekleed, rond de veertig. En een zoontje. Een mollige krullenbol in tuinpak, huppend langs en voor het stel uit. De man negeert het joch. De vrouw kijkt ongelukkig. Lees meer…

De kleine dood 1

Hij werpt een blik in de spiegel en kamt zijn sluike donkerblonde haar. De strakke kaaklijn tekent zich duidelijk af in het felle licht en de neus is breed en scheef, als die van een bokser. Men noemt hem knap en de meeste vrouwen vallen voor zijn donkere mysterieuze blik. Lees meer…

Bob

Het regende hard. Bob haastte zich van de bushalte naar de andere helft van de weg. Daar bevond zich zijn kleine woning aan het einde van de straat. De diepe plassen spatten hoog op, wanneer er een auto hard voorbij zoefde. Eindelijk bereikte hij de voordeur van zijn huis. Hij spoedde zich naar binnen en ontdeed Lees meer…