Toen ik de telefoon opnam, hoorde ik al aan zijn stem dat het niet goed ging. ‘Hoe is het’, vroeg ik nog vrolijk.’Ja, kut eigenlijk’, hoorde ik zijn ingetogen stem. ‘Ik weet het allemaal niet meer’. ‘Wacht effe Theo, ik kom naar je toe’. Op de fiets dacht ik na over de ellende die Theo de afgelopen jaren had meegemaakt. Twee jaar geleden was zijn vader overleden, na een lang sterfbed. Hij had zijn vader letterlijk ineen zien schrompelen. Een klap die hard was aangekomen. Theo kreeg iets bitters in hem. Begon zich terug te trekken en een periode teveel te drinken. Zijn vrouw, Diana, sleepte hem er doorheen. Het was zwaar, loodzwaar. Na een tijd begon Theo weer op te krabbelen, deed weer gezellige dingen en kon het soms loslaten. Totdat hij op een avond thuiskwam en er een briefje voor hem lag. Diana wist niet hoe ze het hem moest zeggen, maar ze was bij hem weggegaan. Ze was verliefd geworden op een ander. Theo kreeg een dolksteek in zijn rug.
Ik belde aan. Theo deed open. Ik omhelsde hem en kneep stevig in zijn schouders. Daar stonden we als twee volwassen mannen. ‘Ik kan het niet meer’, stamelde hij, ‘soms wil ik er gewoon een einde aan maken’. ‘Niet doen, Theo, niet doen, het leven is te mooi’. Zijn bruine ogen begonnen waterige randen te krijgen, ik kon hem niet overtuigen. Ik probeerde nog wat relativerende teksten. Dat er voor zelfmoord teveel bladeren op de rails liggen in deze tijd van het jaar en dat er bij het Hilton rubberen tegels liggen tegenwoordig. Theo gaf een flauwe glimlach, zijn lichaam voelde slap aan, een sterke kerel was tot op het bot gebroken. Theo, de clown die ik van vroeger kende, zat nu s’ avonds alleen op de bank, de bank waar hij met vrouw en kind op zondagochtend Walt Disneyfilms had gekeken. ‘Het is de eenzaamheid’, zei hij, ‘ het is die verdomde eenzaamheid’.Na een biertje stapte ik weer op de fiets, voor mijn eetafspraak. ‘Theo is sterk’, dacht ik bij mezelf. Ik kon het echter moeilijk loslaten. In het restaurant, later op de avond, belde ik hem op zijn mobiel. Ik hoorde een luid geroezemoes op de achtergrond. ‘Hoe is het?’, vroeg ik. ‘Ja, gaat beter, ik sta in de kroeg met Jaap, we gaan lekker naar de kloten vanavond’. Het één na laatste woord kwam er met dubbele tongval uit. Theo was dronken.’s Nachts kon ik de slaap niet vatten en lag ik te woelen in mijn bed. Dacht aan alles wat Theo tegen mij gezegd had. Ik was bang, doodsbang voor de uitwerking die de kater morgen op Theo zou hebben.


6 reacties

Eddy Kielema · 26 november 2005 op 13:05

[quote]Ik was bang, doodsbang voor de uitwerking die de kater morgen op Theo zou hebben.[/quote]
Daar ben ik nu ook benieuwd naar. Mooie, gevoelige column!

wendy77 · 27 november 2005 op 12:15

Wow……

Hele mooie column. Goed geschreven

Troy · 27 november 2005 op 14:42

Heel mooi geschreven en fijn dat je zo met hem meeleeft. Ik hoop dat alles uiteindelijk goed is gekomen met Theo. Ik vraag me overigens af of heel columnx aan het langlaufen is. Het is een beetje rustig hier bij de reacties…

Dees · 28 november 2005 op 10:55

Knap geschreven. Aan het einde wilde ik Theo liefst even bellen, of het hem goed ging, dus dat is knap overgebracht. Ik hoop dat het ‘Theo’ toch goed is gegaan.

bert · 28 november 2005 op 11:52

Het echt willen helpen en de uiteindelijke onmacht die je daarbij voelt en de angst die dat weer met zich meebrengt heb je goed verwoord.
Sterkte met je vriend Theo.

Geertje · 28 november 2005 op 21:21

Even een kanttekening, tweede gedeelte had je wat mij betreft in stukken mogen delen. Leest prettiger.

Indrukwekkende column, tastbaar, mooi verwoord, door de eenvoud. Moeilijk ook om het te zien van een dierbare, toch het leven heeft ook veerkracht! Kijk maar naar de natuur, alles waarvan je denkt dat doet het nooit meer, bloeit in het voorjaar, soms zelfs mooier dan ooit tevoren!

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder